Inspiratie

Mens, durf te lezen!

Ik weet niet anders dan dat ik lees. Ik las boeken zodra ik dat kon. De kinderboeken in de bibliotheek in het dorp waarin ik opgroeide las ik allemaal uit (nou ja, allemaal…alles wat maar enigszins leuk was). Toen ik A-boeken leeftijd had, las ik al B-boeken. Ik las C-boeken toen ik eigenlijk B-boeken moest lezen en daarna viel ik in het grote gat tussen kind en volwassen zijn dat ik opvulde met Stephen King, Kees van Kooten, Tolkien en materiaal waar ik mentaal eigenlijk nog niet aan toe was. Maar ik las en ik las. De werelden die de schrijvers in mijn hoofd wisten te toveren sleepten mij door schooljaren waarin ik mij niet thuis voelde tussen de kinderen in mijn klas. Bij het lezen van een boek deed het wel of niet hebben van vrienden en vriendinnen er niet meer toe. Als je leest telt alleen het verhaal.

Maar tjongejonge wat hebben leraren hun best gedaan mij het gevoel aan te smeren dat ik niet goed was in lezen. Al op de basisschool kreeg ik begrijpend lezen, zo ongeveer het enige vak waar ik totaal van in de war raakte. Net zoals het ontleden van zinnen. Mijn taalintuïtie was sterk ontwikkeld door al dat lezen, maar praten over voorzetsels en zelfstandig naamwoorden heeft mij nooit kunnen fascineren.

Op de middelbare school werd het van kwaad tot erger. Eerst eindeloos gehamer op spelling, omdat klasgenoten (VWO!) nog steeds de d’s en de t’s niet goed wisten te plaatsen. Dan gedichten lezen uit een tijdperk waarin de docent zich thuisvoelde, maar de beeldspraak van de schrijver had geen enkel raakvlak met mijn leven. Schrijvers lezen die vooral wijsheden voor veertig plussers in pacht hadden. Zo werd mijn liefde voor mijn eigen taal gesmoord. Het trieste dieptepunt was een onvoldoende in de eindexamenklas voor spraakvaardigheid op mijn mondeling examen. Tja, als je eindeloos doorgezaagd wordt over die paar middeleeuwse teksten die je acht maanden daarvoor hebt gelezen, en misschien wel veertig andere verhalen daarna hebt gelezen, dan kan het gebeuren dat je niet meer alle details weet. Dan heb je weinig te zeggen. Daarentegen had ik vol vuur kunnen vertellen over de boeken van Büch (toen nog niet ontmaskerd als fantast) en Hermans, maar daar werd niet naar gevraagd.

Desondanks las ik door. En terwijl de liefde voor de Nederlandse taal en het Nederlandse boek uitdoofde, werd ik verliefd op het Engels. Aangewakkerd door een docent Engels die me gewoon liet lezen voor m’n lijst wat ik leuk vond. Een docent die iconische werken (1984, Animal Farm, Brave New World en meer) klassikaal las en besprak. Ik ontdekte Irving en herlas The Lord of the Rings (de Nederlandse versie las ik in de zomervakantie voorafgaand aan m’n vijftiende verjaardag in Frankrijk, een heerlijke vakantie was dat).

Uiteindelijk liet ik het VWO achter me en las meer dan ooit tevoren. Eindelijk weer lezen om het verhaal. Ik struinde tweedehands boekenmarkten af met de Man en samen bekleedden we de muren van ons huis met verhalen over vroegers die nooit geweest waren en toekomsten die nooit zijn gekomen.

Zonder digitalisering van het boek zou mijn huis inmiddels volgestapeld staan met boeken. Ik lees nog steeds liever in het Engels dan in het Nederlands. Mijn relatie met het Nederlands is toch beschadigd door het taalonderwijs dat ik heb ‘genoten’. Datzelfde taalonderwijs levert inmiddels maar liefst een kwart van de vijftienjarigen af met een taalachterstand. Arjen Lubach zei hardop waar het volgens hem aan ligt. Weg met dat begrijpend lezen. Ik ben het met Lubach eens. Weg met dat technische gedoe. De liefde voor het verhaal moet voorop staan. Mens, durf gewoon weer te lezen!

0

Wie het emotionele verhaal vertelt wint

Je staat op het punt te beginnen aan een lang artikel dat het resultaat is van twee weken onderzoek en schrijfwerk. Voor dit artikel onderzocht ik de inhoud van een specifiek bericht dat zich wijd verspreidde op Facebook. Ik wilde weten wat er waar was in dit bericht en wie het schreef. Tijdens de zoektocht dompelde ik mij onder in een wirwar van websites die naar elkaar verwijzen, elkaars valse argumentatie overnemen en zo een politieke discussie proberen te winnen. Met hun valse argumentatie brengen ze een bedrijf en de overheid in diskrediet. Mijn conclusie aan het eind is dat het emotionele verhaal wint, ook als het niet waar is. Het goede nieuws is dat je je wel kunt immuniseren tegen nepberichten. Hoe dat werkt lees je helemaal aan het eind. Nu neem ik je eerst mee naar de publicatie waar mijn zoektocht begon.

‘Whoever tells the best story wins’ is een van de titels die in mijn boekenkast staat. Het is een (goed) boek van Annette Simmons over de kracht van het gebruik van verhalen om een ander mee te krijgen in jouw overtuiging. Vlak naast dit boek staat Made to Stick, van de gebroeders Heath. Waar zij op wijzen is dat een verhaal met emotionele lading beter blijft plakken dan een feitenrelaas. Na het lezen van een wetenschappelijk artikel waarin Facebook berichten over HPV vaccinatie in de VS worden geanalyseerd, kon ik de volgende variatie op Simmon’s boektitel niet meer uit m’n hoofd krijgen: ‘Whoever tells the emotional story wins’.

Het artikel dat ik las heet ‘From bad to worse: The representation of the HPV vaccine on Facebook‘. De onderzoeker, Monique Luisi, verzamelde zoveel mogelijk posts die over HPV vaccinatie gingen in tien jaar tijd (2006-2016). Daar deed ze een analyse over en kwam tot de volgende conclusies:

  • De meerderheid van de berichten was negatief ten aanzien van HPV vaccinatie, hoewel daadwerkelijk advies geven voor of tegen vaccinatie meestal niet werd gedaan;
  • Berichten welke negatief waren van toon kregen significant meer reacties, commentaren en werden meer gedeeld;
  • De meeste positieve berichten kwamen van Facebook pages, de meeste berichten die negatief van toon waren kwamen van persoonlijke profielen;
  • Visuals werden niet zoveel gebruikt, maar wel veel links naar andere bronnen;

Deze onderzoeksresultaten bevestigen eigenlijk wat ik al weet over welke verhalen zich makkelijk verspreiden. Het negatieve overheerst, want dat is nieuwswaardig. Als het persoonlijker is dan geloven we het sneller. Als een verhaal heel veel emotionele lading heeft voelen mensen zich sneller aangesproken (en zullen er dan dus sneller op reageren en delen met anderen). 

De onderzoeker lichtte er in haar onderzoek één bericht uit dat buitenproportioneel veel aandacht genereerde. Waar de meeste berichten helemaal geen reacties kregen, kreeg dit bericht 11K (11.000) reacties, 6,1K (6100) commentaren en werd 329K (329.000) keer gedeeld. Een screenshot van het bericht voegde ze bij. 

Hoe emotioneel en persoonlijk wil je het hebben? Ze vermoorden onze dochters, 1 op de 912 uit de studie naar middel X van bedrijf Y zijn overleden, en dat allemaal om 1 op de 40.000 doden te redden. Om het af te maken foto’s van jonge meiden van wie het leven is gestolen. Als je het zo opschrijft, dan wil natuurlijk niemand zich laten inenten.

De onderzoeker gaat niet verder op de inhoud van dit bericht in, maar het maakte mij nieuwsgierig. Mijn ervaring met zulke sterk emotionele oproepen en waarschuwingen is dat ze de feiten meestal niet zo nauw nemen. Dat wilde ik bij dit bericht ook verifiëren. Ik dook de zoekmachine in met de vraag: wat is waar in dit verhaal? 

Twee mededelingen vooraf: 

  • Ik verwijs in dit artikel naar veel andere websites. Sommige van deze websites publiceren, bewust of onbewust, halve waarheden en leugens. Ik wil deze websites niet met verkeer voeden. Het is voor het begrijpen van dit artikel echter wel noodzakelijk de inhoud ervan te raadplegen. Ik link daarom niet direct naar die websites, maar naar snapshots van die websites in het Internet Archive zoals ik ze op het moment van onderzoek voor dit artikel heb gezien. Het nadeel is dat Internet Archive niet heel snel laadt, dus heb wat geduld. Het voordeel van op deze manier linken is dat de links blijven werken, ook in de verre toekomst. Mits archive.org in de lucht blijft natuurlijk.
  • Voor de namen van organisaties, websites en personen die voorkomen in dit verhaal gebruik ik initialen. Het gaat mij niet om de individuele spelers, maar om het spel. Dit is een voorbeeld dat toevallig op mijn pad kwam en waarvan ik besloten heb er onderzoek naar te doen. Ik gebruik het voorbeeld slechts om inzichtelijk te maken hoe clusters van websites met een bepaalde levensvisie naar elkaar verwijzen, argumentatie van elkaar overnemen en hun verhaal een emotionele lading meegeven om gehoord te worden.

