Gedachten

Confabulation: we verzinnen ons verhaal achteraf

Lisa Bortolotti beschrijft in een artikel op Aeon het fenomeen ‘confabulation’. Een experiment laat zien wat met die term bedoeld wordt.

…psychologists Richard E Nisbett and Timothy Wilson at the University of Michigan laid out a range of items, such as pairs of stockings, and asked people to select one. Participants consistently preferred the items on their most right-hand side. But when they were asked to explain their choices, they did not mention the position of the items, and instead attributed their choices to the superior texture or colour of the chosen pair of stockings, even when the displayed pairs were all identical. People confabulated. Not knowing some of the factors that were determining their choices, they produced an explanation that was not based on evidence relevant to the factors determining their choices, but mentioned instead plausible reasons why the chosen item was better.

‘To confabulate’ is de term die gebruikt wordt in het Engels wanneer we een fictief verhaal aan onszelf vertellen, en tegelijk geloven dat het verhaal waar is. Lees de rest van het artikel waarin Bortolotti beschrijft dat ‘confabulation’ iets is om te vermijden Ć©n ook een voordeel kan zijn: Confabulation: why telling ourselves stories makes us feel ok.

00

A map of Europe

Peter Rukavina reused a calendar of historic maps to create something new. We received one of Europe in the mail today. Thanks Peter! I love it!

 

00

Een animatiefilm plannen doet Aardman zo

Ik hou van ‘The making of’-verhalen. Adam Savage is op bezoek bij Aardman Animations, je weet wel, de maker van Wallace & Grommit en Shaun the Sheep. Hoe plan je eigenlijk een animatiefilm van anderhalf uur en meer dan 140o scenes? Met pen, papier, punaises en elastiek.

00

DON’T PANIC!

Als een geek iets de ruimte in stuurt, dan gaat dat in gepaste stijl šŸ˜€

Speel ondertussen:

en kijk live mee:

En voor wie de verwijzing DON’T PANIC! niet kent:
Phrases from The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy

00

RIP Web 2.0 (?)

Als ik tussen de regels van het nieuws lees, dan krijg ik het gevoel dat we een kantelpunt naderen. Web 2.0 staat op het punt van sterven, alleen wij moeten nog even met z’n allen bepalen wanneer we de stekker er uit trekken.

Oud-medewerkers van de grote spelers hebben zich nu zelfs verenigd om te strijden tegen de macht van hun voormalige werkgevers. De winst van een merkwaardige en domme president wordt voor een deel toegeschreven aan de echokamers die door een onzichtbare en schijnbaar oncontroleerbare hand gecreƫerd worden. Ik heb het dan natuurlijk over de algoritmes die een bedrijf als Facebook gebruikt om ons het nieuws uit je eigen netwerk te presenteren. Het lijkt erop dat deze onzichtbare hand zich heeft overspeeld en de spelers ƩƩn voor ƩƩn besluiten het spel te verlaten. Met bijna anderhalf miljard dagelijkse gebruikers zal het even duren voordat het speelveld verlaten voelt, maar in sommige hoeken van Facebookland dient de leegheid zich al aan. In mijn eigen netwerk bijvoorbeeld.

Ik heb een aantal maanden geleden al besloten Facebook zoveel mogelijk links te laten liggen. Het brengt me weinig waarde meer. De vulling van mijn tijdlijn is onder invloed van algoritmes en leegloop verschraald. Veel advertenties tussen de updates, gepresenteerd alsof iemand in mijn netwerk me dit aanraadt te bekijken of te kopen. Het uitwisselen van interessante links, boeken en artikelen is een kunstvorm die door het gros van de mensen die later aan boord zijn gesprongen niet wordt gebezigd. Het presenteren van je leven is de norm geworden. Begrijpelijk, want we zijn allemaal mensen en we willen allemaal leuk gevonden worden. Ik ben meer van het slag geĆÆnformeerd te willen zijn over het reilen en zeilen van de wereld. Ik kom nu beter aan mijn trekken via de bekende nieuwskanalen dan pak en beet tien jaar geleden. Ook zij hebben ogen en oren gegroeid dankzij de versneller van het web. Ergens een goede ontwikkeling. Een journalist is over het algemeen beter uitgerust om een verhaal te vertellen over een goed dieet dan een zelfverklaarde dieetgoeroe die ook wel eens een boekje heeft gelezen.

