Gedachten

Wie het emotionele verhaal vertelt wint

Je staat op het punt te beginnen aan een lang artikel dat het resultaat is van twee weken onderzoek en schrijfwerk. Voor dit artikel onderzocht ik de inhoud van een specifiek bericht dat zich wijd verspreidde op Facebook. Ik wilde weten wat er waar was in dit bericht en wie het schreef. Tijdens de zoektocht dompelde ik mij onder in een wirwar van websites die naar elkaar verwijzen, elkaars valse argumentatie overnemen en zo een politieke discussie proberen te winnen. Met hun valse argumentatie brengen ze een bedrijf en de overheid in diskrediet. Mijn conclusie aan het eind is dat het emotionele verhaal wint, ook als het niet waar is. Het goede nieuws is dat je je wel kunt immuniseren tegen nepberichten. Hoe dat werkt lees je helemaal aan het eind. Nu neem ik je eerst mee naar de publicatie waar mijn zoektocht begon.

‘Whoever tells the best story wins’ is een van de titels die in mijn boekenkast staat. Het is een (goed) boek van Annette Simmons over de kracht van het gebruik van verhalen om een ander mee te krijgen in jouw overtuiging. Vlak naast dit boek staat Made to Stick, van de gebroeders Heath. Waar zij op wijzen is dat een verhaal met emotionele lading beter blijft plakken dan een feitenrelaas. Na het lezen van een wetenschappelijk artikel waarin Facebook berichten over HPV vaccinatie in de VS worden geanalyseerd, kon ik de volgende variatie op Simmon’s boektitel niet meer uit m’n hoofd krijgen: ‘Whoever tells the emotional story wins’.

Het artikel dat ik las heet ‘From bad to worse: The representation of the HPV vaccine on Facebook‘. De onderzoeker, Monique Luisi, verzamelde zoveel mogelijk posts die over HPV vaccinatie gingen in tien jaar tijd (2006-2016). Daar deed ze een analyse over en kwam tot de volgende conclusies:

  • De meerderheid van de berichten was negatief ten aanzien van HPV vaccinatie, hoewel daadwerkelijk advies geven voor of tegen vaccinatie meestal niet werd gedaan;
  • Berichten welke negatief waren van toon kregen significant meer reacties, commentaren en werden meer gedeeld;
  • De meeste positieve berichten kwamen van Facebook pages, de meeste berichten die negatief van toon waren kwamen van persoonlijke profielen;
  • Visuals werden niet zoveel gebruikt, maar wel veel links naar andere bronnen;

Deze onderzoeksresultaten bevestigen eigenlijk wat ik al weet over welke verhalen zich makkelijk verspreiden. Het negatieve overheerst, want dat is nieuwswaardig. Als het persoonlijker is dan geloven we het sneller. Als een verhaal heel veel emotionele lading heeft voelen mensen zich sneller aangesproken (en zullen er dan dus sneller op reageren en delen met anderen). 

De onderzoeker lichtte er in haar onderzoek één bericht uit dat buitenproportioneel veel aandacht genereerde. Waar de meeste berichten helemaal geen reacties kregen, kreeg dit bericht 11K (11.000) reacties, 6,1K (6100) commentaren en werd 329K (329.000) keer gedeeld. Een screenshot van het bericht voegde ze bij. 

Hoe emotioneel en persoonlijk wil je het hebben? Ze vermoorden onze dochters, 1 op de 912 uit de studie naar middel X van bedrijf Y zijn overleden, en dat allemaal om 1 op de 40.000 doden te redden. Om het af te maken foto’s van jonge meiden van wie het leven is gestolen. Als je het zo opschrijft, dan wil natuurlijk niemand zich laten inenten.

De onderzoeker gaat niet verder op de inhoud van dit bericht in, maar het maakte mij nieuwsgierig. Mijn ervaring met zulke sterk emotionele oproepen en waarschuwingen is dat ze de feiten meestal niet zo nauw nemen. Dat wilde ik bij dit bericht ook verifiëren. Ik dook de zoekmachine in met de vraag: wat is waar in dit verhaal? 