Het oorspronkelijke artikel vinden.

Er staan meerdere aanwijzingen in het screenshot: het is een bericht uit 2014, de naam van de Facebook pagina, de titel van het artikel, de naam van de auteur, de voornaam van het overleden meisje, de naam van de moeder, de naam van de vaccinatie en de naam van het bedrijf dat de vaccinaties produceert. Genoeg aanwijzingen om mee aan de slag te gaan. 

Eerst maar eens CT, de Facebook pagina die het bericht deelt. Als ik naar die Facebookpagina zoek dan blijkt deze nog te bestaan. Ik zie dat de pagina zich op het moment van schrijven (7 juli 2020) vooral richt op vaccinaties (’the truth about vaccines’). Er staat een foto met een verwijzing naar de bijbel (‘Jeremiah 17:14’) en zie ik dat 273.530 mensen deze pagina volgen. De toon richt zich vooral tegen het ontnemen van ‘health freedoms’.  Deze Facebook pagina hoort bij een website die zegt mensen te willen onderwijzen over ‘de waarheid over kanker’. Nieuwsberichten op deze site gaan over COVID-19 samenzweringen, gezond fruit om kanker te bestrijden, en de ‘vuige geschiedenis van vaccinaties’. Bij deze website hoort ook nog een andere Facebook pagina met dezelfde naam als de website, met 1.154.160 volgers op 7 juli 2020.

Dan het artikel waar in dit bericht naar wordt verwezen. Met de combinatie van titel en auteursnaam kom ik via DuckDuckGo terecht bij de website CSS. In het Nederlands zou het zoiets als ‘de gezond verstand-show’ heten. Het blijkt een website met veel berichten geschreven door een en dezelfde auteur. Duidelijk iemand die heel betrokken is bij het nieuws. Dit is een snapshot van de berichten die hij over ‘Health’ publiceerde. Ik kom er ook achter dat de auteur van deze website veel video’s op Youtube plaatst. Hij heeft daar een publiek van 158K abonnees.

Terug naar het artikel van CSS waar in de Facebook post naar verwezen wordt, en dat de aanleiding is voor mijn zoektocht. Ik ga het artikel nalopen op de uitspraken die er in worden gedaan, probeer deze te toetsen aan de hand van de bronnen die genoemd worden en probeer ontbrekende bronnen op te zoeken. Aan het eind van mijn zoektocht zal ik de balans opmaken: wat is waar in dit verhaal?

Het meisje dat plotseling overleed

De datum bij het artikel is 17 september 2013. Het is dus geschreven een half jaar voordat het op Facebook werd gedeeld. Het artikel opent met een quote. ‘Ik zou willen dat iemand me had gewaarschuwd voor dit vaccin, dan zou mijn dochter nog bij ons zijn’ is de strekking van de quote. De eerst zin die CSS schrijft is: volgens de moeder van dit meisje, achttien jaar oud, is haar dochter vermoord door de producent van het vaccin. De bron waar dit artikel naar verwijst is een website geschreven door een ouder die een geïnformeerde beslissing wilde maken voor het vaccineren van hun dochter. Dit artikel zelf geeft geen bron van dit verhaal. Waar dit verhaal van de moeder oorspronkelijk is gepubliceerd weet ik niet, maar ik vond na zoeken op de naam van de moeder van het overleden meisje wel een artikel in de lokale pers. Het blijkt om een meisje van achttien uit Nieuw-Zeeland te gaan dat plotseling overlijdt, een half jaar na het ontvangen van de laatste van drie HPV vaccinaties. De moeder is er volledig van overtuigd dat de dood van haar dochter door het vaccin is veroorzaakt. Ze heeft uiteindelijk zelfs hersenweefsel laten onderzoeken voor een rechtszaak. De experts tonen aan dat er HPV en aluminium aanwezig is (weet dat aluminium in vaccins vaak wordt aangewezen als de veroorzaker van ziektes door mensen die tegen vaccinatie zijn), maar zeggen ook dat de aanwezigheid ervan niet bewijst dat er een link is tussen het vaccin en het overlijden van de jonge vrouw. Kortom, er is dus inderdaad een meisje overleden waarvan niet met zekerheid is vast te stellen wat de oorzaak van haar dood is. De moeder van het meisje is er van overtuigd dat het het vaccin geweest moet zijn. 

In het artikel van CSS wordt het verhaal van deze moeder slechts gebruikt als inleiding om vermeende misstanden rondom dit vaccin aan de kaak te stellen. Al in de eerste zin wordt het bedrijf dat de vaccins produceert beschuldigd van moord. De derde zin verwijst naar een patroon dat dit steeds gebeurt en naar de ‘all-to-deadly’ resultaten van dit vaccin. Er wordt ook een claim gedaan dat het bedrijf zes miljoen moet uitkeren aan een andere ouder. Voor deze uitspraak geeft de auteur geen bronmelding. Pas laat in mijn zoektocht stuit ik eindelijk op een artikel in TWT waarin dit bedrag genoemd wordt. Deze nieuwssite is naar eigen zeggen in 1982 opgericht als een betrouwbaar tegenwicht tegen de mainstream media om lezers buiten de ‘Capital Beltway’ te representeren door Amerikaanse waarden te promoten, te weten vrijheid, geloof en familie.  Volgens dit rapport stond in 2018 deze website op plek tien in een ranking op basis van consumentenvertrouwen in de VS. De helft van de Amerikanen vindt dit een betrouwbare nieuwsbron.

De bron die TWT noemt voor het feit dat er 6 miljoen dollar aan claims is toegekend aan slachtoffers is JW. Helaas linkt TWT niet naar het bericht van JW waarin ze dit nieuws aankondigen, maar alleen naar de hoofdpagina op de website. Daarom moest ik zelf zoeken op de pagina van JW. Via de naam van het vaccin kwam ik uit bij dit bericht, waarin inderdaad verwezen wordt naar documenten van het VICP, het vaccinatieprogramma compensatieprogramma. JW heeft een PDF gedeeld via Scribd als bronmateriaal, maar daar moet je een (betaald) account hebben om het volledig te kunnen zien of downloaden. Wat zonder inloggen zichtbaar is van het document is een tabel met cijfers gerelateerd aan HPV vaccin en het totaalbedrag toegekend. Er wordt geen specifieke naam van een vaccin genoemd en het lijkt alsof de datum van dit document er later aan toegevoegd is (het is scherper en in een ander lettertype dan de rest van het document). Ik kan het document verder niet bekijken en dus ook niet verder beoordelen op betrouwbaarheid, eenzijdige rapportage of context waarin deze cijfers worden genoemd.

Nu ik het toch over JW als bron heb, lijkt het me goed deze eens nader te bekijken. Het is namelijk ook de eerste bron waar CSS naar verwijst in zijn bewering dat het vaccin onveilig is. 

Bron: JW

JW heeft een website waar veel nieuwsberichten staan. Hun missie statement: “[JW] is a conservative, non-partisan educational foundation, which promotes transparency, accountability and integrity in government, politics and the law.” ‘Want niemand staat boven de wet’ is de ondertitel van hun naam.
Dit is een snapshot van de voorpagina om je een idee te geven van de onderwerpen waar deze organisatie over schrijft.

CSS verwijst naar een rapport uit 2008 gepubliceerd door JW. Het is een keurig opgemaakt document met de ondertitel dat het uiteenzet hoe het goedkeuringsproces ging, welke bijwerkingen er zijn, welke zorgen rondom veiligheid er zijn en welke marketing technieken toegepast zijn in een grootschalig bevolkingsgezondheidsexperiment. Wat staat er in dat rapport uit 2008? Veel. Het is vierentwintig pagina’s lang. De auteurs van het rapport beweren zich te baseren op documenten die ze van de FDA (Food and Drug Association) hebben ontvangen, waaronder alle VAERS rapportages. Wat de auteurs niet verschaffen in dit document is een link naar deze FDA-documenten (naar eigen zeggen duizenden pagina’s). 

Een van de conclusies in het rapport is dat het vaccin HPV infectie kan voorkomen, niet kan genezen. Dat is een correcte conclusie, want een vaccin is altijd ter voorkoming van besmetting, niet ter genezing. Toch wekken de auteurs van het rapport de suggestie dat dit problematisch is (p.4), omdat ze stellen dat veel vrouwen al HPV hebben zonder dat ze het weten. 

Vervolgens betogen de onderzoekers dat er een groot probleem is in de studie naar de werking van het vaccin dat onderbelicht blijft. Het lijkt er namelijk op dat vrouwen die al (een variant van) HPV hebben, na vaccinatie een grotere kans hebben een ziektebeeld passend bij HPV infectie te ontwikkelen dan op basis van toeval verwacht mag worden.