Af en toe scrol ik nog even door m’n tijdlijn om een inkijkje te krijgen waar vrienden mee bezig zijn en of er nog interessante artikelen gedeeld zijn. Liken doe ik sporadisch, commentaar geven alleen als ik het echt nodig acht. Om bijvoorbeeld een kennis een hart onder de riem te steken in een verdrietige periode. Inloggen doe ik minder en minder. Facebook ziet dat en stuurt me zelfs mailtjes met een teaser wat ik allemaal wel niet gemist heb. Als ik zo’n mailtje tegenkom in mijn mailbox voel ik mij triest. Niet om wat ik eventueel gemist heb, maar om het getrek van een bedrijf aan mijn aandacht om meer over mij te weten te komen dan ik zelf over mezelf kan bedenken. En daar dan geld aan probeert te verdienen.

Facebook is de plek waar het grootste deel van mijn netwerk, online en offline ontmoet, rondhangt. Twitter heb ik jaren geleden al verlaten. Google’s sociale tak ben ik nooit aan begonnen en LinkedIn gebruik ik nog steeds vooral als een online CV, niet als een plek om verhalen te delen. Dat krijg je als je lid bent van het eerste uur. De mogelijkheden van zo’n netwerk worden uitgebreid en iedereen die later aan boord stapt heeft die functionaliteit als basis, voor mij voelt het nog steeds wezensvreemd om te facebooken in een linkedin-jas.

Flickr is al meerdere keren doodverklaard. Instagram daarentegen floreert als een gek. Ik hield vast aan Flickr, helemaal toen Facebook eigenaar werd van het fotoplatform. Veel nieuwe foto’s voeg ik er niet meer aan toe. Toch is Flickr voor mij nog altijd de beste beeldbank om foto’s te vinden onder Creative Commons licentie om in projecten en artikelen te gebruiken.

WhatsApp heb ik enkelen weken na de overname door Facebook van mijn telefoon verwijderd. Ik wist toen al dat de belofte van de WhatsApp-oprichter dat gegevens niet gedeeld zouden worden met Facebook, een loze was. Ik kreeg gelijk. Nu denken mensen dat ik onbereikbaar ben, omdat ik geen WhatsApp gebruik. Als ik dan zeg dat SMS ook nog altijd werkt moeten ze gelukkig ook heel hard om zichzelf lachen. Tegenwoordig kost dat ook niets meer.

Als twintiger en begin dertiger hing ik nog wel eens met m’n neefje en nichtje in dezelfde online netwerken rond. Die kruisbestuiving tussen generaties is dankzij groepschat en privacyinstellingen om zeep geholpen. Niet erg, want de jeugd heeft het recht op een beetje privacy bij het delen van inhoudsloze en amorele grappen onder elkaar. Gelukkig doen ze dat niet meer op publieke pagina’s van Hyves of hun openbare Twitter tijdlijn. Ook in de online opvoeding zijn we volwassen geworden. In 1998, toen ik voor het eerst een website maakte voor mijn opleiding, waren we er van overtuigd dat we een website nog weer konden verwijderen. Twintig jaar later weten we dat het web niet vergeet. We weten ook hoe een digitaal document zich laat verspreiden op een schaal die we nog niet eerder in de wereld hebben meegemaakt.

Als ik dit zo opschrijf voel ik me een oma die herinneringen ophaalt aan haar jeugd. Het gekke is, dit is niet mijn jeugd maar mijn volwassen leven. Pas op m’n negentiende heb ik voor het eerst iets op het internet kunnen zoeken. Sinds die tijd heb ik alles dat online gebeurde omarmd. Het was alsof ik een zuurstofslang in mijn neus geduwd kreeg en jarenlang interactie-high heb rondgelopen. Ik leerde mensen in andere landen kennen, ik ontmoette ze op conferenties, ik leerde nieuwe vakgebieden kennen, las ineens veel meer interessante boeken, was beter geĆÆnformeerd over de wereld. Ik deelde van alles met heel veel verschillende mensen in de kanalen van het moment. Maar nu, twintig jaar later ben ik me aan het terugtrekken uit diezelfde wereld en ben ik weer terug op het kleine eilandje waar ik begonnen ben: mijn blog.

