Gedachten

Hoeveel aannames kun je verpakken in één zin?

Soms hoor je iemand iets zeggen en denk je: hè? Zo zag ik afgelopen vrijdag geheel toevallig een interview in Nieuwsuur met een oud-voorzitter van de NRA, de vereniging voor wapenbezitters van de VS. In reactie op een voorstel om de minimumleeftijd voor het aanschaffen van een vuurwapen van 18 naar 21 jaar zegt hij:

Many Americans, women in particular, out of the home, are living on their own and need firearms for self-defense before 21 (Nieuwsuur, 2 maart 2018, 36:06-36:40)

Wat weet deze man een boel aannames te verpakken in één luttele zin:
1. De wereld buiten je huis is onveilig;
2. Je kunt de mens niet vertrouwen;
3. Je moet buiten de deur dus altijd voorbereid zijn op onheil en een wapen bij je te dragen;
4. De vrouw is een kwetsbare soort;
5. Vrouwen zijn buiten de deur niet veilig;
6. Vrouwen kunnen zich alleen met een vuurwapen verdedigen;

Ik ga maar eens even een luchtje scheppen buiten op straat. Gewapend met een huissleutel, een fototoestel en een glimlach voor ieder mens dat ik tegenkom.

00

Waarom we verhalen van vrouwen niet serieus nemen

The Guardian publiceerde gister een interessant essay van Lili Loofbourow. In het essay legt Loofbourow uit dat we vrouwenverhalen met een andere blik bekijken dan mannenverhalen. En dat het tijd is hier mee op te houden, omdat we daardoor parels over het hoofd zien. In één van de laatste alinea’s maakt ze de vergelijking met het fenomeen selectieve aandacht dat een aantal jaar geleden viraal ging:

If male-centric plots are the players in white shirts, if we are told that the bouncing balls are the only plots worth following, how many dancing gorillas did we miss while we were counting?

Een vergelijking die hout snijdt.

Het is een lang artikel, maar zeer de moeite van het lezen waard.

00

Stoppen met baren? Te laat.

In De Correspondent vandaag een goed artikel over gelijkheid van vrouwen en de grootste horde die we daarvoor moeten nemen: kinderen (niet meer) baren.

Een team Amerikaans-Brits-Deense economen concludeerde namelijk op basis van Deense salarisdata van 1980 tot 2013 dat vrijwel de hele inkomenskloof – dat vrouwen gemiddeld 20 procent minder verdienen dan mannen – toe te schrijven is aan één en hetzelfde evolutionair onevenredige drama: vrouwen baren de baby’s. En dragen daarna de meeste zorg.

Dit effect heet nu: de child penalty.

Ouch! Zelfs in Denemarken dus, één van die Scandinavische voorbeelden waar we in Nederland naar wijzen als het gaat om gelijkheid tussen man en vrouw met betrekking tot kinderen krijgen.

Lees het hele artikel. Het is gespekt met interessante links naar onderzoek en schetst een toekomstscenario waarin het onverenigbare perspectief van de ambitieuze werkende moeder wordt verruimd. Een scenario dat veel ethische vragen oproept.

00

Nederland schaatst

Ondanks de harde wind zijn er plekken in de grachten en sloten van Vathorst waar geschaatst wordt.

2018 Schaatsen in Vathorst

Vorig jaar maakte ik op 23 januari dit plaatje nog in Enschede (bij de Stokhorstvijver).

00

Voorleestijd gaat achteruit in Groot-Britannië, hoe zit dat in Nederland?

Only half of pre-school children being read to daily‘ kopt The Guardian deze week. De woordkeuze doet vermoeden dat het heel weinig is. Als ik het artikel lees kom ik er achter waarom het nieuws is. Binnen vijf jaar tijd is het percentage ouders dat hun jonge kinderen dagelijks voorleest gezakt van 69% naar 51%. Dat klinkt inderdaad als een grote achteruitgang. Vooral als je weet dat voorlezen bij jonge kinderen heel erg veel voordeel oplevert voor hun taalvaardigheid op lange termijn. Dat ouders uitgeblust zijn aan het eind van een werkdag wordt als belangrijke reden aangegeven voor het niet meer voorlezen.

In ons huishouden wordt op dit moment elke dag voorgelezen. Ik heb een kind van bijna twee en zij is nu al een boekfanaat. Mijn dochter vraagt me de hele dag door om voor te lezen. Vijf verschillende boeken meerdere keer voorlezen haal ik met gemak. Zowel ik als mijn partner lezen ook veel. Ik kan me dan ook weinig voorstellen bij een huishouden zonder boeken. Het artikel in The Guardian wekte mijn nieuwsgierigheid. Hoeveel lezen Nederlandse ouders voor?

Ik heb even wat moeten graven, maar op leesmonitor.nu staan bruikbare cijfers. 40% Van de Nederlandse ouders leest (bijna) elke dag voor. Dat is minder dan de Britten melden, maar de Nederlandse cijfers gaan over kinderen tussen nul en twaalf, waar de getallen in The Guardian verwijzen naar de groep kinderen die nog niet naar school gaat. Als kinderen zelf kunnen lezen, wordt er door ouders minder voorgelezen. Het kan dus goed zijn dat het percentage hoger ligt bij ouders van de jongste kinderen. Het positieve nieuws: er zit een licht stijgende lijn in het aantal ouders dat dagelijks voorleest (van 37% in 2014 naar 40% in 2016). Misschien wel het resultaat van Boekstart. Het slechte nieuws: bijna de helft van kinderen in Nederland wordt nauwelijks voorgelezen. Ik vind dat schokkend veel.

Ik blijf gewoon lekker voorlezen. Elke dag weer. Ook al moet hetzelfde verhaaltje voor de vijfde keer, het blijft gezellig, met zo’n dreumes op schoot.

00

Stross over waarom hij weinig SF meer leest

Charles Stross legt uit waarom hij, ondanks dat hij zelf een schrijver van het genre is, weinig Science Fiction meer leest. Het komt er eigenlijk op neer dat hij overtuigd is dat een plausibele wereld bouwen waarin de karakters acteren noodzakelijk is.

Worldbuilding is like underwear: it needs to be there, but it shouldn’t be on display, unless you’re performing burlesque. Worldbuilding is the scaffolding that supports the costume to which our attention is directed. Without worldbuilding, the galactic emperor has no underpants to wear with his new suit, and runs the risk of leaving skidmarks on his story.

En dat is precies waar huidige schrijvers volgens hem steken laten vallen.

Simply put, plausible world-building in the twenty-first century is incredibly hard work. (One synonym for “plausible” in this sense is “internally consistent”.) A lot of authors seem to have responded to this by jetisoning consistency and abandoning any pretense at plausibility: it’s just too hard, and they want to focus on the characters or the exciting plot elements and get to the explosions without bothering to nerdishly wonder if the explosives are survivable by their protagonists at this particular range. To a generation raised on movie and TV special effects, plausible internal consistency is generally less of a priority than spectacle.

Lees vooral het hele artikel van Stross.

Voedsel voor de gedachten. Zeker in het licht van een verhaal met een sci-fi insteek waar ik nog mee bezig.

00
Pagina 2 van 1212345...10...Minst recente »