Deze claim baseren ze op twee bronnen. Ten eerste op rapportages in VAERS. VAERS is een afkorting voor Vaccine Adverse Event Reporting System. Het is een instituut waar iedereen bijwerkingen van vaccins kan melden en het programma wordt beheerd door de Centers for Disease Control en de FDA. Je kunt het vergelijken met Lareb in Nederland. Om vroege signalen van verkeerde uitwerkingen van vaccinaties op het spoor te komen, kan iedereen een melding doen. Als jij denkt dat je een bijwerking hebt, dan kun je een formulier invullen en opsturen (digitaal en analoog). In de VS is dat dus VAERS. De meldingen in VAERS zijn doorzoekbaar en downloadbaar.  Echter, voordat je kunt zoeken moet je twee keer akkoord gaan met een disclaimer. De disclaimer zegt dat de data gerapporteerd in VAERS incompleet, onjuist, toevallig en ongeverifieerd kunnen zijn. Je mag uit de gegevens uit de VAERS database geen conclusies trekken over aantallen en soort bijwerkingen die vaccins hebben. Dit is logisch, want elk individu kan een melding doen, zonder tussenkomst van een neutrale beoordelaar. Ondanks deze disclaimer bij het gebruik van de data uit VAERS quoten de auteurs van dit rapport een aantal meldingen over het betreffende vaccin.

De quotes die ze uitkozen ondersteunen het verhaal van de auteurs van dit rapport dat een deel van de deelnemers aan het onderzoek een grotere kans maakten ziekteverschijnselen te ontwikkelen. In het geval van de anekdotes gaat het om hardnekkige wratontwikkeling, pas ontstaan ná vaccinatie.

De auteurs citeren vervolgens uit een VRBPAC Background Document van 18 mei 2006:

“A chart in the committee’s report revealed that efficacy in subjects already exposed to “relevant HPV types” had an observed efficacy rate of -44.6%. The disturbing efficacy rate raises questions as to who should be receiving the vaccine, and why the FDA allows Gardasil to be administered without prescreening for HPV. The outcomes that can result from pre-exposure are disconcerting and deserve far more attention.”

Zoals geciteerd in rapport van JW, pp. 5-6

De werkzaamheid van het vaccin is bij deze groep -44,6%, oftewel het aantal ziekteverschijnselen binnen deze groep vergroot met 44,6%. Alarmerend inderdaad als je dit leest.

Ik heb daarom ook maar even in het desbetreffende document gekeken (gelukkig stond hier wel een bronvermelding bij). De link is niet meer actueel, maar Internet Archive heeft een kopie). Ik vond de betreffende passage op pagina 13. In dit document wordt dit zorgelijke feit vervolgens uitgebreid besproken. De conclusie is dan vervolgens:

“Therefore, while the subgroup from study 013 remains a concern of the clinical review team, there is some evidence that this represented an unbalanced subgroup where [vaccine] recipients at baseline had more risk factors for development of CIN 2/3 or worse.”

Bron, p. 15

Er is één subgroep in de klinische studie (studie 013) die deze onverwachte resultaten lijkt te veroorzaken. Deze subgroep lijkt al voor vaccinatie een groter risico te hebben gelopen op ziekteontwikkeling. Deze nuancering in het document van de FDA wordt in het rapport van JW niet genoemd. 

Hierna leggen de auteurs de focus op aluminium en de bijwerkingen die deelnemers aan het onderzoek ondervinden van een placebo met aluminium versus een placebo met zoutoplossing. Dan volgen er citaten van een directeur van de producent die besproken worden en meer VAERS meldingen die volgens de onderzoekers aantonen dat het vaccin toedienen in combinatie met andere vaccins ernstige gezondheidsgevolgen kan hebben. Nogmaals, VAERS meldingen zijn niet geschikt om conclusies aan te verbinden.

Er is een heel hoofdstuk gewijd aan de kosten voor het vaccin. Deze zouden buitenproportioneel zijn. Niet alleen voor dit vaccin, maar voor het hele vaccininatieprogramma van de overheid zouden de kosten de pan uit rijzen. Uiteindelijk ‘moet de belastingbetaler dat natuurlijk betalen’.

Onder het kopje Safe and Effective? worden uiteindelijk nog meer VAERS meldingen geciteerd. Ondanks dat de onderzoekers nu ook zelf de disclaimer opschrijven dat je geen conclusies mag verbinden aan deze meldingen, doen ze dat toch. Sterfgevallen die gemeld zijn in VAERS worden behandeld. Ondertussen wijzen ze ook nog even op een ander geneesmiddel van dezelfde producent dat in 2002 (vrijwillig) van de markt is gehaald, omdat er een verhoogd risico bleek te zijn op hart en vaatgerelateerde aandoeningen zoals hartaanval en beroerte.

In de analyse en conclusies van het rapport van JW schrijven de onderzoekers dat de gevolgen van HPV niet moeten worden overdreven. In veruit de meeste gevallen lost het lichaam het zelf op en als er toch verkeerde cellen ontstaan dan is dat makkelijk te verhelpen in de allereerste stadia. Een uitstrijkje maken blijft hoe dan ook nodig. Aangezien er nog zoveel onduidelijk is over de veiligheid van het vaccin, zoals de duur van de bescherming, de potentiële (zeer ernstige) bijwerkingen, is dan ook de conclusie in dit rapport dat het niet verantwoord is alle kinderen verplicht te vaccineren tegen HPV. 

Op mij komt het gehele rapport over als een poging om schijnbaar objectief te beargumenteren waarom het onterecht is dat de overheid vaccinatie wil verplichten. In de genoemde referenties verwijzen ze naar één wetenschappelijk artikel. Interessant is dat de wetenschappers in deze studie juist bewijzen dat het vaccin zeer effectief is bij meisjes die nog niet besmet waren met HPV en weinig bijwerkingen heeft. De rest van de referenties zijn naar artikelen van andere websites, veel in dezelfde overtuigingensfeer als JW, links naar persberichten en vooral ook verwijzingen naar Tab A/B/etc. waarvan niet helder is waar dit naar moet verwijzen. Het kan zijn dat er oorspronkelijk bijlagen met tabellen bij het rapport horen, maar die zijn niet bijgevoegd in het document.

JW voert vooral anekdotisch materiaal aan om aan te tonen dat het vaccin niet veilig is. De studies waar het naar verwijst in het rapport, de documenten van de FDA, en een gepubliceerde klinische studie, laten juist zien dat het vaccin effectief en veilig is. 

Ik vind JW daarmee niet heel betrouwbaar als bron. Het laat cruciale informatie weg in het rapport en negeert de uitkomsten van een wetenschappelijk artikel uit een vooraanstaand Journal.

Dan naar de volgende bron die CSS noemt, een link naar een instituut.

Bron: PRI

Bij eerste binnenkomst op de website bestaat er geen twijfel over de thema’s die belangrijk zijn voor dit instituut. Leer de feiten over ‘population control’ en ‘overpopulation’, ‘climate change’ en ‘abortion’. Prominent bovenaan een oproep tot het tekenen van een petitie: ‘Stop met gebruik geaborteerde babies in COVID-19 onderzoek’. PRI is naar eigen zeggen een non-profit onderzoeksgroep met het doel om ‘de mythe van overpopulatie bloot te leggen’, ‘mensenrechtenschennis ten aanzien van populatie controle programma’s bloot te leggen’ en duidelijk te maken dat ‘mensen ’s werelds grootste bron’ zijn.

De specifieke verwijzing van CSS gaat naar dit artikel waarin een onderzoeker, Dr. D H, actief betrokken bij het onderzoek naar de werking van het vaccin, toe zou geven dat het vaccin tegen bijna helemaal niets beschermt.  Zij zou deze uitspraken gedaan hebben op de vierde Internationale Publieke Conferentie over Vaccinaties. Ik kan vooralsnog geen videoopnames of ander materiaal vinden van deze conferentie, wel een introductie video waarin de organisator een oproep doet om naar de conferentie te komen om ‘beide kanten van het verhaal van vaccinaties te horen’. Deze conferentie werd in 2009 georganiseerd door het Nationale Vaccinatie Informatie Centrum, NVIC. De missie van deze non-profit organisatie is om letsel en overlijden te voorkomen door het publiek te informeren en te lobbyen voor ‘informed consent protections’ in medisch beleid en gezondheidswetgeving. Ook staat er een verwijzing naar het recht op vrijheid van gedachten en geweten.

Terug naar de uitspraken van die onderzoeker van het HPV vaccin. Zij zou een van de schrijvers van het artikel in verwarring hebben achtergelaten, staat in het artikel. Het aantal gevallen van baarmoederhalskanker zou namelijk niet afnemen na introductie van het HPV vaccin in de VS. De vraag of het vaccin veilig is zou de onderzoeker ontweken hebben. Sterker nog, in een interview met ABC (een nieuwsorganisatie met 55,9% consumentenvertrouwen in de VS, plaats twee in de ranking in 2018) zou ze gezegd hebben dat de negatieve consequenties van het vaccineren groter zijn dan de aantallen gevallen met baarmoederhalskanker. Het oorspronkelijke artikel waarin dit citaat staat is alleen nog beschikbaar via Internet Archive, niet meer op de website van ABC. Het staat daar inderdaad. Maar ook niet meer dan dat. Wel een hoop andere uitspraken van andere artsen en onderzoekers die elkaar tegenspreken. Daarmee blijf ik als lezer in verwarring achter met betrekking tot het onderwerp. Er wordt weinig context geschetst om te beoordelen op welke vraag geantwoord is en in welke gespreksvorm deze uitspraken zijn gedaan. Voor hetzelfde geld zijn ze uit andere nieuwsberichten die uit context zijn gehaald.