Twee mededelingen vooraf: 

  • Ik verwijs in dit artikel naar veel andere websites. Sommige van deze websites publiceren, bewust of onbewust, halve waarheden en leugens. Ik wil deze websites niet met verkeer voeden. Het is voor het begrijpen van dit artikel echter wel noodzakelijk de inhoud ervan te raadplegen. Ik link daarom niet direct naar die websites, maar naar snapshots van die websites in het Internet Archive zoals ik ze op het moment van onderzoek voor dit artikel heb gezien. Het nadeel is dat Internet Archive niet heel snel laadt, dus heb wat geduld. Het voordeel van op deze manier linken is dat de links blijven werken, ook in de verre toekomst. Mits archive.org in de lucht blijft natuurlijk.
  • Voor de namen van organisaties, websites en personen die voorkomen in dit verhaal gebruik ik initialen. Het gaat mij niet om de individuele spelers, maar om het spel. Dit is een voorbeeld dat toevallig op mijn pad kwam en waarvan ik besloten heb er onderzoek naar te doen. Ik gebruik het voorbeeld slechts om inzichtelijk te maken hoe clusters van websites met een bepaalde levensvisie naar elkaar verwijzen, argumentatie van elkaar overnemen en hun verhaal een emotionele lading meegeven om gehoord te worden.

Het oorspronkelijke artikel vinden.

Er staan meerdere aanwijzingen in het screenshot: het is een bericht uit 2014, de naam van de Facebook pagina, de titel van het artikel, de naam van de auteur, de voornaam van het overleden meisje, de naam van de moeder, de naam van de vaccinatie en de naam van het bedrijf dat de vaccinaties produceert. Genoeg aanwijzingen om mee aan de slag te gaan. 

Eerst maar eens CT, de Facebook pagina die het bericht deelt. Als ik naar die Facebookpagina zoek dan blijkt deze nog te bestaan. Ik zie dat de pagina zich op het moment van schrijven (7 juli 2020) vooral richt op vaccinaties (’the truth about vaccines’). Er staat een foto met een verwijzing naar de bijbel (‘Jeremiah 17:14’) en zie ik dat 273.530 mensen deze pagina volgen. De toon richt zich vooral tegen het ontnemen van ‘health freedoms’.  Deze Facebook pagina hoort bij een website die zegt mensen te willen onderwijzen over ‘de waarheid over kanker’. Nieuwsberichten op deze site gaan over COVID-19 samenzweringen, gezond fruit om kanker te bestrijden, en de ‘vuige geschiedenis van vaccinaties’. Bij deze website hoort ook nog een andere Facebook pagina met dezelfde naam als de website, met 1.154.160 volgers op 7 juli 2020.

Dan het artikel waar in dit bericht naar wordt verwezen. Met de combinatie van titel en auteursnaam kom ik via DuckDuckGo terecht bij de website CSS. In het Nederlands zou het zoiets als ‘de gezond verstand-show’ heten. Het blijkt een website met veel berichten geschreven door een en dezelfde auteur. Duidelijk iemand die heel betrokken is bij het nieuws. Dit is een snapshot van de berichten die hij over ‘Health’ publiceerde. Ik kom er ook achter dat de auteur van deze website veel video’s op Youtube plaatst. Hij heeft daar een publiek van 158K abonnees.

Terug naar het artikel van CSS waar in de Facebook post naar verwezen wordt, en dat de aanleiding is voor mijn zoektocht. Ik ga het artikel nalopen op de uitspraken die er in worden gedaan, probeer deze te toetsen aan de hand van de bronnen die genoemd worden en probeer ontbrekende bronnen op te zoeken. Aan het eind van mijn zoektocht zal ik de balans opmaken: wat is waar in dit verhaal?

