“Hebben jullie al een schema gemaakt wat je wilt zien morgen?”

Ik zat in een restaurant in Brussel met een groep mensen die ik nog nooit eerder ontmoet had. Met een paar ervan had ik online wel eens interactie gehad op Mastodon en slechts één ervan volgde ik ook. Het was via hem dat ik de oproep onder ogen kreeg om met FOSDEMmers een hapje te gaan eten met anderen die ook op vrijdagavond al in de stad waren. Zeven mannen en ik verzamelden zich in het restaurantje. Al gauw ging het gesprek over wie waar naar toeging tijdens FOSDEM. Vervolgens kwamen de telefoons op tafel, werden apps geopend en deelden de mannen wat ze allemaal gebookmarkt hadden, maar dat sommige dingen niet gingen lukken, omdat de gebouwen te ver uit elkaar lagen, of dat ze verwachtten dat ze toch niet meer in de zaal zouden passen en dat ze op tijd in de dev room wilden zijn om een plekje te hebben. Wacht even? Er zijn apps voor dit event? Gebouwen te ver uit elkaar? Op tijd aanwezig moeten zijn in de zaal voor een plekje? Wat voor conferentie is dit? Ik ging toch niet naar een festival?

Tot vorig jaar had ik eigenlijk nooit een gedachte vuil gemaakt aan FOSDEM. Ergens wist ik wel van het bestaan, omdat de IT-ers in mijn netwerk het er wel eens over hadden, maar meer dan een vage notie was het niet. En toen leek eind januari 2025 ineens iedereen uit mijn Mastodon-netwerk in Brussel te zijn en een fantastische tijd te hebben. Er was dat jaar namelijk een devroom toegevoegd voor ´social web’. Dev staat voor developers en inderdaad, FOSDEM is een grote conferentie voor ontwikkelaars van ‘free’ en ‘open source’ software. Elk jaar verzamelen ontwikkelaars zich een weekend lang in Brussel, op de campus van de Université Libre de Bruxelles (ULB), om elkaar te ontmoeten, elkaar te laten zien waar ze aan gewerkt hebben, om elkaar te inspireren. En om heel veel stickers te verzamelen.

Dat FOSDEM geen gebruikelijke conferentie is, was me wel duidelijk voordat ik naar Brussel afreisde. Ik hoefde niets te betalen en registreren was ook niet nodig. De organisatie heeft dan ook geen idee wie komt opdagen, anders dan de organisatoren van de verschillende devrooms en de sprekers in die ruimte. Dat is best een gok als je bedenkt dat ze zelf melden meer dan 8000 bezoekers aan te trekken. In de week voorafgaand had ik wel gekeken naar de programma’s in de verschillende devrooms en geconcludeerd dat er maar twee ruimtes interessant voor mij waren: Social Web en Legal & Policy, allebei op zaterdag. Maar die vrijdagavond werd me pas duidelijk dat schakelen tussen beide ruimtes vrijwel onmogelijk zou zijn. Ter plekke installeerde ik een van de FOSDEM apps en realiseerde me voor het eerst hoe groot die campus echt was. Van het ene naar het andere gebouw kon rustig vijf minuten tijd kosten, nog exclusief de trappen die je op en af moest. Eenmaal terug in m’n hotelkamer maakte ik een aanvalsplan, want er waren toch echt een aantal sprekers in de Legal & Policy room die ik wilde horen en een van mijn tafelgasten van die avond zou iets over OpenStreetMap vertellen, wat ik wellicht nog kon gebruiken voor mijn artikel in De Stadsbron.

Ik was van plan het rustig aan te doen zaterdagochtend, maar na de verhalen over overvolle zalen, zette ik toch de wekker maar wat vroeger zodat ik op tijd richting de campus kon. Dat zou immers ook nog minstens een half uur kosten. De locatie van het hotel had ik uitgezocht op de aanwezigheid van een directe tramverbinding richting de ULB, maar die reed niet vanwege onderhoud, dus het werd een combinatie van metro en tram. Bij m’n overstap vanuit de metro liep ik de trap op naar buiten en meteen tegen de juiste tramhalte aan. Dat het de juiste halte was kon niet missen. Bijna geen mens op de been in de stad, maar deze halte stond vol met mensen. Een mix van grijs, bruin, blauw, blond en roze haar, menig met software logo’s op trui, t-shirt of tas en Spaans, Italiaans, Frans, Nederlands of Engels sprekend. Elke minuut werden er door metro’s meer en meer mensen aan de meute toegevoegd. De eerste tram die voorreed was leeg bij aankomst en propvol bij vertrek. Vervolgens moest deze nog menig halte langs, waar net zulke grote groepen stonden te wachten, waarvan slechts een paar zich er nog wisten in te voegen. Ik had medelijden met de enkele Brusselaar in het stukje tram dat ik kon overzien. Geklemd tussen zoveel mensen keek die bezorgd om zich heen, zich centimeter voor centimeter een weg banend naar de uitgang om maar weer op tijd uit te kunnen stappen. Hoewel ik de informatieborden in de tram niet kon zien was voor mij bij de juiste halte uitstappen slechts een kwestie van de meute volgen. Een lege tram reed verder richting het zuiden vanaf halte ULB.