Aangezien er hier niet naar bronmateriaal van de conferentie wordt verwezen, kan ik de auteurs niet controleren op eerlijke weergave van de uitspraken gedaan door Dr D H.

Wat ik wel kan controleren zijn de getallen die genoemd worden waarmee het argument wordt gemaakt hoe onveilig het vaccin is. 23 meisjes zijn overleden tijdens de klinische studies, volgens de auteurs. Vijftien van de 13.686 die het vaccin kregen. Acht van de 11.004 die de placebo met aluminium kreeg en een meisje dat een zoutoplossing kreeg overleed. Vervolgens trekken ze de conclusie dat één op de 912 meisjes uit de studie naar het vaccin overleed. Ter vergelijking noemen ze dat een op de 40.000 vrouwen overlijden aan baarmoederhalskanker. Hiermee wekken de auteurs de suggestie dat er meer meisjes overlijden door vaccinatie dan dat er aan baarmoederhalskanker zullen sterven.

Ik help je meteen uit de droom, hier wordt een statistische fout gemaakt. Uitgaande van de getallen die de auteur verstrekt, overleden er tijdens de klinische studie 0,11% meisjes uit de vaccin-groep en 0,07% uit de controle-groep. Echter, deze percentages zeggen iets over de algemene kans om te overlijden in de leeftijdsgroep tussen 9 en 45 jaar voor vrouwen en 9 tot 15 jaar voor jongens (de leeftijdsgrenzen van de deelnemers aan het onderzoek). Als je dat vergelijkt met de kans op het overlijden aan baarmoederhalskanker (0,0025%) dan maak je een valse vergelijking. Je vergelijkt dan de kans dat je overlijdt versus de kans dat je aan een specifieke ziekte overlijdt. De enige eerlijke vergelijking is het aantal ziektegevallen en overlijden tussen de groepen meten, dus placebo versus behandeling. In dit geval vergelijk je dus of er een significant verschil is tussen 0,11% en 0,07%. 

De suggestie dat de sterfgevallen tijdens de klinische studies komen door vaccinatie blijkt onjuist. De getallen haalden de auteurs van PRI uit het document dat de producent van het vaccin publiceert met daarin de cijfers met betrekking tot de klinisch studies. Deze wordt regelmatig vervangen met de meest actuele informatie. Dit is de laatste versie beschikbaar in het archief voorafgaand aan de publicatie op PRI. De cijfers genoemd door de auteurs vind ik terug op pagina 6. Wat de auteurs van PRI dan vervolgens niet opschrijven is dat de doodsoorzaak in geen van die gevallen in verband kan worden gebracht met het vaccin. Denk aan een auto-ongeluk (7 totaal), een overdosis of zelfmoord (4 totaal) en ziektebeelden die maar heel zeldzaam voorkomen bij jonge mensen, in zowel de vaccinatiegroep als de placebogroep. Interessant om te vermelden dat er twee deelnemers zijn overleden aan ‘pulmonary embolus/deep vein thrombosis’, 1 uit elke groep. Het ontstaan van bloedpropjes heb ik meermalen als argument voorbij zien komen in mijn research als gevaarlijke bijwerking. Deze resultaten uit de klinische studies onderbouwen dit argument dus niet. De meest recente versie die nu nog online staat, datum 4/2015, meldt in totaal 40 deelnemers die overleden zijn, en nog steeds maar twee aan ‘pulmonary embolus/deep vein thrombosis’.

De bijwerkingen laten weinig echte verschillen zien tussen de vaccingroep en controlegroepen. De twee meest voorkomende bijwerkingen zijn hoofdpijn en koorts in beide groepen, met een iets groter aantal in de vaccin-groep.

Als het gaat om bijwerkingen dan is het interessant om de bijsluiter van paracetamol er nog eens op na te slaan. 

De bijsluiter van mijn paracetamol, huismerk Etos

Je neemt er waarschijnlijk geen paracetamolletje minder om.

Ik heb nu twee bronnen bekeken. Het rapport van JW en de analyse van het optreden van Dr D H door PRI. Tot nu toe krijg ik de indruk dat deze twee bronnen selectief zijn in wat ze quoten en beschikbare informatie zodanig interpreteren dat het overeenkomt met hun eigen opvattingen.

De naam van Dr D H komt opvallend vaak voor. Niet alleen in de artikelen waar ik hier naar verwijs, maar ook in andere artikelen die ik heb bekeken en hier niet behandel wordt ze geciteerd. Die citaten suggereren dat ze kritisch is over het vaccin. Dat is een interessante positie voor iemand die betrokken is geweest bij het onderzoek naar het vaccin. Wie is deze onderzoeker en wat heeft ze nou echt gezegd?

De rol van Dr. D H

Er is een wikipedia pagina over deze vrouw. Daaruit kan ik opmaken dat ze op dit moment professor is aan de Universiteit van Michigan. Voorafgaand aan deze positie heeft ze aan meerdere universiteiten een aanstelling gehad en is een expert op het gebied van HPV.  In de wikipediapagina klinkt wantrouwen van Dr. D H ten aanzien van vaccineren door. In het licht hiervan is het ook interessant de discussie te lezen bij de tekst van deze pagina.

De bronnen opgenomen op de wikipediapagina leveren me nog geen link op naar de uitspraken die ik zoek. DuckDuckGo levert wel een heel ander interessant artikel op, gepubliceerd op de site SR. SR is iemand die zich sceptisch noemt en zich richt op ‘evidence-based facts’. Met een achtergrond in ‘immunology, microbiology, cell biology, biochemistry, and evolutionary biology’ zijn dat de onderwerpen waar deze auteur zich op richt.

SR heeft een artikel volledige geweid aan de uitspraken van Dr. D H. Dat komt goed uit, want daar ben ik naar op zoek. Het artikel wordt door de auteur regelmatig bijgewerkt met nieuwe informatie. De eerste versie van deze URL is van 17 oktober 2016.  Dit is de versie zoals ik hem heb gelezen. In dit artikel van SR verzamelt de auteur de uitspraken van Dr. D H, met bronvermelding.

De strekking van het artikel is dat Dr D H eenzijdig wordt gequote door auteurs met een anti-vaccinatie agenda. In basis staat de onderzoeker Dr D H achter het vaccin en achter vaccinatie, mits vrouwen en ouders van meisjes maar zelf de keuze krijgen om te vaccineren en daarbij weten dat het nog steeds nodig is om uitstrijkjes te maken.

SR linkt onder andere naar een artikel op HuffPost Contributor platform. Dat artikel betreft volgens de auteur ervan een e-mail van Dr D H waarin ze haar standpunten deelt. Dit naar aanleiding van de controverse die is ontstaan na haar uitspraken die ze onder andere op die conferentie van NVIC zou hebben gedaan. Volgens haarzelf heeft Dr D H dit gezegd op die conferentie:

“The rate of serious adverse events reported is 3.4/100,000 doses distributed. The current incidence rate of cervical cancer in the United States is 7/100,000 women. This is what I said.”

Zo werd het niet opgeschreven in het artikel van PRI.

SR komt ook met een citaat afkomstig van deze website, HW: 

“About eight in every ten women who have been sexually active will have HPV at some stage of their life. Normally there are no symptoms, and in 98 per cent of cases it clears itself. But in those cases where it doesn’t, and isn’t treated, it can lead to pre-cancerous cells which may develop into cervical cancer.”

Dr. D H

Twee woorden zijn bewust vet gemaakt door de auteur van HW. ‘[…] in die gevallen dat het niet behandeld wordt, kan het leiden tot de ontwikkeling van pre-kanker cellen welke baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken.’ Hiermee drukt Dr D H uit dat kanker zich bij een individu kan ontwikkelen, maar dat hoeft niet. Deze uitspraak wordt door HW vervolgens heel anders geïnterpreteerd:

“One must understand how the establishment’s word games are played to truly understand the meaning of the above quote, and one needs to understand its unique version of “science.” When they report that untreated cases “can” lead to something that “may” lead to cervical cancer, it really means that the relationship is merely a hypothetical conjecture that is profitable if people actually believe it. In other words, there is no demonstrated relationship between the condition being vaccinated for and the rare cancers that the vaccine might prevent, but it is marketed to do that nonetheless. In fact, there is no actual evidence that the vaccine can prevent any cancer.”

Bron: HW

De woorden ‘kan’ en ‘kunnen’ zijn woordspelletjes van de gevestigde orde, volgens de auteur van HW. Wat hier volgens HW bedoeld wordt is dat het verband slechts een hypothetsche gissing is waarmee geld verdiend kan worden als mensen er maar in geloven. Sterker nog, volgens HW is er geen verband tussen de infectie met HPV en kanker. Aan het eind van dit artikel wordt ook nog beweerd (zonder bronvermelding) dat het vaccin kankerverwekkender is dan wat het vaccin moet voorkomen. Tot slot word ik als lezer nog even gewezen op dokters die in de jaren vijftig sigaretten roken aanprezen voor gezondere longen.

Terug naar SR. Ik kom eindelijk uit bij de uitspraken waar ik naar op zoek was. In het artikel op HuffPost doet Dr. D H inderdaad een tweetal uitspraken die tegenstrijdig lijken met de uitspraken dat het vaccin veilig is. Deze uitspraken vindt je bij SR onder het kopje 6. D H doubles down (sometimes). Precies deze uitspraken worden gretig omarmd door schrijvers die tegen vaccinatie(plicht) zijn. Ze passen namelijk in de argumentatie dat het vaccin onveilig is.