Het meisje dat plotseling overleed

De datum bij het artikel is 17 september 2013. Het is dus geschreven een half jaar voordat het op Facebook werd gedeeld. Het artikel opent met een quote. ‘Ik zou willen dat iemand me had gewaarschuwd voor dit vaccin, dan zou mijn dochter nog bij ons zijn’ is de strekking van de quote. De eerst zin die CSS schrijft is: volgens de moeder van dit meisje, achttien jaar oud, is haar dochter vermoord door de producent van het vaccin. De bron waar dit artikel naar verwijst is een website geschreven door een ouder die een geïnformeerde beslissing wilde maken voor het vaccineren van hun dochter. Dit artikel zelf geeft geen bron van dit verhaal. Waar dit verhaal van de moeder oorspronkelijk is gepubliceerd weet ik niet, maar ik vond na zoeken op de naam van de moeder van het overleden meisje wel een artikel in de lokale pers. Het blijkt om een meisje van achttien uit Nieuw-Zeeland te gaan dat plotseling overlijdt, een half jaar na het ontvangen van de laatste van drie HPV vaccinaties. De moeder is er volledig van overtuigd dat de dood van haar dochter door het vaccin is veroorzaakt. Ze heeft uiteindelijk zelfs hersenweefsel laten onderzoeken voor een rechtszaak. De experts tonen aan dat er HPV en aluminium aanwezig is (weet dat aluminium in vaccins vaak wordt aangewezen als de veroorzaker van ziektes door mensen die tegen vaccinatie zijn), maar zeggen ook dat de aanwezigheid ervan niet bewijst dat er een link is tussen het vaccin en het overlijden van de jonge vrouw. Kortom, er is dus inderdaad een meisje overleden waarvan niet met zekerheid is vast te stellen wat de oorzaak van haar dood is. De moeder van het meisje is er van overtuigd dat het het vaccin geweest moet zijn. 

In het artikel van CSS wordt het verhaal van deze moeder slechts gebruikt als inleiding om vermeende misstanden rondom dit vaccin aan de kaak te stellen. Al in de eerste zin wordt het bedrijf dat de vaccins produceert beschuldigd van moord. De derde zin verwijst naar een patroon dat dit steeds gebeurt en naar de ‘all-to-deadly’ resultaten van dit vaccin. Er wordt ook een claim gedaan dat het bedrijf zes miljoen moet uitkeren aan een andere ouder. Voor deze uitspraak geeft de auteur geen bronmelding. Pas laat in mijn zoektocht stuit ik eindelijk op een artikel in TWT waarin dit bedrag genoemd wordt. Deze nieuwssite is naar eigen zeggen in 1982 opgericht als een betrouwbaar tegenwicht tegen de mainstream media om lezers buiten de ‘Capital Beltway’ te representeren door Amerikaanse waarden te promoten, te weten vrijheid, geloof en familie.  Volgens dit rapport stond in 2018 deze website op plek tien in een ranking op basis van consumentenvertrouwen in de VS. De helft van de Amerikanen vindt dit een betrouwbare nieuwsbron.

De bron die TWT noemt voor het feit dat er 6 miljoen dollar aan claims is toegekend aan slachtoffers is JW. Helaas linkt TWT niet naar het bericht van JW waarin ze dit nieuws aankondigen, maar alleen naar de hoofdpagina op de website. Daarom moest ik zelf zoeken op de pagina van JW. Via de naam van het vaccin kwam ik uit bij dit bericht, waarin inderdaad verwezen wordt naar documenten van het VICP, het vaccinatieprogramma compensatieprogramma. JW heeft een PDF gedeeld via Scribd als bronmateriaal, maar daar moet je een (betaald) account hebben om het volledig te kunnen zien of downloaden. Wat zonder inloggen zichtbaar is van het document is een tabel met cijfers gerelateerd aan HPV vaccin en het totaalbedrag toegekend. Er wordt geen specifieke naam van een vaccin genoemd en het lijkt alsof de datum van dit document er later aan toegevoegd is (het is scherper en in een ander lettertype dan de rest van het document). Ik kan het document verder niet bekijken en dus ook niet verder beoordelen op betrouwbaarheid, eenzijdige rapportage of context waarin deze cijfers worden genoemd.

Nu ik het toch over JW als bron heb, lijkt het me goed deze eens nader te bekijken. Het is namelijk ook de eerste bron waar CSS naar verwijst in zijn bewering dat het vaccin onveilig is. 

Bron: JW

JW heeft een website waar veel nieuwsberichten staan. Hun missie statement: “[JW] is a conservative, non-partisan educational foundation, which promotes transparency, accountability and integrity in government, politics and the law.” ‘Want niemand staat boven de wet’ is de ondertitel van hun naam.
Dit is een snapshot van de voorpagina om je een idee te geven van de onderwerpen waar deze organisatie over schrijft.