Blij verlost te zijn van de benauwde tram liep ik vol goede moed het terrein op van de universiteit. Verwarrend vond ik het wel, want het leek meer op een oud industrieterrein. Ik passeerde een verroeste slagboom, liep over kapotgereden betonplaten en zag schijnbaar verwaarloosde panden om me heen. Veel plekken in Brussel maken op mij een groezelige indruk, maar dit was nog een graad erger. Iedereen liep over de brede laan tussen de gebouwen, waar links en recht de foodtrucks al stonden opgesteld om de hongerige lunchgasten later op de dag te kunnen voorzien van eten. Hier en daar was er al één in bedrijf, voor koffie, voor wafels, of bezig de grill alvast op te stoken. Ik eet geen vlees meer en ik vreesde op dat moment dat er voor mij weinig te halen zou zijn tussen de hamburgertrucks. Ik probeerde te spotten of ik bekenden zag, maar geen enkel vertrouwd gezicht. Op de app zocht ik op waar de opening keynote van de dag zou zijn. Het duurde even voor ik de ingang van het gebouw had gevonden. Voor de deur stonden veel mensen wat gefrustreerd te wachten. Achter de deur zag ik een vrijwilliger, te herkennen aan de felgekleurde shirts, die duidelijk de deur blokkeerde. Juist, vol dus. Buiten stonden verschillende mensen met de luidspreker van hun telefoon tegen een oor gedrukt te luisteren. Het duurde enkele minuten voordat ik me besefte dat ze de live-stream volgden van de opening keynote. Vanbinnen moest ik glimlachen. Je gaat naar een evenement om vervolgens op een brak campusterrein een livestream te gaan volgen. Gelukkig regende het niet.

Het duurde nog minstens een uur voordat het programma in de andere ruimtes zou beginnen. Op de app zocht ik het precieze gebouw op waar de Social Web dev room was. Dat bleek om de hoek. Toen ik daar binnenstapte was het een grote chaos binnen. Heel veel mensen stonden in de rij. Als een braaf schaap sloot ik mij er bij aan, omdat ik oprecht dacht dat het voor toegang tot de zaal was. Wellicht was de deur nog niet open. Ergens twijfelde ik wel, want zoveel mensen zouden toch niet naar Brussel komen om over ActivityPub te horen? Ik vroeg daarom toch maar aan iemand voor mij waar ze voor in de rij stonden. T-shirts. Ah, dit was dus ook de plek waar de FOSDEM merchandise werd verkocht. Dat betekende ook dat ik de rij kon verlaten, want in dat shirt had ik geen interesse. Dwars door de rij baande ik mij een weg verder de gang in en zowaar spotte ik het magische nummer van de zaal waar ik m’n plekje wilde claimen. In de zaal was het nog rustig. Ik spotte wel een tweetal tafelgenoten van de avond ervoor, de eerste bekende gezichten die ochtend. Heel eerlijk, al tussen de walmende foodtrucks had ik met mezelf afgesproken dat als ik me om wat voor reden niet meer prettig zou voelen, ik een tram terug richting het centrum en het hotel mocht nemen. Ik hoefde hier immers niets, het was mijn eigen nieuwsgierigheid die me hier bracht, maar als dit niet een plek voor mij bleek, dan was er niets verloren. Een schrijver kan overal werken, zolang er maar een scherm en toetsenbord of een notitieboekje en pen in de tas zitten. In het allerergste geval maakte ik van dit weekend een korte schrijversretreat.