Het interessante is dat Dr D H eigenlijk doet waar een wetenschapper voor opgeleid wordt. Een genuanceerd verhaal vertellen, erkennen dat de wetenschap nooit honderd procent zekerheid kan bieden, en dat honderd procent veiligheid onmogelijk te garanderen is. Ze wijst telkens op de bijsluiter van de medicatie. Dat wetende beweert ze tegelijkertijd dat het vaccin veilig is en mensen zelf moeten beslissen te vaccineren of niet na het horen van het genuanceerde verhaal. Maar geloof mij niet op mijn woorden, luister liever naar Dr. D H zelf waarin ze, in 2011, dat genuanceerde verhaal vertelt.

Het is nu duidelijk welke rol Dr. D H speelt in de discussie rondom HPV vaccinatie en wat haar standpunten zijn. Tijd om SR weer dicht te doen en terug te keren naar het artikel van CSS.

Wetenschappelijke publicaties verkeerd interpreteren

De volgende bron waar CSS linkt is een wetenschappelijk artikel in de New England Medical Journal. Dit is hetzelfde artikel waar JW naar verwijst. Hierin is de conclusie is dat het vaccin werkzaam is in de groep deelnemers die nog niet besmet zijn met HPV. CSS beweert echter dat de resultaten laten zien dat er helemaal geen effectiviteit is. De methodologie zou verkeerd zijn en dat voor iemand (Dr D H) die nota bene zelf onderzoeksmethodiek heeft onderwezen aan studenten. CSS lijkt zich voor deze uitspraken te baseren op een artikel op GH. Het laatste snapshot van het artikel op GH dat Internet Archive heeft stamt uit 2014. Dit artikel wijst op de groei in het aantal besmettingen onder vrouwen in de leeftijd 20 tot 29 (de ‘Prevalence Ratio’). GH verwijst hierbij naar een tabel uit een andere wetenschappelijk studie. Ik ben niet voor een gat te vangen en heb ook dit wetenschappelijke artikel er maar eens op nageslagen.

De tabel waar door GH naar wordt verwezen blijkt een cruciaal stukje informatie te bevatten dat GH niet vermeld. Alleen in de groep 14 tot 19 jarigen wordt een significant verschil gemeten na vaccinatie. De zogenaamde stijging in de andere groepen is niet significant. Dat wil zeggen, het zijn toevallige schommelingen tussen de groepen die met elkaar vergeleken worden. De afname van HPV infectie onder meisjes tussen de 14 en 19 jaar is juist geen toeval meer te noemen, en dus toe te schrijven aan het effect van de vaccinatie. Sterker nog, de onderzoekers lijken zelfs een hint te vinden in de data dat er groepsbescherming optreedt, maar die conclusie willen ze niet trekken op basis van hun onderzoeksresultaten. Daarvoor is meer onderzoek nodig.

De interpretatie van GH over de cijfers in de wetenschappelijk publicatie is dus niet juist. Daarmee vervalt het argument van CSS dus ook.

Vervolgens uit CSS nog de twijfels over het langetermijneffect van het vaccin, een zorg die Dr D H ook openlijk deelt. Het is een nieuw middel, dus weet je nog niet hoe dat werkt op langere termijn. Overigens is inmiddels uit vervolgonderzoek duidelijk geworden dat bij het 4-valente vaccin (gericht tegen HPV types 6, 11, 16 en 18) hoge antistofniveaus aanwezig bleven tot tien jaar na vaccinatie. (Uit rapport Gezondheidsraad Nr. 2019/09). Maar dat was in 2013, het jaar waarin CSS zijn artikel publiceerde nog niet bekend.

CSS gaat verder. India zou het betreffende vaccin inmiddels verboden hebben, maar daar staat geen bronverwijzing bij. Na wat online speurwerk vind ik daar zelf ook geen bronnen bij. Wel vind ik een artikel dat gaat over de introductie van het vaccin in India in 2009 waarin claims over sterfgevallen in verband met vaccinatie onderuit worden gehaald. En in dit artikel wordt uitgelegd dat vooral de kosten-baten-analyse twijfels brengt voor grootschalige implementatie in India.

De laatste alinea’s van het artikel van CSS roepen op tot verzet. ‘Big Pharma will never get their hands on my son. Not now, not ever!’. Tot slot volgt een oproep tot gebed om ‘onze kinderen te beschermen’ tegen de ‘purveyors’ van het bedrijf dat de vaccins produceert.

De argumenten en mijn bevindingen op een rij

Wat heb ik ontdekt op mijn zoektocht?

Ten eerste dat mijn aanname dat het bericht op Facebook een loopje neemt met de feiten klopt. Ja, er is een meisje van achttien jaar overleden. Dat het meisje is overleden door toedienen van het vaccin is de overtuiging van de moeder van het meisje. De foto’s van de andere meisjes die gebruikt zijn voor het Facebookbericht blijven buiten beschouwing. Wie dit zijn wordt niet duidelijk in het artikel van CSS.

Vervolgens heb ik een pad gevolgd van argumentaties tegen het vaccin.

Het vaccin zou dodelijk zijn. Dat blijkt niet uit de klinische studies. 

Het vaccin zou resulteren in onnodig leed voor 40.000 kinderen. Waar dit hoge aantal vandaan komt wordt niet gespecificeerd, onnodig leed is een vage term en de resultaten van de klinische studies van het vaccin laten zien dat er weinig bijwerkingen zijn.

Het vaccin zou niet werken. Wetenschappelijke studies tonen aan dat het vaccineren wel degelijk besmettingen voorkomt.

Het vaccin zou bijna geen extra kankergevallen voorkomen. Dat klopt, maar alleen voor de groep vrouwen die regelmatig een uitstrijkje laten maken. Er zijn echter groepen vrouwen die dit niet of te weinig doen. Denk ook aan landen waar uitstrijkjes überhaupt niet plaatsvinden.

Het vaccin zou erg duur zijn. De afweging tussen kosten in het hier en nu en baten in de (verre) toekomst is een politieke afweging. Regeringen hanteren hier rekeneenheden voor. De Nederlandse Gezondheidsraad gebruikt in haar rapport de Engelse afkorting QALY, en adviseert opname in het Rijksvaccinatieprogramma.

Met behulp van onjuiste en emotionele argumentatie een politieke discussie willen winnen

Waar het CSS uiteindelijk om gaat is dat hij niet verplicht wil worden zijn eigen kinderen te vaccineren. Het is het argument dat op bijna alle websites die ik bezocht heb in dit onderzoek tegenkom. Dat lijkt mij een redelijk standpunt om te hebben. Ook in Nederland is vaccinatie niet verplicht. Ik kan me goed voorstellen dat wanneer jouw overheid je ineens verplicht je kind te laten inenten met een volledig nieuw vaccin, dit bij jou in het verkeerde keelgat schiet. Dit gaat dus eigenlijk over de vrijheidsrechten van de burger tegenover de zorgplicht van de overheid. Dat is een politieke discussie.

Om vervolgens deze discussie te winnen, construeren de auteurs een argumentatie gebaseerd op misinterpretaties van wetenschappelijk onderzoek en verspreiden vervolgens ongefundeerde verdachtmakingen met een grote emotionele lading, namelijk jonge mensen die overlijden. Door die emotionele lading winnen ze makkelijk aandacht en verspreiden zo op grote schaal onjuiste informatie en brengen daarmee ook mensen aan het twijfelen over HPV vaccinatie die in basis voor vaccinatie zijn. Het bericht op Facebook kreeg zoals genoemd 11.000 reacties, 6100 commentaren en werd 329.000 keer gedeeld. Vergelijk dat met de respons op het interview met Dr. D H op Youtube: 101 reacties (duimpje omhoog/omlaag), 30 commentaren en 13.637 keer bekeken (datum 9 juli 2020). 

Het meest emotionele verhaal wint, ook als het niet waar is.

Nu je dat weet ga ik je helpen je weerstand tegen nepberichten op te bouwen.

De rol van Facebook

Waar ik nooit eerder bij stil heb gestaan is dat Facebook geen optie in z’n emoticons heeft om ‘dit bericht klopt volgens mij niet’ te zeggen. Het enige wat in de buurt komt is ‘boos’, boos dat een dergelijk bericht verspreid wordt. Maar de reactie ‘boos’ zal in dit geval eerder uitgelegd worden dat ik het eens ben met de auteur en boos ben dat dit zogenaamde dodelijke vaccin op de markt is. Alleen door een commentaar te schrijven kan ik kenbaar maken dat ik het niet eens ben met een bericht. Dat is een grote drempel wanneer je weet dat er een hele ‘overtuigingsgemeenschap’ meeleest die ongetwijfeld commentaar gaat leveren op jouw kritische geluid. Het kritische geluid verdwijnt dan weer snel uit het zicht van toevallige voorbijgangers. Facebook faciliteert op deze manier amplificatie van berichten, ook als ze onjuist zijn. Besef je dat.

