We verzinnen achteraf wat we denken te weten over onszelf

Ik zit met mijn dochter aan de eettafel. We zijn gezellig aan het kletsen terwijl we boterhammen eten. Nou ja, kletsen. Het is meer dat m’n dochter de ene na de andere vraag op me afvuurt. We praten over de aarde en andere planeten. Dat er anderen landen zijn die heel ver weg zijn. En Friesland niet. Dat dat in Nederland ligt en we daar naar toe kunnen rijden met de auto of de trein. Dochter is even stil. Dan vraagt ze me waar dat is. Ik snap niet waar ze het over heeft. Die foto’s daar, aan de muur. Vanaf haar plek aan tafel kan mijn dochter de foto’s zien die aan de muur van de woonkamer hangen. Het zijn zwart-wit foto’s van Lucca in Italië. Een oude dame met boodschappentasjes in de felle middagzon, een paar scooters in een steegje, de gevel van een trattoria waar mijn man en ik een maand lang onze lunch hebben gehaald. Het zijn visuele herinneringen aan een maand lang ‘dolce far niente’. Was ik daar ook, vraagt dochter dan. Ik antwoord van niet. Papa en mama waren daar met z’n tweeën en dat zij nog niet geboren was toen ik de foto’s maakte. Een paar seconden later zegt dochter. “Toen was ik er wel hoor, toen woonde ik in Nieuw-Zeeland, bij een andere mama.”

Het gaat het driejarige brein van mijn dochter te boven dat er zoiets bestaat als een tijd voor haar geboorte. Daarom heeft ze zich een verhaal eigen gemaakt dat ze vroeger ergens anders woonde. Eerst was dat Afrika en nu is het al weer een tijdje Nieuw-Zeeland. Toen ze de eerste keer kwam met deze verklaring moest ik heel erg lachen. Ik geloof niet dat mijn dochter herinneringen aan een vorige leven heeft, maar kan we wel voorstellen dat anderen hier graag bewijs in zien voor reïncarnatie. Ik niet. Ik kon haar fantasie namelijk haarfijn terugvoeren op de gesprekken die we in de weken daarvoor hebben gevoerd. We hebben het gehad over de aarde en waar bepaalde dieren wonen. Vooral de gevaarlijke wonen in landen in Afrika. Niet in Nederland. En toen we een strandbal kochten met een wereldkaart erop om haar te laten zien dat er allemaal verschillende landen zijn, hebben we het gehad over Nieuw-Zeeland. Dat is een land dat het verst weg van Nederland ligt.

Mijn dochter woont in magisch realisme. Alles is nog mogelijk. In haar wereld is alles uit te leggen en aan elkaar te knopen. De hele dag door verzint ze verhalen en bedenkt ze rollen voor haar moeder en vader. Gelukkig maar, het duidt op een gezonde mentale ontwikkeling. Zo normaal als we het vinden dat kleuters de hele wereld bij elkaar verzinnen, zo ongemakkelijk worden we ervan wanneer een volwassene hetzelfde doet. Toch doen ook volwassenen eigenlijk niet veel anders dan de hele dag door verhalen construeren. We maken dingen mee, slaan daarvan herinneringen op, plaatsen die in de context van eerdere ervaringen en herinneringen die opgeslagen liggen in ons brein en vertellen aan anderen een reconstructie van onze herinneringen aan anderen. 

Neem het voorbeeld dat ik je zonet vertelde over mijn dochter. Dit verhaal is geconstrueerd uit elementen die waar zijn. Ik zit regelmatig met mijn dochter aan de eettafel, ze vuurt regelmatig vragen op me af, de foto’s aan de muur hangen er al heel lang, ik heb haar wel verteld over de tijd voordat zij geboren is en mijn dochter heeft inderdaad bedacht dat ze toen in Afrika woonde. Een aantal maanden later, na intense bestudering van de strandwereldbol, werd dat Nieuw-Zeeland. De combinatie van al deze elementen heeft nooit in de werkelijkheid plaatsgevonden zoals ik het voor je opschreef, maar omdat de elementen in zichzelf allemaal waar zijn, had het wel waargebeurd kúnnen zijn. Ik putte voor de anekdote uit mijn geheugen en maakte daar een verhaal van dat waarachtig overkomt.