Dat ik twee bekende gezichten zag, stelde me enigszins op m’n gemak. Ik voegde me bij de twee mannen in de rij collegebanken. Het gebouw ademde de sfeer van een van de gebouwen waar ik zelf als student veel tijd heb doorgebracht. Als ik TW/RC zeg, dan kan iedere oud-student van Universiteit Twente zich voorstellen welke uitstraling het gebouw waar ik in zat had. Muren met poreuze grijze blokken als schoon metselwerk, linoleum op de vloer, donkere kozijnen, geen ramen en groene krijtborden waar de rijen omhooglopende collegebanken op uitkeken. Was het TW/RC wellicht oud, het gebouw was wel goed onderhouden. Tenminste in de tijd dat ik daar in de gangen rondliep wel, nog voor de tijd dat het gebouw door brand gehalveerd werd. Dit gebouw was vanbinnen net zo groezelig als vanbuiten, niet echt een warme ontvangst. Hier zou ik een groot deel van de dag doorbrengen, luisterend naar de sprekers die zonder pauze in het programma hun verhalen aan elkaar regen.

Meer mensen druppelden de collegezaal binnen. Ik had inmiddels gratis cappuccino weten te scoren bij een gesponsorde koffiekar buiten, terwijl anderen mijn stoel bezet hielden. Niet dat het op dat moment nodig was, het liep echt nog geen storm, maar toch fijn als je weet dat je weer kunt gaan zitten nadat je lang in de rij moet staan voor je caffeïneshot. Gebrek aan plekken waar je koffie of thee kon kopen vond ik achteraf het grootste mankement van de conferentie. Op de paar plekken waar je wel koffie kon krijgen, stonden constant lange rijen. Op zondag wist een meer ervaren bezoeker me naar een restaurant te loodsen waar een geïmproviseerde koffiebar was ingericht. De koffie bleek er ook nog eens goedkoper en de rij significant korter, waarschijnlijk omdat het in een meer afgelegen deel lag en niet zichtbaar was vanaf buiten. In de chaos van gebouwen, al dan niet volgestouwd met stands van ontwikkelaars en het stickerjagende publiek daarvoor, kon je zomaar over het hoofd zien dat je ergens prima eten en drinken kon krijgen. Toen ik later op de dag een Italiaanse naar de geheime koffieplek kon loodsen, koffie die ook nog eens aan haar standaard kon voldoen, voelde ik me als een insider.

Zaterdag heb ik vooral de presentaties bijgewoond in de Social Web devroom. Dat was voor mij de hoofdreden om naar FOSDEM te gaan en een fijn sociaal ankerpunt, want ik kende er immers mensen. Op Mastodon druppelden gedurende de dag berichtjes binnen van anderen in mijn netwerk die in dezelfde ruimte zaten. Deze dag gaf mij de gelegenheid de mensen te ontmoeten die ActivityPub schreven, of aanvoerder zijn voor de bekendste software van de fediverse, of ontwikkelaars die hun product lieten zien. Af en toe maakte ik een uitstapje naar andere ruimtes, om bijvoorbeeld te horen over de open source strategie van de Nederlandse overheid, of hoe je mensen aan het bijdragen krijgt op OpenStreetMap. Op zondag schoof ik aan in de Open Source & EU Policy devroom waar ik vooral van heb onthouden hoe alles in die zaal kraakte en hoe antiek de klapbanken in de zaal waren. Ik heb vooral heel veel presentaties in de app gemarkeerd om de livestream van terug te gaan kijken, simpelweg omdat ze parallel waren geprogrammeerd, of in ruimtes ver uit elkaar, of in ruimtes die al overvol zaten.

Een hele ouderwetse collegebank: een smalle, doorlopende, schuinaflopende tafel, met een gleufje voor pennen, om te voorkomen dat die naar beneden rollen. Uiteraard is er met zwarte viltstift iets onherkenbaars op getekend.
Dit waren de tafels in de krakende collegezaal. Gelukkig zit er een uitsparing in om je pen in te leggen, want anders rolt die eraf.