CSS verwijst naar een rapport uit 2008 gepubliceerd door JW. Het is een keurig opgemaakt document met de ondertitel dat het uiteenzet hoe het goedkeuringsproces ging, welke bijwerkingen er zijn, welke zorgen rondom veiligheid er zijn en welke marketing technieken toegepast zijn in een grootschalig bevolkingsgezondheidsexperiment. Wat staat er in dat rapport uit 2008? Veel. Het is vierentwintig pagina’s lang. De auteurs van het rapport beweren zich te baseren op documenten die ze van de FDA (Food and Drug Association) hebben ontvangen, waaronder alle VAERS rapportages. Wat de auteurs niet verschaffen in dit document is een link naar deze FDA-documenten (naar eigen zeggen duizenden pagina’s). 

Een van de conclusies in het rapport is dat het vaccin HPV infectie kan voorkomen, niet kan genezen. Dat is een correcte conclusie, want een vaccin is altijd ter voorkoming van besmetting, niet ter genezing. Toch wekken de auteurs van het rapport de suggestie dat dit problematisch is (p.4), omdat ze stellen dat veel vrouwen al HPV hebben zonder dat ze het weten. 

Vervolgens betogen de onderzoekers dat er een groot probleem is in de studie naar de werking van het vaccin dat onderbelicht blijft. Het lijkt er namelijk op dat vrouwen die al (een variant van) HPV hebben, na vaccinatie een grotere kans hebben een ziektebeeld passend bij HPV infectie te ontwikkelen dan op basis van toeval verwacht mag worden.

Deze claim baseren ze op twee bronnen. Ten eerste op rapportages in VAERS. VAERS is een afkorting voor Vaccine Adverse Event Reporting System. Het is een instituut waar iedereen bijwerkingen van vaccins kan melden en het programma wordt beheerd door de Centers for Disease Control en de FDA. Je kunt het vergelijken met Lareb in Nederland. Om vroege signalen van verkeerde uitwerkingen van vaccinaties op het spoor te komen, kan iedereen een melding doen. Als jij denkt dat je een bijwerking hebt, dan kun je een formulier invullen en opsturen (digitaal en analoog). In de VS is dat dus VAERS. De meldingen in VAERS zijn doorzoekbaar en downloadbaar.  Echter, voordat je kunt zoeken moet je twee keer akkoord gaan met een disclaimer. De disclaimer zegt dat de data gerapporteerd in VAERS incompleet, onjuist, toevallig en ongeverifieerd kunnen zijn. Je mag uit de gegevens uit de VAERS database geen conclusies trekken over aantallen en soort bijwerkingen die vaccins hebben. Dit is logisch, want elk individu kan een melding doen, zonder tussenkomst van een neutrale beoordelaar. Ondanks deze disclaimer bij het gebruik van de data uit VAERS quoten de auteurs van dit rapport een aantal meldingen over het betreffende vaccin.

De quotes die ze uitkozen ondersteunen het verhaal van de auteurs van dit rapport dat een deel van de deelnemers aan het onderzoek een grotere kans maakten ziekteverschijnselen te ontwikkelen. In het geval van de anekdotes gaat het om hardnekkige wratontwikkeling, pas ontstaan ná vaccinatie.

De auteurs citeren vervolgens uit een VRBPAC Background Document van 18 mei 2006:

“A chart in the committee’s report revealed that efficacy in subjects already exposed to “relevant HPV types” had an observed efficacy rate of -44.6%. The disturbing efficacy rate raises questions as to who should be receiving the vaccine, and why the FDA allows Gardasil to be administered without prescreening for HPV. The outcomes that can result from pre-exposure are disconcerting and deserve far more attention.”

Zoals geciteerd in rapport van JW, pp. 5-6

De werkzaamheid van het vaccin is bij deze groep -44,6%, oftewel het aantal ziekteverschijnselen binnen deze groep vergroot met 44,6%. Alarmerend inderdaad als je dit leest.

Ik heb daarom ook maar even in het desbetreffende document gekeken (gelukkig stond hier wel een bronvermelding bij). De link is niet meer actueel, maar Internet Archive heeft een kopie). Ik vond de betreffende passage op pagina 13. In dit document wordt dit zorgelijke feit vervolgens uitgebreid besproken. De conclusie is dan vervolgens:

“Therefore, while the subgroup from study 013 remains a concern of the clinical review team, there is some evidence that this represented an unbalanced subgroup where [vaccine] recipients at baseline had more risk factors for development of CIN 2/3 or worse.”