Dit doen we allemaal wel eens. Onze herinneringen zijn niet vastgeklonken in ons hoofd, maar worden beïnvloed en veranderd door wat we verder nog meemaken, welke gesprekken we met anderen voeren. Details verdwijnen of verzinnen we er later bij. Zo schreef ik twintig jaar na de vuurwerkramp mijn herinneringen aan die dag op in de volle wetenschap dat sommige details niet meer kloppen. Toen ik er met mijn man over begon te praten (we waren op dat moment al samen) bleek dat ik me dingen wist te herinneren die hij vergeten was en wist hij dingen die ik niet meer wist. Samen puzzelden we weer een completer verhaal bij elkaar. 

In de psychologie gebruiken ze de term confabulatie voor het verzinnen van herinneringen zonder de intentie te hebben om te liegen. Oorspronkelijk gebruikten psychologen deze term voor het fenomeen dat mensen met hersenletsel veelvuldig verhalen verzinnen die niet waar zijn. Dan kan het zomaar gebeuren dat een vrouw je in volle overtuiging vertelt dat ze kleren heeft uitgezocht voor Madonna voor haar toer, terwijl ze eigenlijk een naaister uit Dublin is en Madonna nooit heeft ontmoet. Dit fenomeen lijkt te zeggen dat een mensenbrein een niet te stoppen neiging heeft tot het construeren van verhalen.

Ook gezonde mensen confabuleren. Als je kleren in een winkel uitzoekt bijvoorbeeld. Een klassiek experiment waarover onderzoekers in 1977 publiceerden lieten toevallige klanten te kiezen tussen vier verschillende nachtjaponnen en vier identieke panty’s. Er was een overgrote voorkeur voor het artikel dat het meest rechts lag, met een verhouding vier tegen één bij de panty’s. Achteraf gevraagd waarom de klanten kozen wat ze kozen noemden ze de positie van het artikel helemaal niet. En als de onderzoekers vroegen of de positie invloed gehad kon hebben op hun keuze ontkenden de klanten stellig. Achteraf vulden ze redenen in voor hun keuze die door een onbewust proces werden gemaakt.

Wij mensen zijn slecht in het objectief observeren van onze eigen cognitieve processen. We weten vaak helemaal niet waarom we doen wat we doen. Neuronenpaden zijn op een bepaalde manier in ons hoofd aangelegd, en die paden veroorzaken ons gedrag naar aanleiding van de impulsen die van buiten op ons afkomen. Als we vervolgens gevraagd worden waarom we doen wat we doen weten we helemaal niet welke informatie ons brein gebruikt heeft om ons te doen beslissen. Dat gat vullen we dan vervolgens op met elementen die best eens waar kunnen zijn en vormen zo weer een verhaal dat klopt voor onszelf.

Zo gezien is het volstrekt logisch dat mijn dochter verzint dat ze vroeger in Nieuw-Zeeland woonde. Het is toch ook van de zotte om te bedenken dat er een wereld heeft bestaan waar jij geen deel van uit maakte. Ik ga graag mee in het verhaal van mijn dochter. Vanochtend had ze het nog over haar vriendin van vroeger. Ik vroeg haar of dat was toen ze in Afrika woonde. Nee, dat was in Nieuw-Zeeland. Ze woonden naast elkaar. Het was haar beste vriendin, maar die is nu al dood. Als ze het bestaan van deze vriendin nog steeds volhoudt als ze twintig is, kunnen we het nog wel eens hebben over reïncarnatie. Tot die tijd geloof ik eerder dat ze een paar dingen uit haar huidige leven een plekje probeert te geven. Zo heeft ze net een bundel verhaaltjes van Jip en Janneke (die naast elkaar wonen) van haar oma gekregen en is de beste vriendin van oma een tijd terug overleden. Waanzinnig toch, dat verhalende brein.

0

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.