Dat ik niet na de eerste ochtend terug naar het hotel ben gekeerd en ik twee dagen lang op de campus van de ULB bleef rondzwerven, was te danken aan de mensen die ik in de gangen, buiten en van tevoren ontmoette. Iedereen die ik sprak vroeg of ik al eerder naar FOSDEM was geweest en als ik vertelde dat het mijn eerste keer was kreeg ik empathische blikken, omdat iedereen zich kon herinneren hoe overweldigd ze zich voelden de eerste keer. Vervolgens kreeg ik tips hoe dit evenement te overleven. Dankzij Neil, die ik volg op Mastodon, ontdekte ik de meet-up op vrijdagavond die Terence had geregeld. Daar leerde ik een aantal fijne mensen kennen, waardoor ik de dag erop meteen bekende gezichten zag bij binnenkomst van de social web dev room. Onder hen Phil, die mijn vragen over technische begrippen geduldig uitlegde. Slenterend tussen de gebouwen na mijn perfecte pasta Napolitana – er bleek genoeg vegetarisch eten te koop – zag ik ineens Erik zitten, een bekende uit een hele andere context en we waren beiden verrast elkaar hier tegen te komen. In het zonnetje hebben we minstens een half uur zitten kletsen, een gesprek dat ik al koesterde, maar nog meer nadat het vlak na FOSDEM behoorlijk mis ging voor hem. Chris was er vrijdagavond ook bij, een voormalig IT-er die professioneel fotograaf werd. Tijdens de vrijdagavond heb ik slechts kort kennis met hem kunnen maken, maar dat hebben we later ruimschoots goedgemaakt. Met hem kon ik lang over fotografie kletsen en luisterde ik naar zijn verhalen over de reizen die hij naar het hoge noorden maakte, waaronder Svalbard. Dankzij zijn hoed herkende ik Dinand, een man die ik ben gaan volgen, omdat hij ook fictie schrijft. Ik sprak hem aan en samen hebben we volgens mij wel een uur lang gekletst over schrijven, over studeren in Enschede en andere randzaken. Dankzij hem vond ik trouwens de goede koffieplek. Dan kreeg ik eindelijk de kans om Elena te ontmoeten, die me een surplus t-shirt gaf. Zondag droeg ik deze, samen met de Mastodon pin, om ook in andere ruimtes de boodschap van een gefedereerd sociaal web te kunnen verspreiden. Tot slot kwam ik aan de praat met Björn en Rolf en vonden we elkaar in een gedeelde passie om anderen te helpen big tech te verlaten. We waren alledrie gecharmeerd door de DI.day campagne die in Duitsland de ronde doet. Rolf pakte door met het registreren van domeinnamen, Björn zorgde ervoor dat we elkaar in de week na Brussel online spraken en nu zijn we bezig een campagne op te zetten.

Foto van een zwart t-shirt met de Engelse tekst 'the future is federated' erop. Er rechtsboven  de pin van het Mastodon logo op een papier vliegtuigje.
Het t-shirt dat ik van Elena kreeg. The future is federated is de titel waaronder zij schrijft over FOSS tools op haar blog.

FOSDEM is de meest bizarre conferentie die ik in mijn leven bezocht heb, maar er sprankelde tussen de krakende collegebanken veel. Het was een wonderlijke ervaring om in Brussel rond te lopen en overal nerdshirts te spotten. Het is me nog niet eerder gebeurd dat ik in de ontbijtzaal van een hotel een vijftal vrouwen over IT-gerelateerde onderwerpen heb horen praten. De collectieve ondertoon die ik een weekend lang hoorde en voelde was helder. We moeten met z’n allen af van de monopolisten uit de VS en dat vergt Europese toewijding en een multi-disciplinaire aanpak. Het werd me in de gesprekken duidelijk dat ook ik, niet-programmerende communicatiefilosoof en schrijver, veel waarde kan toevoegen in dit domein. In Brussel heb ik m’n netwerk vergroot en na FOSDEM voel ik me meer dan ooit een digitaal activist. Het was het dus absoluut waard om in de versleten collegebanken plaats te nemen, lang in de rij te staan voor de koffie en telkens wisselbadjes te moeten nemen tussen benauwde binnenruimtes en winterkoude buitenlucht. Toen ik zondag halverwege de middag vertrok van de campus om mijn trein richting huis te halen, had ik een glimlach op m’n gezicht en een zoete nasmaak. Dat laatste kon ook komen door de zak wafels die ik nog even scoorde bij een van de foodtrucks.

Een wit zakje met een zwart vierkant in het midden waar een wafellogo op staat en de naam van de bakker: wafels en zo.
De zak met wafels die mij een zoete nasmaak gaven en het einde van de treinreis niet gehaald hebben.

Wellicht tot volgend jaar, FOSDEM!

“Hebben jullie al een schema gemaakt wat je wilt zien morgen?”