Bron, p. 15

Er is één subgroep in de klinische studie (studie 013) die deze onverwachte resultaten lijkt te veroorzaken. Deze subgroep lijkt al voor vaccinatie een groter risico te hebben gelopen op ziekteontwikkeling. Deze nuancering in het document van de FDA wordt in het rapport van JW niet genoemd. 

Hierna leggen de auteurs de focus op aluminium en de bijwerkingen die deelnemers aan het onderzoek ondervinden van een placebo met aluminium versus een placebo met zoutoplossing. Dan volgen er citaten van een directeur van de producent die besproken worden en meer VAERS meldingen die volgens de onderzoekers aantonen dat het vaccin toedienen in combinatie met andere vaccins ernstige gezondheidsgevolgen kan hebben. Nogmaals, VAERS meldingen zijn niet geschikt om conclusies aan te verbinden.

Er is een heel hoofdstuk gewijd aan de kosten voor het vaccin. Deze zouden buitenproportioneel zijn. Niet alleen voor dit vaccin, maar voor het hele vaccininatieprogramma van de overheid zouden de kosten de pan uit rijzen. Uiteindelijk ‘moet de belastingbetaler dat natuurlijk betalen’.

Onder het kopje Safe and Effective? worden uiteindelijk nog meer VAERS meldingen geciteerd. Ondanks dat de onderzoekers nu ook zelf de disclaimer opschrijven dat je geen conclusies mag verbinden aan deze meldingen, doen ze dat toch. Sterfgevallen die gemeld zijn in VAERS worden behandeld. Ondertussen wijzen ze ook nog even op een ander geneesmiddel van dezelfde producent dat in 2002 (vrijwillig) van de markt is gehaald, omdat er een verhoogd risico bleek te zijn op hart en vaatgerelateerde aandoeningen zoals hartaanval en beroerte.

In de analyse en conclusies van het rapport van JW schrijven de onderzoekers dat de gevolgen van HPV niet moeten worden overdreven. In veruit de meeste gevallen lost het lichaam het zelf op en als er toch verkeerde cellen ontstaan dan is dat makkelijk te verhelpen in de allereerste stadia. Een uitstrijkje maken blijft hoe dan ook nodig. Aangezien er nog zoveel onduidelijk is over de veiligheid van het vaccin, zoals de duur van de bescherming, de potentiële (zeer ernstige) bijwerkingen, is dan ook de conclusie in dit rapport dat het niet verantwoord is alle kinderen verplicht te vaccineren tegen HPV. 

Op mij komt het gehele rapport over als een poging om schijnbaar objectief te beargumenteren waarom het onterecht is dat de overheid vaccinatie wil verplichten. In de genoemde referenties verwijzen ze naar één wetenschappelijk artikel. Interessant is dat de wetenschappers in deze studie juist bewijzen dat het vaccin zeer effectief is bij meisjes die nog niet besmet waren met HPV en weinig bijwerkingen heeft. De rest van de referenties zijn naar artikelen van andere websites, veel in dezelfde overtuigingensfeer als JW, links naar persberichten en vooral ook verwijzingen naar Tab A/B/etc. waarvan niet helder is waar dit naar moet verwijzen. Het kan zijn dat er oorspronkelijk bijlagen met tabellen bij het rapport horen, maar die zijn niet bijgevoegd in het document.

JW voert vooral anekdotisch materiaal aan om aan te tonen dat het vaccin niet veilig is. De studies waar het naar verwijst in het rapport, de documenten van de FDA, en een gepubliceerde klinische studie, laten juist zien dat het vaccin effectief en veilig is. 

Ik vind JW daarmee niet heel betrouwbaar als bron. Het laat cruciale informatie weg in het rapport en negeert de uitkomsten van een wetenschappelijk artikel uit een vooraanstaand Journal.

Dan naar de volgende bron die CSS noemt, een link naar een instituut.