Ik ben nog steeds overtuigd van de waarde van ervaringen en verhalen delen, maar het voelt ook wel een beetje eenzaam in mijn eigen ruimte. Het grote publiek zit nog altijd bij de voorstelling van Facebook. Ik heb de voorstelling verlaten en sta nu bij de uitgang visitekaartjes uit te delen. Ik ben weer terug in Speaker’s Corner op een koude regenachtige dag. Het spaarzame potentiĆ«le publiek heeft de handen diep in de zak gestoken en verbergt de neus in de sjaal. Als het publiek er niet meer is, dan ontbreekt het gesprek en het open gesprek was ooit het startpunt van mijn ontdekkingsreis naar het sociale web. Al lange tijd verlang ik terug naar die gesprekken: inhoudelijk, open, werelds. Ze werden ondergesneeuwd door foto’s van katten en kinderen. Vele malen schattiger en makkelijker te liken.

Ik ben niet de enige die Facebook verlaat. Zo ben ik geĆÆnspireerd geraakt door de beslissing van mijn vriend Peter Rukavina (woonachtig in Canada) om de deur naar Facebook definitief dicht te gooien. Ik moet zeggen, sinds die tijd hebben op regelmatig even een korte uitwisseling vie e-mail. En zal ik je eens wat verklappen? Het contact voelt veel warmer dan een icoon onder een bericht.

Zoals ik het interpreteer sterft het sociale web zoals we dat nu kennen een langzame dood. Teveel mensen zijn klaar met de onzichtbare hand die manipuleert wat je wel en niet te zien krijgt. Je kunt met je eigen dagelijkse leven niet opboksen tegen het gepolijste vrolijk gefilterde leven van honderden online vrienden. Je eigen worsteling zie je wel, die van een ander wordt bewust voor je verborgen. Inmiddels wijzen eerste onderzoeken uit dat het de psyche van een mens kan schaden.

We wilden toch alleen maar met vrienden kunnen kletsen en foto’s van de kinderen delen onafhankelijk van plaats en tijd? Facebook heeft aangetoond dat er een diepe menselijke behoefte is aan een ruimte tussen het privĆ©gesprek en de publieke ruimte. Genoeg mensen maken zich zorgen over de macht van de grote spelers. Ik verwacht dat de komende paar jaar veel meer mensen zich gaan terugtrekken in kleinere online gemeenschappen. In mijn kringen wordt er al lange tijd gesproken over gedistribueerde modellen als Diaspora. Volgens mij zijn we dicht bij het kantelpunt dat investeren in je eigen netwerk, vrij van manipulatie om financiĆ«le doelstellingen van aandeelhouders te moeten halen, gaat lonen. Mensen zijn meer en meer bereid afscheid te nemen van wat er is en zijn op zoek naar nieuwe plekken om rond te hangen.

Ondertussen blijf ik gewoon bloggen, zoals ik al een jaar of zestien doe. Fanatieker dan voorheen en iets minder persoonlijk dan ik op Facebook zou doen. Met een open hart en open blik zoek ik offline en online naar verhalen die ik de moeite waard vind om te delen. Ik hoop dat er af en toe iemand aanwaait waarmee een goed gesprek onder miljoenen ogen ontstaat.

00

IJssel

Om in de geest van Terlouw te blijven, bij deze dan ook nog zijn gedicht de IJssel.

Twintig jaar woonde ik in Overijssel, aan de verste oostzijde van de IJssel. Met de trein op weg naar de rest van het land markeerde de brug over de IJssel bij Deventer de overgang van thuis naar ver weg. Nu woon ik in de rest van het land. Af en toe mis ik de blik die ik vanuit de trein kon werpen over de IJssel, die soms smal en soms ook breed stroomt. Misschien moet ik vaker met de trein naar het oosten.

00