Ik zat in een restaurant in Brussel met een groep mensen die ik nog nooit eerder ontmoet had. Met een paar ervan had ik online wel eens interactie gehad op Mastodon en slechts één ervan volgde ik ook. Het was via hem dat ik de oproep onder ogen kreeg om met FOSDEMmers een hapje te gaan eten met anderen die ook op vrijdagavond al in de stad waren. Zeven mannen en ik verzamelden zich in het restaurantje. Al gauw ging het gesprek over wie waar naar toeging tijdens FOSDEM. Vervolgens kwamen de telefoons op tafel, werden apps geopend en deelden de mannen wat ze allemaal gebookmarkt hadden, maar dat sommige dingen niet gingen lukken, omdat de gebouwen te ver uit elkaar lagen, of dat ze verwachtten dat ze toch niet meer in de zaal zouden passen en dat ze op tijd in de dev room wilden zijn om een plekje te hebben. Wacht even? Er zijn apps voor dit event? Gebouwen te ver uit elkaar? Op tijd aanwezig moeten zijn in de zaal voor een plekje? Wat voor conferentie is dit? Ik ging toch niet naar een festival?

Tot vorig jaar had ik eigenlijk nooit een gedachte vuil gemaakt aan FOSDEM. Ergens wist ik wel van het bestaan, omdat de IT-ers in mijn netwerk het er wel eens over hadden, maar meer dan een vage notie was het niet. En toen leek eind januari 2025 ineens iedereen uit mijn Mastodon-netwerk in Brussel te zijn en een fantastische tijd te hebben. Er was dat jaar namelijk een devroom toegevoegd voor ´social web’. Dev staat voor developers en inderdaad, FOSDEM is een grote conferentie voor ontwikkelaars van ‘free’ en ‘open source’ software. Elk jaar verzamelen ontwikkelaars zich een weekend lang in Brussel, op de campus van de Université Libre de Bruxelles (ULB), om elkaar te ontmoeten, elkaar te laten zien waar ze aan gewerkt hebben, om elkaar te inspireren. En om heel veel stickers te verzamelen.

Dat FOSDEM geen gebruikelijke conferentie is, was me wel duidelijk voordat ik naar Brussel afreisde. Ik hoefde niets te betalen en registreren was ook niet nodig. De organisatie heeft dan ook geen idee wie komt opdagen, anders dan de organisatoren van de verschillende devrooms en de sprekers in die ruimte. Dat is best een gok als je bedenkt dat ze zelf melden meer dan 8000 bezoekers aan te trekken. In de week voorafgaand had ik wel gekeken naar de programma’s in de verschillende devrooms en geconcludeerd dat er maar twee ruimtes interessant voor mij waren: Social Web en Legal & Policy, allebei op zaterdag. Maar die vrijdagavond werd me pas duidelijk dat schakelen tussen beide ruimtes vrijwel onmogelijk zou zijn. Ter plekke installeerde ik een van de FOSDEM apps en realiseerde me voor het eerst hoe groot die campus echt was. Van het ene naar het andere gebouw kon rustig vijf minuten tijd kosten, nog exclusief de trappen die je op en af moest. Eenmaal terug in m’n hotelkamer maakte ik een aanvalsplan, want er waren toch echt een aantal sprekers in de Legal & Policy room die ik wilde horen en een van mijn tafelgasten van die avond zou iets over OpenStreetMap vertellen, wat ik wellicht nog kon gebruiken voor mijn artikel in De Stadsbron.

Ik was van plan het rustig aan te doen zaterdagochtend, maar na de verhalen over overvolle zalen, zette ik toch de wekker maar wat vroeger zodat ik op tijd richting de campus kon. Dat zou immers ook nog minstens een half uur kosten. De locatie van het hotel had ik uitgezocht op de aanwezigheid van een directe tramverbinding richting de ULB, maar die reed niet vanwege onderhoud, dus het werd een combinatie van metro en tram. Bij m’n overstap vanuit de metro liep ik de trap op naar buiten en meteen tegen de juiste tramhalte aan. Dat het de juiste halte was kon niet missen. Bijna geen mens op de been in de stad, maar deze halte stond vol met mensen. Een mix van grijs, bruin, blauw, blond en roze haar, menig met software logo’s op trui, t-shirt of tas en Spaans, Italiaans, Frans, Nederlands of Engels sprekend. Elke minuut werden er door metro’s meer en meer mensen aan de meute toegevoegd. De eerste tram die voorreed was leeg bij aankomst en propvol bij vertrek. Vervolgens moest deze nog menig halte langs, waar net zulke grote groepen stonden te wachten, waarvan slechts een paar zich er nog wisten in te voegen. Ik had medelijden met de enkele Brusselaar in het stukje tram dat ik kon overzien. Geklemd tussen zoveel mensen keek die bezorgd om zich heen, zich centimeter voor centimeter een weg banend naar de uitgang om maar weer op tijd uit te kunnen stappen. Hoewel ik de informatieborden in de tram niet kon zien was voor mij bij de juiste halte uitstappen slechts een kwestie van de meute volgen. Een lege tram reed verder richting het zuiden vanaf halte ULB.