Bron: PRI

Bij eerste binnenkomst op de website bestaat er geen twijfel over de thema’s die belangrijk zijn voor dit instituut. Leer de feiten over ‘population control’ en ‘overpopulation’, ‘climate change’ en ‘abortion’. Prominent bovenaan een oproep tot het tekenen van een petitie: ‘Stop met gebruik geaborteerde babies in COVID-19 onderzoek’. PRI is naar eigen zeggen een non-profit onderzoeksgroep met het doel om ‘de mythe van overpopulatie bloot te leggen’, ‘mensenrechtenschennis ten aanzien van populatie controle programma’s bloot te leggen’ en duidelijk te maken dat ‘mensen ’s werelds grootste bron’ zijn.

De specifieke verwijzing van CSS gaat naar dit artikel waarin een onderzoeker, Dr. D H, actief betrokken bij het onderzoek naar de werking van het vaccin, toe zou geven dat het vaccin tegen bijna helemaal niets beschermt.  Zij zou deze uitspraken gedaan hebben op de vierde Internationale Publieke Conferentie over Vaccinaties. Ik kan vooralsnog geen videoopnames of ander materiaal vinden van deze conferentie, wel een introductie video waarin de organisator een oproep doet om naar de conferentie te komen om ‘beide kanten van het verhaal van vaccinaties te horen’. Deze conferentie werd in 2009 georganiseerd door het Nationale Vaccinatie Informatie Centrum, NVIC. De missie van deze non-profit organisatie is om letsel en overlijden te voorkomen door het publiek te informeren en te lobbyen voor ‘informed consent protections’ in medisch beleid en gezondheidswetgeving. Ook staat er een verwijzing naar het recht op vrijheid van gedachten en geweten.

Terug naar de uitspraken van die onderzoeker van het HPV vaccin. Zij zou een van de schrijvers van het artikel in verwarring hebben achtergelaten, staat in het artikel. Het aantal gevallen van baarmoederhalskanker zou namelijk niet afnemen na introductie van het HPV vaccin in de VS. De vraag of het vaccin veilig is zou de onderzoeker ontweken hebben. Sterker nog, in een interview met ABC (een nieuwsorganisatie met 55,9% consumentenvertrouwen in de VS, plaats twee in de ranking in 2018) zou ze gezegd hebben dat de negatieve consequenties van het vaccineren groter zijn dan de aantallen gevallen met baarmoederhalskanker. Het oorspronkelijke artikel waarin dit citaat staat is alleen nog beschikbaar via Internet Archive, niet meer op de website van ABC. Het staat daar inderdaad. Maar ook niet meer dan dat. Wel een hoop andere uitspraken van andere artsen en onderzoekers die elkaar tegenspreken. Daarmee blijf ik als lezer in verwarring achter met betrekking tot het onderwerp. Er wordt weinig context geschetst om te beoordelen op welke vraag geantwoord is en in welke gespreksvorm deze uitspraken zijn gedaan. Voor hetzelfde geld zijn ze uit andere nieuwsberichten die uit context zijn gehaald.

Aangezien er hier niet naar bronmateriaal van de conferentie wordt verwezen, kan ik de auteurs niet controleren op eerlijke weergave van de uitspraken gedaan door Dr D H.

Wat ik wel kan controleren zijn de getallen die genoemd worden waarmee het argument wordt gemaakt hoe onveilig het vaccin is. 23 meisjes zijn overleden tijdens de klinische studies, volgens de auteurs. Vijftien van de 13.686 die het vaccin kregen. Acht van de 11.004 die de placebo met aluminium kreeg en een meisje dat een zoutoplossing kreeg overleed. Vervolgens trekken ze de conclusie dat één op de 912 meisjes uit de studie naar het vaccin overleed. Ter vergelijking noemen ze dat een op de 40.000 vrouwen overlijden aan baarmoederhalskanker. Hiermee wekken de auteurs de suggestie dat er meer meisjes overlijden door vaccinatie dan dat er aan baarmoederhalskanker zullen sterven.

Ik help je meteen uit de droom, hier wordt een statistische fout gemaakt. Uitgaande van de getallen die de auteur verstrekt, overleden er tijdens de klinische studie 0,11% meisjes uit de vaccin-groep en 0,07% uit de controle-groep. Echter, deze percentages zeggen iets over de algemene kans om te overlijden in de leeftijdsgroep tussen 9 en 45 jaar voor vrouwen en 9 tot 15 jaar voor jongens (de leeftijdsgrenzen van de deelnemers aan het onderzoek). Als je dat vergelijkt met de kans op het overlijden aan baarmoederhalskanker (0,0025%) dan maak je een valse vergelijking. Je vergelijkt dan de kans dat je overlijdt versus de kans dat je aan een specifieke ziekte overlijdt. De enige eerlijke vergelijking is het aantal ziektegevallen en overlijden tussen de groepen meten, dus placebo versus behandeling. In dit geval vergelijk je dus of er een significant verschil is tussen 0,11% en 0,07%. 