De anti-virale methode: Leer de signalen herkennen

Een theorie om te voorkomen dat nepnieuws zich verspreid is, grappig genoeg, de ‘inoculation theory’, oftewel de inentingstheorie. ‘Pre-bunking’ wordt ook wel gebruikt als term, als variatie op ‘de-bunking’. Pre-bunking is het zichtbaar maken van methodes, patronen en trucjes die gebruikt worden in berichten met nepnieuws. Door die kennis herken je in de toekomst makkelijker nepnieuws en ben jij niet meer een verspreider van een nepbericht. Door kennis vaccineer je jezelf tegen nepnieuws. Ik deel graag mijn vaccin met je.

Dit zijn de trucjes, mechanismen en waarschuwingssignalen die ik op mijn speurtocht heb waargenomen:

  • Vormgeven als een wetenschappelijk artikel, zonder het te zijn. Het rapport van JW oogt solide en betrouwbaar. Het is opgebouwd als een wetenschappelijk artikel met een inleiding en een analyse. Maar een echte analyse is het niet en er wordt ook een significant deel van de informatie weggelaten, namelijk het deel dat niet past in hun argumentatie;
  • Gebruik van voetnoten. Dit oogt serieuzer, net als in een wetenschappelijk artikel. Vaak blijkt de referentielijst vooral verwijzingen te bevatten naar de eigen website of soortgelijke bronnen. Bijvoorbeeld in het rapport van JW wordt gebruik gemaakt van referenties, maar als je de lijst doorkijkt dan verwijst het naar stukken die niet bijgevoegd zijn, naar artikelen uit de eigen groep en slechts 1 wetenschappelijke publicatie;
  • Linken naar jezelf of gelijkgestemden. Ik had mijn onderzoek met tientallen andere bronnen kunnen aanvullen. Een heel netwerk van gelijkgestemde auteurs linkt naar elkaar en vooral ook naar artikelen binnen de eigen website;
  • Gebruik van oneigenlijke argumenten. Wat ik op meerdere plekken tegen ben gekomen is het argument dat het vaccin maar voor een paar varianten van het HPV virus werkt. “From the manufacturer’s own admission, the vaccine only works on 4 strains out of 40 for a specific venereal disease that dies on its own, so the chance of the vaccine actually saving an individual is about the same as the chance of him being struck by a meteorite.” (Bron) De producent en de onderzoekers zijn hier heel duidelijk over en leggen ook uit waarom. De varianten waarop het vaccin is gericht veroorzaken namelijk verreweg de meeste kankersoorten en meer varianten toevoegen maakt interactie tussen de stoffen in het vaccin onwerkzaam. Die informatie haalt het artikel echter niet;
  • Cijfers verkeerd interpreteren. In het artikel van PRI wordt duidelijk een fout gemaakt in de interpretatie van de cijfers, net als bij de interpretatie van niet-significante getallen door GH. Maar de gemiddelde lezer zal hier niet zo snel vraagtekens bij zetten, zeker niet als ze de auteur zien als een autoriteit op dit gebied. Deze interpretaties gaan zo een eigen leven leiden;
  • Andere, bekende, uitwassen van ‘de industrie’ noemen. Zo werd ik in dit geval gewezen op een ander medicijn dat van de markt werd gehaald, gemaakt door dezelfde producent als het vaccin. Op een andere plek werd verwezen naar artsen die in de jaren vijftig sigaretten promootten. Daarmee wordt de suggestie gewekt dat deze industrie, dit bedrijf, artsen, in het algemeen niet te vertrouwen zijn. Het grootste probleem in de VS is dat dit ook echt het geval was als het gaat om roken. Luister bijvoorbeeld naar deze aflevering van Ologies with Alie Ward waarin Dr. Robert Proctor, professor op Stanford University, vertelt over artsen die tot in de jaren tachtig zwangere vrouwen aanraadden te roken;
  • Claim dat de industrie en de overheid verbonden zijn. “[This Company] has its long financial arm in many state legislatures” en “The authors are all employed by the CDC, which financed the study and actively promotes the [XXX] vaccine” zijn een paar voorbeelden hoe de suggestie wordt gewekt dat overheidsinstanties alleen maar aan het werk zijn voor een marktpartij. Een bronvermelding voor dit soort claims ontbreekt. Het wekt de suggestie alsof het een wetmatigheid is. Dat we dit collectief wel weten;
  • Gebruik van een serieus klinkende naam. Meerdere websites die ik tegenkwam gebruiken termen als ‘instituut’, ‘onderzoek’ of ‘gezondheid’ in wisselende combinaties. Daarmee suggereren deze organisaties een bepaalde autoriteit te hebben en op gelijke voet te staan met bijvoorbeeld het CDC, het RIVM van de VS.
  • Slecht schrijfwerk. Veel artikelen die ik tegenkwam zijn slecht geschreven. Dat is ook niet zo gek, want veel van de artikelen die ik tegenkwam in dit onderzoek zijn geschreven door individuen die waarschijnlijk niet geschoold zijn in schrijfvaardigheid op journalistiek niveau. Dit in tegenstelling tot journalisten en wetenschappers die wel getraind zijn in schrijven.
  • Rommelige opmaak. Denk aan het overmatig gebruik van vette tekst, gekleurde tekst. Links die niet werken (en niet omdat de link niet meer bestaat, maar omdat er een extra http of www voorstaat). Hier zijn amateurs aan het werk!

Wordt een pro-actieve lezer, aarzel met delen

Het belangrijkste wat je kunt doen is jezelf een actieve lezersrol aanmeten. Daarmee bedoel ik dat je berichten eerst verteert voordat je ergens op reageert of iets deelt.

  • Wie: Wie is de auteur van dit bericht? Welke organisatie publiceert dit bericht?
  • Wat: Wat wil deze persoon of organisatie? Welke agenda zouden ze kunnen hebben?
  • Waarvandaan: Wordt er überhaupt naar bronnen verwezen voor bepaalden uitspraken? Naar welke bronnen wordt er verwezen? Zijn die geloofwaardig? Zijn die volledig en juist gequote?
  • Reken na: Kloppen de getallen die gepresenteerd worden?
  • Signaleer: Wordt een van de bovenstaande patronen gebruikt? Heb je een emotionele reactie op wat je leest? Is dat wat de schrijver bewust probeert uit te lokken, om verdere verspreiding te bereiken?
  • Bij twijfel, deel niet

Mijn conclusie en advies aan jou

Het allerbelangrijkste is om te weten dat het emotionele verhaal wint. In het geval van het Facebook bericht waar dit onderzoek mee startte, wordt de dood van jonge meisjes ongefundeerd in verband gebracht met HPV vaccinatie. De dood van jonge mensen is zeldzaam en daarom roept het bij iedereen een sterke emotie op. Zeker bij de ouders van de jongens en meisjes die in de leeftijd zijn waarin een beslissing genomen moet worden over dit specifieke vaccin.

Houd de kennis dat het meest emotionele verhaal wint altijd in je achterhoofd terwijl je iets leest. Als een bericht sterke emoties bij je oproept, moet je je altijd afvragen of dit doelbewust wordt gedaan door de auteur. Emotie verspreidt sneller dan feit en daar maken veel schrijvers op social media handig gebruik van.

Bij de geringste twijfel, deel niet. Heb je een sterke emotionele reactie bij het lezen van een bericht? Vertraag je neiging tot delen. Doe eerst nog even wat onderzoek door verder door te klikken. Of deel het gewoon niet.

Nu nog steeds niet verzadigd?

Dit zijn links naar artikelen die je tijd waard zijn. Sommigen kwamen al eerder voorbij, anderen zijn nieuw.

De wetenschappelijke publicaties die genoemd werden:

Over Inoculation theory:

Over het gebruik van VAERS: 

Bekijk het video interview met Dr. D H ook nog een keer met een andere blik. Ze vertelt namelijk ook over een opmerkelijk verschil in effectiviteit van het vaccin tussen mannen en vrouwen in de studie. Dat toont nog maar eens aan hoe belangrijk het is in klinische studies genoeg diversiteit onder de deelnemers te hebben

Het rapport met advies aan de regering van de Nederlandse Gezondheidsraad over vaccinatie tegen HPV:

Deze aflevering van Ologies with Alie Ward:

En nog een tweetal blogs:

Wordt ook een verspreider van het vaccin

Ik heb dit onderzoek puur op eigen nieuwsgierigheid gedaan. Toen ik begon m’n nieuwsgierigheid te volgen dacht ik er een simpele blogposting over te gaan schrijven. Het werd gaandeweg een artikel van ongeveer 7500 woorden. Je doet jezelf (en mij) een enorm plezier dit artikel te verspreiden onder vrienden en familieleden. Zo help je mee je eigen netwerk te vaccineren tegen nepnieuws.

Eigen inzichten, aanvullingen, extra bronmateriaal, je kunt het allemaal delen hieronder. Een uitnodiging voor een goede bak koffie met een lekker gesprek erbij waardeer ik ook enorm.