Blij verlost te zijn van de benauwde tram liep ik vol goede moed het terrein op van de universiteit. Verwarrend vond ik het wel, want het leek meer op een oud industrieterrein. Ik passeerde een verroeste slagboom, liep over kapotgereden betonplaten en zag schijnbaar verwaarloosde panden om me heen. Veel plekken in Brussel maken op mij een groezelige indruk, maar dit was nog een graad erger. Iedereen liep over de brede laan tussen de gebouwen, waar links en recht de foodtrucks al stonden opgesteld om de hongerige lunchgasten later op de dag te kunnen voorzien van eten. Hier en daar was er al één in bedrijf, voor koffie, voor wafels, of bezig de grill alvast op te stoken. Ik eet geen vlees meer en ik vreesde op dat moment dat er voor mij weinig te halen zou zijn tussen de hamburgertrucks. Ik probeerde te spotten of ik bekenden zag, maar geen enkel vertrouwd gezicht. Op de app zocht ik op waar de opening keynote van de dag zou zijn. Het duurde even voor ik de ingang van het gebouw had gevonden. Voor de deur stonden veel mensen wat gefrustreerd te wachten. Achter de deur zag ik een vrijwilliger, te herkennen aan de felgekleurde shirts, die duidelijk de deur blokkeerde. Juist, vol dus. Buiten stonden verschillende mensen met de luidspreker van hun telefoon tegen een oor gedrukt te luisteren. Het duurde enkele minuten voordat ik me besefte dat ze de live-stream volgden van de opening keynote. Vanbinnen moest ik glimlachen. Je gaat naar een evenement om vervolgens op een brak campusterrein een livestream te gaan volgen. Gelukkig regende het niet.

Het duurde nog minstens een uur voordat het programma in de andere ruimtes zou beginnen. Op de app zocht ik het precieze gebouw op waar de Social Web dev room was. Dat bleek om de hoek. Toen ik daar binnenstapte was het een grote chaos binnen. Heel veel mensen stonden in de rij. Als een braaf schaap sloot ik mij er bij aan, omdat ik oprecht dacht dat het voor toegang tot de zaal was. Wellicht was de deur nog niet open. Ergens twijfelde ik wel, want zoveel mensen zouden toch niet naar Brussel komen om over ActivityPub te horen? Ik vroeg daarom toch maar aan iemand voor mij waar ze voor in de rij stonden. T-shirts. Ah, dit was dus ook de plek waar de FOSDEM merchandise werd verkocht. Dat betekende ook dat ik de rij kon verlaten, want in dat shirt had ik geen interesse. Dwars door de rij baande ik mij een weg verder de gang in en zowaar spotte ik het magische nummer van de zaal waar ik m’n plekje wilde claimen. In de zaal was het nog rustig. Ik spotte wel een tweetal tafelgenoten van de avond ervoor, de eerste bekende gezichten die ochtend. Heel eerlijk, al tussen de walmende foodtrucks had ik met mezelf afgesproken dat als ik me om wat voor reden niet meer prettig zou voelen, ik een tram terug richting het centrum en het hotel mocht nemen. Ik hoefde hier immers niets, het was mijn eigen nieuwsgierigheid die me hier bracht, maar als dit niet een plek voor mij bleek, dan was er niets verloren. Een schrijver kan overal werken, zolang er maar een scherm en toetsenbord of een notitieboekje en pen in de tas zitten. In het allerergste geval maakte ik van dit weekend een korte schrijversretreat.

