VPRO’s Tegenlicht over De nieuwe makers

Op 14 september zond Tegenlicht een hele interessante documentaire uit over de ‘Maker movement’, De nieuwe makers. Aan het woord komen onder andere Jeremy Rifkin, Chris Anderson en Neil Gershenfeld, drie mannen die deze wereld goed kennen en de blik vooruitwerpen op wat de beschikbaarheid en betaalbaarheid van digitale productiemiddelen, en het internet als versneller in de verspreiding, gaat betekenen voor onze maatschappij.

De regisseur van de documentaire, Martijn Kieft, stipt deze hoofdpunten aan als hij uitlegt waarom hij deze documentaire is gaan maken.

Om je een idee te geven hoe groots deze ‘Maker movement’ wordt ingeschat, dit zegt Rifkin halverwege de documentaire:

“We democratiseren informatie via internet. En nu democratiseren we de productie van goederen door productie met behulp van 3D-printers.” (24 min 25)

Dat is een groots vergezicht dat Rifkin schildert. Criticasters van dit soort toekomstscenario’s noemen vaak dat 3D-printers slechts lage kwaliteit plastic printen, maar ondertussen wordt er druk geëxperimenteerd met het printen met allerlei anderen materialen. De toekomst is in veel gevallen al hier en nu, ze zijn alleen niet altijd even bekend bij het grote publiek.

Bij Shapeways kun je inmiddels kiezen uit meer dan 45 verschillende materialen om je ontwerp in te laten printen. Kijk bijvoorbeeld ook naar een kunstenaarscollectief in Argentinie deze week met klei print, of hoe WASP de hoogte ingaat met klei (met als doel om uiteindelijk huizen te kunnen printen),  en naar DUS-architecten die in Amsterdam een grachtenpand bezig zijn te printen.  Wat gaat dat wel niet voor ons betekenen, als we straks ons eigen huis kunnen printen? Ik kan in ieder geval niet wachten tot het zover is.

Een ander mooi voorbeeld dat het productieproces gaat veranderen is het bericht van Ultimaker, één van de toonaangevende bedrijven wereldwijd die 3D-printers maken voor de consumentenmarkt, dat ik deze week voorbij zag komen. Ultimaker gaat een samenwerking aan met BHold, een bedrijf dat 3D geprinte objecten verkoopt. BHold gaat hardware beta-testen, een fenomeen dat in de software-wereld inmiddels volstrekt normaal is. Mensen die een 3D-printer bezitten kunnen beta-versies van hun producten downloaden van YouMagine en feedback geven aan BHold waarop zij het ontwerp kunnen verbeteren. De fabrikant die de eindgebruiker op een hele directe en open manier betrekt bij het ontwerpproces. Het is weer eens wat anders dan een focus groep bij elkaar brengen.

Door de beschikbaarheid tegen geringe kosten van digitale fabricatie, gaan we eigenlijk terug naar de periode voor de massaproductie. Joris Laarman noemt 3D-printen dan ook een ambacht:

“Het is niet een robot die het werk van mensen overneemt. Het is een andere manier van produceren die het waarschijnlijk efficiënt genoeg maakt om het ambacht juist weer terug te brengen in de maatschappij.” (25 min 40)

Neil Gershenfeld zegt:

“Als je kijkt naar leven in een afgelegen dorp waar alle ambachten en vaardigheden aanwezig waren en je produceerde wat je verbruikte. In zekere zin keren terug naar dat oude model, maar nu met alle mogelijkheden van deze tijd.” (45 min 00):

3D-printen als ambacht. Ik vind het een hele mooie verwoording en wil dat wel doortrekken naar alle machines en elektronica die gebruikt worden in bijvoorbeeld FabLabs. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat er veel verschillende vaardigheden nodig zijn voor het printen of snijden van een tekening, of het nou 2D of 3D is. Zelf een object ontwerpen is een vaardigheid op zich, wat kennis vergt van de software, de effecten van overhang en hoeken die wel of niet goed printen, of marges die je aan moet houden om uitgesneden materiaal met elkaar te verbinden. Dan heb je kennis nodig over  jouw eigen machine, want elke machine heeft net zo z’n kleine variatie nodig op de standaard instellingen om de beste printkwaliteit te leveren. Materiaalkeuze speelt ook een belangrijke rol. In de lasersnijder kun je verschillende soorten hout gebruiken, in de printer verschillende materialen. Kortom, om iets moois en goed te kunnen printen heb je veel ervaring nodig en op de weg daar naar toe veel mislukte versies in de prullenbak gegooid. Net zoals elke vakman zijn vak leert.

Het grootste verschil tussen toen en nu: we kunnen onze ontwerpen zonder extra kosten naar de anderen wereld sturen, waar iemand het kan downloaden en maken. Het dorp van nu is de online wereld die lokaal produceert.

Jeremy Rifkin eindigt nog even met een verwijzing naar Ghandi, die al vroeg begreep dat massaproductie een klein deel van de bevolking zou verrijken ten kosten van de rest en dat hij, Ghandi, veel liever een systeem zou zien van productie dóór de massa. Met de huidige technologie zou zijn visie werkelijkheid kunnen worden.

Ga nu maar gauw zelf de documentaire kijken en mocht je een Maker faire aangekondigd zien bij jou in de buurt raad ik je aan er heen te gaan om zelf kennis te maken met deze wereld. Vergeet dan zeker niet je kinderen mee te nemen.

Geef een reactie