0

We verzinnen achteraf wat we denken te weten over onszelf

Ik zit met mijn dochter aan de eettafel. We zijn gezellig aan het kletsen terwijl we boterhammen eten. Nou ja, kletsen. Het is meer dat m’n dochter de ene na de andere vraag op me afvuurt. We praten over de aarde en andere planeten. Dat er anderen landen zijn die heel ver weg zijn. En Friesland niet. Dat dat in Nederland ligt en we daar naar toe kunnen rijden met de auto of de trein. Dochter is even stil. Dan vraagt ze me waar dat is. Ik snap niet waar ze het over heeft. Die foto’s daar, aan de muur. Vanaf haar plek aan tafel kan mijn dochter de foto’s zien die aan de muur van de woonkamer hangen. Het zijn zwart-wit foto’s van Lucca in Italië. Een oude dame met boodschappentasjes in de felle middagzon, een paar scooters in een steegje, de gevel van een trattoria waar mijn man en ik een maand lang onze lunch hebben gehaald. Het zijn visuele herinneringen aan een maand lang ‘dolce far niente’. Was ik daar ook, vraagt dochter dan. Ik antwoord van niet. Papa en mama waren daar met z’n tweeën en dat zij nog niet geboren was toen ik de foto’s maakte. Een paar seconden later zegt dochter. “Toen was ik er wel hoor, toen woonde ik in Nieuw-Zeeland, bij een andere mama.”

Het gaat het driejarige brein van mijn dochter te boven dat er zoiets bestaat als een tijd voor haar geboorte. Daarom heeft ze zich een verhaal eigen gemaakt dat ze vroeger ergens anders woonde. Eerst was dat Afrika en nu is het al weer een tijdje Nieuw-Zeeland. Toen ze de eerste keer kwam met deze verklaring moest ik heel erg lachen. Ik geloof niet dat mijn dochter herinneringen aan een vorige leven heeft, maar kan we wel voorstellen dat anderen hier graag bewijs in zien voor reïncarnatie. Ik niet. Ik kon haar fantasie namelijk haarfijn terugvoeren op de gesprekken die we in de weken daarvoor hebben gevoerd. We hebben het gehad over de aarde en waar bepaalde dieren wonen. Vooral de gevaarlijke wonen in landen in Afrika. Niet in Nederland. En toen we een strandbal kochten met een wereldkaart erop om haar te laten zien dat er allemaal verschillende landen zijn, hebben we het gehad over Nieuw-Zeeland. Dat is een land dat het verst weg van Nederland ligt.

Mijn dochter woont in magisch realisme. Alles is nog mogelijk. In haar wereld is alles uit te leggen en aan elkaar te knopen. De hele dag door verzint ze verhalen en bedenkt ze rollen voor haar moeder en vader. Gelukkig maar, het duidt op een gezonde mentale ontwikkeling. Zo normaal als we het vinden dat kleuters de hele wereld bij elkaar verzinnen, zo ongemakkelijk worden we ervan wanneer een volwassene hetzelfde doet. Toch doen ook volwassenen eigenlijk niet veel anders dan de hele dag door verhalen construeren. We maken dingen mee, slaan daarvan herinneringen op, plaatsen die in de context van eerdere ervaringen en herinneringen die opgeslagen liggen in ons brein en vertellen aan anderen een reconstructie van onze herinneringen aan anderen. 

Neem het voorbeeld dat ik je zonet vertelde over mijn dochter. Dit verhaal is geconstrueerd uit elementen die waar zijn. Ik zit regelmatig met mijn dochter aan de eettafel, ze vuurt regelmatig vragen op me af, de foto’s aan de muur hangen er al heel lang, ik heb haar wel verteld over de tijd voordat zij geboren is en mijn dochter heeft inderdaad bedacht dat ze toen in Afrika woonde. Een aantal maanden later, na intense bestudering van de strandwereldbol, werd dat Nieuw-Zeeland. De combinatie van al deze elementen heeft nooit in de werkelijkheid plaatsgevonden zoals ik het voor je opschreef, maar omdat de elementen in zichzelf allemaal waar zijn, had het wel waargebeurd kúnnen zijn. Ik putte voor de anekdote uit mijn geheugen en maakte daar een verhaal van dat waarachtig overkomt.

Dit doen we allemaal wel eens. Onze herinneringen zijn niet vastgeklonken in ons hoofd, maar worden beïnvloed en veranderd door wat we verder nog meemaken, welke gesprekken we met anderen voeren. Details verdwijnen of verzinnen we er later bij. Zo schreef ik twintig jaar na de vuurwerkramp mijn herinneringen aan die dag op in de volle wetenschap dat sommige details niet meer kloppen. Toen ik er met mijn man over begon te praten (we waren op dat moment al samen) bleek dat ik me dingen wist te herinneren die hij vergeten was en wist hij dingen die ik niet meer wist. Samen puzzelden we weer een completer verhaal bij elkaar. 

In de psychologie gebruiken ze de term confabulatie voor het verzinnen van herinneringen zonder de intentie te hebben om te liegen. Oorspronkelijk gebruikten psychologen deze term voor het fenomeen dat mensen met hersenletsel veelvuldig verhalen verzinnen die niet waar zijn. Dan kan het zomaar gebeuren dat een vrouw je in volle overtuiging vertelt dat ze kleren heeft uitgezocht voor Madonna voor haar toer, terwijl ze eigenlijk een naaister uit Dublin is en Madonna nooit heeft ontmoet. Dit fenomeen lijkt te zeggen dat een mensenbrein een niet te stoppen neiging heeft tot het construeren van verhalen.

Ook gezonde mensen confabuleren. Als je kleren in een winkel uitzoekt bijvoorbeeld. Een klassiek experiment waarover onderzoekers in 1977 publiceerden lieten toevallige klanten te kiezen tussen vier verschillende nachtjaponnen en vier identieke panty’s. Er was een overgrote voorkeur voor het artikel dat het meest rechts lag, met een verhouding vier tegen één bij de panty’s. Achteraf gevraagd waarom de klanten kozen wat ze kozen noemden ze de positie van het artikel helemaal niet. En als de onderzoekers vroegen of de positie invloed gehad kon hebben op hun keuze ontkenden de klanten stellig. Achteraf vulden ze redenen in voor hun keuze die door een onbewust proces werden gemaakt.

Wij mensen zijn slecht in het objectief observeren van onze eigen cognitieve processen. We weten vaak helemaal niet waarom we doen wat we doen. Neuronenpaden zijn op een bepaalde manier in ons hoofd aangelegd, en die paden veroorzaken ons gedrag naar aanleiding van de impulsen die van buiten op ons afkomen. Als we vervolgens gevraagd worden waarom we doen wat we doen weten we helemaal niet welke informatie ons brein gebruikt heeft om ons te doen beslissen. Dat gat vullen we dan vervolgens op met elementen die best eens waar kunnen zijn en vormen zo weer een verhaal dat klopt voor onszelf.

Zo gezien is het volstrekt logisch dat mijn dochter verzint dat ze vroeger in Nieuw-Zeeland woonde. Het is toch ook van de zotte om te bedenken dat er een wereld heeft bestaan waar jij geen deel van uit maakte. Ik ga graag mee in het verhaal van mijn dochter. Vanochtend had ze het nog over haar vriendin van vroeger. Ik vroeg haar of dat was toen ze in Afrika woonde. Nee, dat was in Nieuw-Zeeland. Ze woonden naast elkaar. Het was haar beste vriendin, maar die is nu al dood. Als ze het bestaan van deze vriendin nog steeds volhoudt als ze twintig is, kunnen we het nog wel eens hebben over reïncarnatie. Tot die tijd geloof ik eerder dat ze een paar dingen uit haar huidige leven een plekje probeert te geven. Zo heeft ze net een bundel verhaaltjes van Jip en Janneke (die naast elkaar wonen) van haar oma gekregen en is de beste vriendin van oma een tijd terug overleden. Waanzinnig toch, dat verhalende brein.

0

Ervaring Geen Bezwaar: vrouwen over werk

De eerste aflevering staat online!

Eerder schreef ik al over waarom ik deze podcast ben gestart. Nu is het eindelijk zover dat ik het eerste interview kan delen. De website is online, de podcast is te vinden in de Apple iTunes database en bij Spotify en het volgende interview staat ook al gepland. Tweeduizendtwintig start goed!

Nu alleen nog luisteraars. Dusssee…gauw die koptelefoon op en luisteren! Lekker tijdens een flinke wandeling, als vermaak tijdens je treinreis en inspirerender dan de autoradio.

0

Het geheime project dat geheim blijft

Hoe verras je een man die alles al heeft en zich alles kan veroorloven? Dat was de vraag die ik vorige week heb beantwoord.

Ik maakte voor iemand die onlangs jarig was (en een mooi rond getal werd) een documentaire, als cadeau. Familie, vrienden en collega’s vertellen over hun relatie met de jarige. Dat mocht ik allemaal vastleggen en verwerken tot een verhaallijn, allemaal in het diepste geheim.

De ingrediënten voor dit project: acht interviews (vijf in levende lijve, drie via FaceTime), gedigitaliseerde VHS-banden en talloze foto’s (zowel uit het analoge als het digitale tijdperk). Zes maanden sinds het eerste interview en ruim honderdveertig uur werk later heb ik een documentaire van ruim drie kwartier opgeleverd. Al die tijd wist de jarige van niets en is het gelukt hem te verrassen en ontroeren. Missie geslaagd!

Ik vond het een eer dit document te mogen maken. Hoe vaak krijg je de kans in je werk om iemand beter te leren kennen via interviews met familie en vrienden?