Dat ik twee bekende gezichten zag, stelde me enigszins op m’n gemak. Ik voegde me bij de twee mannen in de rij collegebanken. Het gebouw ademde de sfeer van een van de gebouwen waar ik zelf als student veel tijd heb doorgebracht. Als ik TW/RC zeg, dan kan iedere oud-student van Universiteit Twente zich voorstellen welke uitstraling het gebouw waar ik in zat had. Muren met poreuze grijze blokken als schoon metselwerk, linoleum op de vloer, donkere kozijnen, geen ramen en groene krijtborden waar de rijen omhooglopende collegebanken op uitkeken. Was het TW/RC wellicht oud, het gebouw was wel goed onderhouden. Tenminste in de tijd dat ik daar in de gangen rondliep wel, nog voor de tijd dat het gebouw door brand gehalveerd werd. Dit gebouw was vanbinnen net zo groezelig als vanbuiten, niet echt een warme ontvangst. Hier zou ik een groot deel van de dag doorbrengen, luisterend naar de sprekers die zonder pauze in het programma hun verhalen aan elkaar regen.

Meer mensen druppelden de collegezaal binnen. Ik had inmiddels gratis cappuccino weten te scoren bij een gesponsorde koffiekar buiten, terwijl anderen mijn stoel bezet hielden. Niet dat het op dat moment nodig was, het liep echt nog geen storm, maar toch fijn als je weet dat je weer kunt gaan zitten nadat je lang in de rij moet staan voor je caffeïneshot. Gebrek aan plekken waar je koffie of thee kon kopen vond ik achteraf het grootste mankement van de conferentie. Op de paar plekken waar je wel koffie kon krijgen, stonden constant lange rijen. Op zondag wist een meer ervaren bezoeker me naar een restaurant te loodsen waar een geïmproviseerde koffiebar was ingericht. De koffie bleek er ook nog eens goedkoper en de rij significant korter, waarschijnlijk omdat het in een meer afgelegen deel lag en niet zichtbaar was vanaf buiten. In de chaos van gebouwen, al dan niet volgestouwd met stands van ontwikkelaars en het stickerjagende publiek daarvoor, kon je zomaar over het hoofd zien dat je ergens prima eten en drinken kon krijgen. Toen ik later op de dag een Italiaanse naar de geheime koffieplek kon loodsen, koffie die ook nog eens aan haar standaard kon voldoen, voelde ik me als een insider.

Zaterdag heb ik vooral de presentaties bijgewoond in de Social Web devroom. Dat was voor mij de hoofdreden om naar FOSDEM te gaan en een fijn sociaal ankerpunt, want ik kende er immers mensen. Op Mastodon druppelden gedurende de dag berichtjes binnen van anderen in mijn netwerk die in dezelfde ruimte zaten. Deze dag gaf mij de gelegenheid de mensen te ontmoeten die ActivityPub schreven, of aanvoerder zijn voor de bekendste software van de fediverse, of ontwikkelaars die hun product lieten zien. Af en toe maakte ik een uitstapje naar andere ruimtes, om bijvoorbeeld te horen over de open source strategie van de Nederlandse overheid, of hoe je mensen aan het bijdragen krijgt op OpenStreetMap. Op zondag schoof ik aan in de Open Source & EU Policy devroom waar ik vooral van heb onthouden hoe alles in die zaal kraakte en hoe antiek de klapbanken in de zaal waren. Ik heb vooral heel veel presentaties in de app gemarkeerd om de livestream van terug te gaan kijken, simpelweg omdat ze parallel waren geprogrammeerd, of in ruimtes ver uit elkaar, of in ruimtes die al overvol zaten.

Een hele ouderwetse collegebank: een smalle, doorlopende, schuinaflopende tafel, met een gleufje voor pennen, om te voorkomen dat die naar beneden rollen. Uiteraard is er met zwarte viltstift iets onherkenbaars op getekend.
Dit waren de tafels in de krakende collegezaal. Gelukkig zit er een uitsparing in om je pen in te leggen, want anders rolt die eraf.

Dat ik niet na de eerste ochtend terug naar het hotel ben gekeerd en ik twee dagen lang op de campus van de ULB bleef rondzwerven, was te danken aan de mensen die ik in de gangen, buiten en van tevoren ontmoette. Iedereen die ik sprak vroeg of ik al eerder naar FOSDEM was geweest en als ik vertelde dat het mijn eerste keer was kreeg ik empathische blikken, omdat iedereen zich kon herinneren hoe overweldigd ze zich voelden de eerste keer. Vervolgens kreeg ik tips hoe dit evenement te overleven. Dankzij Neil, die ik volg op Mastodon, ontdekte ik de meet-up op vrijdagavond die Terence had geregeld. Daar leerde ik een aantal fijne mensen kennen, waardoor ik de dag erop meteen bekende gezichten zag bij binnenkomst van de social web dev room. Onder hen Phil, die mijn vragen over technische begrippen geduldig uitlegde. Slenterend tussen de gebouwen na mijn perfecte pasta Napolitana – er bleek genoeg vegetarisch eten te koop – zag ik ineens Erik zitten, een bekende uit een hele andere context en we waren beiden verrast elkaar hier tegen te komen. In het zonnetje hebben we minstens een half uur zitten kletsen, een gesprek dat ik al koesterde, maar nog meer nadat het vlak na FOSDEM behoorlijk mis ging voor hem. Chris was er vrijdagavond ook bij, een voormalig IT-er die professioneel fotograaf werd. Tijdens de vrijdagavond heb ik slechts kort kennis met hem kunnen maken, maar dat hebben we later ruimschoots goedgemaakt. Met hem kon ik lang over fotografie kletsen en luisterde ik naar zijn verhalen over de reizen die hij naar het hoge noorden maakte, waaronder Svalbard. Dankzij zijn hoed herkende ik Dinand, een man die ik ben gaan volgen, omdat hij ook fictie schrijft. Ik sprak hem aan en samen hebben we volgens mij wel een uur lang gekletst over schrijven, over studeren in Enschede en andere randzaken. Dankzij hem vond ik trouwens de goede koffieplek. Dan kreeg ik eindelijk de kans om Elena te ontmoeten, die me een surplus t-shirt gaf. Zondag droeg ik deze, samen met de Mastodon pin, om ook in andere ruimtes de boodschap van een gefedereerd sociaal web te kunnen verspreiden. Tot slot kwam ik aan de praat met Björn en Rolf en vonden we elkaar in een gedeelde passie om anderen te helpen big tech te verlaten. We waren alledrie gecharmeerd door de DI.day campagne die in Duitsland de ronde doet. Rolf pakte door met het registreren van domeinnamen, Björn zorgde ervoor dat we elkaar in de week na Brussel online spraken en nu zijn we bezig een campagne op te zetten.

Foto van een zwart t-shirt met de Engelse tekst 'the future is federated' erop. Er rechtsboven  de pin van het Mastodon logo op een papier vliegtuigje.
Het t-shirt dat ik van Elena kreeg. The future is federated is de titel waaronder zij schrijft over FOSS tools op haar blog.

FOSDEM is de meest bizarre conferentie die ik in mijn leven bezocht heb, maar er sprankelde tussen de krakende collegebanken veel. Het was een wonderlijke ervaring om in Brussel rond te lopen en overal nerdshirts te spotten. Het is me nog niet eerder gebeurd dat ik in de ontbijtzaal van een hotel een vijftal vrouwen over IT-gerelateerde onderwerpen heb horen praten. De collectieve ondertoon die ik een weekend lang hoorde en voelde was helder. We moeten met z’n allen af van de monopolisten uit de VS en dat vergt Europese toewijding en een multi-disciplinaire aanpak. Het werd me in de gesprekken duidelijk dat ook ik, niet-programmerende communicatiefilosoof en schrijver, veel waarde kan toevoegen in dit domein. In Brussel heb ik m’n netwerk vergroot en na FOSDEM voel ik me meer dan ooit een digitaal activist. Het was het dus absoluut waard om in de versleten collegebanken plaats te nemen, lang in de rij te staan voor de koffie en telkens wisselbadjes te moeten nemen tussen benauwde binnenruimtes en winterkoude buitenlucht. Toen ik zondag halverwege de middag vertrok van de campus om mijn trein richting huis te halen, had ik een glimlach op m’n gezicht en een zoete nasmaak. Dat laatste kon ook komen door de zak wafels die ik nog even scoorde bij een van de foodtrucks.

Een wit zakje met een zwart vierkant in het midden waar een wafellogo op staat en de naam van de bakker: wafels en zo.
De zak met wafels die mij een zoete nasmaak gaven en het einde van de treinreis niet gehaald hebben.

Wellicht tot volgend jaar, FOSDEM!

Reacties

Likes

Reposts

  • Eelco schreef:

    … heeft dit gemeld!

  • [ade] schreef:

    … heeft dit gemeld!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.