Ik heb heel veel geleerd van dit project. Zo heb opnieuw ontdekt dat ik het interviewen van mensen erg leuk vind. Ik weet nu ook dat het werk exponentieel toeneemt met elk interview dat je doet. Dat ik het verwerken van de interviews tot een verhaallijn één van de leukste uitdagingen vind; het is als het leggen van een puzzel, alleen heeft deze heel veel verschillende stukjes van verschillende formaten. En ik weet nu ook hoe onbevredigend het voelt als je het resultaat van één van je leukste projecten niet kunt delen met je vrienden. Het is een les in nederigheid en leren van het proces te genieten, niet van het applaus achteraf (dat ik uiteraard wel ruim heb ontvangen van het publiek van vier).

Ik ben blij dat ik ja heb gezegd op deze uitdaging. Het smaakt naar meer.1

Rekenen zoals opa

Kinderen moeten weer ‘ouderwets’ sommen stampen, zegt een kop op de website van NOS. Het artikel wordt gedeeld door iemand op LinkedIn en een bekende van me, technisch en academisch geschoold, reageert als volgt:

Is dit het begin van het einde van de feminisering van het lesstof?”

Ouch! Bedoelt hij nou echt te zeggen dat vrouwen in het onderwijs de oorzaak zijn van verminderde rekenvaardigheid bij kinderen? Dat zal toch niet?!

Het begint de kolken in mijn hoofd. Gebrekkige rekenvaardigheden zijn al een hele lange tijd onderwerp van gesprek. De term realistisch rekenen heb ik wel eens horen vallen. Ook heb ik mijn vader, die tientallen jaren docent wiskunde op een middelbare school was voor onder- en bovenbouw, vaak horen klagen over de veranderende methodiek. Ineens bedenk ik mij dat ik ooit een rekenmethode voor een vak bij Onderwijskunde heb ontwikkeld. Zowaar vind ik daar een exemplaar van in mijn archief. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Ik wil wel eens meer weten over die rekenmethodes vandaag de dag.

Voor een vak tijdens mijn opleiding onderwijskunde moesten we een rekenmethode ontwikkelen voor een basisschool.

Ik zit niet in het onderwijs en verder dan een propedeuse Toegepaste Onderwijskunde ben ik niet gekomen (het was noodzaak om de opleiding Toegepaste Communicatiewetenschap te kunnen gaan doen), dus ik doe wat iedereen met een vraag doet: ik stel ‘m aan Duckduckgo.

De rekenmethodes die op basisscholen worden gebruikt, zijn ontwikkeld door uitgeverijen die gespecialiseerd zijn in methodes maken voor het onderwijs. Denk aan Noordhoff met Getal en Ruimte of Malmberg met De Wereld in Getallen en Pluspunt. Auteurs van de methodes voor het basisonderwijs worden niet genoemd. Ik ga er vanuit dat er hele teams bezig zijn met het bedenken van de manier waarop kinderen het beste leren rekenen en daar dan een boek voor samenstellen. Ik stel mij voor dat het mensen zijn die bijvoorbeeld wel de opleiding onderwijskunde hebben afgerond, of mensen die wiskunde hebben gestudeerd. Wie de lesmethodes daadwerkelijk maken wordt echter niet duidelijk als buitenstaander.

Vervolgens wil ik weten wat realistisch rekenen eigenlijk is. Volgens wikipedia is het een rekendidactiek die zich kenmerkt door de nadruk op inzicht.

Dit betekent dat er veel tijd wordt ingeruimd voor begripsvorming. Het doel is dat leerlingen (concrete) problemen en situaties kunnen oplossen met behulp van eigen strategieën en inzichten. Dat kan een strategie zijn voor het uitrekenen van 8 keer 7. Bijvoorbeeld door 7 te schrijven als som van 2 en 5 en dan via 8 keer 5 en 8 keer 2 op 56 als de som van 40 en 16 uit te komen. Startpunt zijn de voor kinderen voorstelbare (alledaagse) contextsituaties.

Contextsituaties. Juist. In de volksmond ook wel verhaaltjessommen genoemd. Bijvoorbeeld:

De school houdt een ‘koekenactie’. Er zitten 4 koeken van € 0, 75 per stuk in één zakje. In totaal verkopen de leerlingen 250 zakjes met koeken. Voor hoeveel geld is dat?

De termen kolomsgewijs rekenen en hapmethode worden ook genoemd. Daar wordt het pas echt interessant. Kolomsgewijs rekenen is een methode waarbij je van links naar rechts rekent. Als je boven de dertig bent heb je hoogstwaarschijnlijk van rechts naar links leren rekenen. Een voorbeeld:

Partial-Differences Subtraction Step 4.JPG
(Afbeelding: StilfehlerCC BY-SA 3.0Link)

Volg je ‘m? Nee, ik eerst ook niet. Je hoeft bij deze methode niet te onthouden welk getal je nog mee moet nemen, dat zou het rekenen makkelijker maken. Het voelt voor een rechts naar links geschoolde totaal tegennatuurlijk en onlogisch.

Nog gekker wordt het voor iemand die de klassieke staartdeling heeft geleerd en probeert de begrijpen hoe de hapmethode werkt. Hoe ik er ook naar kijk, het lijkt mij meer meer gokken met getallen dan systematisch te werk gaan.

De ‘hapmethode’

Door de introductie van realistisch rekenen zijn kinderen niet echt beter gaan rekenen. Sterker nog, in het NOS artikel wordt genoemd dat we van een top vijf notering afgezakt zijn naar plaats negentien, internationaal gezien. Heeft de introductie van realistisch rekenen daar iets mee te maken?

Mijn zoektocht bracht mij bij het zwartboek geschreven door Jan van de Craats, wiskundige en hoogleraar, Waarom Daan en Sanne niet kunnen rekenen. Publicatiejaar 2008! Daarin legt hij uit hoe kolomsgewijs rekenen en de hapmethode werken en waarom er volgens hem hardnekkige mythes over leren rekenen hebben geleid tot een verkeerde didactiek in het rekenonderwijs. De mythes volgens hem: 1) eerst begrijpen dan pas oefenen; 2) leerlingen vinden rijtjes sommen vreselijk; 3) het is goed als leerlingen meerdere oplossingsstrategie- en leren hanteren en zelf kunnen kiezen welke methode ze bij een concrete opgave willen gebruiken.

Deze derde mythe is volgens Van de Craats de meest schadelijke.

Tientallen bladzijden in het moderne rekenlesmateriaal worden gevuld met handigheidjes, foefjes, trucs en hap-snapmethodes die alleen in heel speciale gevallen vlot werken. Voor de beginner en voor de gevorderde matige of zwakke leerling is dit ‘handige rekenen’ rampzalig.

Kolomsgewijs rekenen is een methode die werkt voor de kleinere getallen, maar voor grotere getallen (zoals bijvoorbeeld geldbedragen met twee cijfers achter de komma) al snel onhandig wordt.

In principe zijn deze rekenmethodes bedoeld als een tussenstap richting de standaardmethodes, die blijkbaar als iets moeilijker worden ingeschat. Van de Craats concludeert echter na het uitpluizen van de Periodieke Peilingen Onderwijs Niveau van 2004 (een vrij dik rapport) dat lang niet alle docenten de omslag maken naar het aanleren van de traditionele rekenrecepten in de laatste groepen van het basisonderwijs.

Het hele zwartboek van Van de Craats is interessant om door te lezen. Het is meteen ook een opfriscursus voor de oude recepten van het rekenen. Zo heb ik ook maar weer eens een staartdeling gemaakt. En geconcludeerd dat de hapmethode echt niet mijn ding is. Wat ik ook prettig vind om te lezen is dat het helemaal niet erg is dat ik als kind niet kon hoofdrekenen:

Als een persoonlijke opmerking wil ik daar graag aan toevoegen dat het bij veel van de hierboven gegeven opgaven niet in me op zou komen ze uit het hoofd te berekenen. Met pen en papier doe ik het sneller en gegarandeerd zonder fouten, want hoofdrekenen is nooit mijn sterke kant geweest. Het heeft bij mij ook nooit het inzicht bevorderd.

Als een hoogleraar wiskunde dat durft toe te geven, dan doe ik dat ook!

Terug naar de opmerking van die kennis van me. De discussie over de manier van rekenonderwijs is al heel lang gaande. Volgens wikipedia hebben we het realistisch rekenen te danken aan Freudenthal, een man. Die methode heeft de afgelopen decennia zijn intrede gedaan in het rekenonderwijs. “Feminisering van het lesstof” is dus een totaal verkeerd gekozen term. Neemt niet weg dat er terecht kritiek is op de methodes die de afgelopen jaren gebruikt zijn in de rekenlessen. Kinderen rekenen er aantoonbaar niet beter door.

Van de Craats schreef zijn zwartboek in 2008. Is er wat veranderd in tien jaar tijd? Het lijkt er wel op. Dit lees ik namelijk in een whitepaper van uitgever Malmberg bij het introduceren van de nieuwe generatie rekenmethodes:

Daarnaast combineert Malmberg de sterke elementen uit de traditionele en uit de realistische rekendidactieken in één vorm: evenwichtig rekenen. De beste balans tussen veel oefenen en de verbinding met de realiteit.

Door mijn zoektocht weet ik welke vraag ik kan stellen aan schooldirecteuren als ik in het komende jaar op zoek ga naar een goede basisschool voor mijn dochter. Gelooft u nog in realistisch rekenen? Want ik hoop dat mijn dochter later net zo goed kan rekenen als haar opa.1