De suggestie dat de sterfgevallen tijdens de klinische studies komen door vaccinatie blijkt onjuist. De getallen haalden de auteurs van PRI uit het document dat de producent van het vaccin publiceert met daarin de cijfers met betrekking tot de klinisch studies. Deze wordt regelmatig vervangen met de meest actuele informatie. Dit is de laatste versie beschikbaar in het archief voorafgaand aan de publicatie op PRI. De cijfers genoemd door de auteurs vind ik terug op pagina 6. Wat de auteurs van PRI dan vervolgens niet opschrijven is dat de doodsoorzaak in geen van die gevallen in verband kan worden gebracht met het vaccin. Denk aan een auto-ongeluk (7 totaal), een overdosis of zelfmoord (4 totaal) en ziektebeelden die maar heel zeldzaam voorkomen bij jonge mensen, in zowel de vaccinatiegroep als de placebogroep. Interessant om te vermelden dat er twee deelnemers zijn overleden aan ‘pulmonary embolus/deep vein thrombosis’, 1 uit elke groep. Het ontstaan van bloedpropjes heb ik meermalen als argument voorbij zien komen in mijn research als gevaarlijke bijwerking. Deze resultaten uit de klinische studies onderbouwen dit argument dus niet. De meest recente versie die nu nog online staat, datum 4/2015, meldt in totaal 40 deelnemers die overleden zijn, en nog steeds maar twee aan ‘pulmonary embolus/deep vein thrombosis’.

De bijwerkingen laten weinig echte verschillen zien tussen de vaccingroep en controlegroepen. De twee meest voorkomende bijwerkingen zijn hoofdpijn en koorts in beide groepen, met een iets groter aantal in de vaccin-groep.

Als het gaat om bijwerkingen dan is het interessant om de bijsluiter van paracetamol er nog eens op na te slaan. 

De bijsluiter van mijn paracetamol, huismerk Etos

Je neemt er waarschijnlijk geen paracetamolletje minder om.

Ik heb nu twee bronnen bekeken. Het rapport van JW en de analyse van het optreden van Dr D H door PRI. Tot nu toe krijg ik de indruk dat deze twee bronnen selectief zijn in wat ze quoten en beschikbare informatie zodanig interpreteren dat het overeenkomt met hun eigen opvattingen.

De naam van Dr D H komt opvallend vaak voor. Niet alleen in de artikelen waar ik hier naar verwijs, maar ook in andere artikelen die ik heb bekeken en hier niet behandel wordt ze geciteerd. Die citaten suggereren dat ze kritisch is over het vaccin. Dat is een interessante positie voor iemand die betrokken is geweest bij het onderzoek naar het vaccin. Wie is deze onderzoeker en wat heeft ze nou echt gezegd?

De rol van Dr. D H

Er is een wikipedia pagina over deze vrouw. Daaruit kan ik opmaken dat ze op dit moment professor is aan de Universiteit van Michigan. Voorafgaand aan deze positie heeft ze aan meerdere universiteiten een aanstelling gehad en is een expert op het gebied van HPV.  In de wikipediapagina klinkt wantrouwen van Dr. D H ten aanzien van vaccineren door. In het licht hiervan is het ook interessant de discussie te lezen bij de tekst van deze pagina.

De bronnen opgenomen op de wikipediapagina leveren me nog geen link op naar de uitspraken die ik zoek. DuckDuckGo levert wel een heel ander interessant artikel op, gepubliceerd op de site SR. SR is iemand die zich sceptisch noemt en zich richt op ‘evidence-based facts’. Met een achtergrond in ‘immunology, microbiology, cell biology, biochemistry, and evolutionary biology’ zijn dat de onderwerpen waar deze auteur zich op richt.

SR heeft een artikel volledige geweid aan de uitspraken van Dr. D H. Dat komt goed uit, want daar ben ik naar op zoek. Het artikel wordt door de auteur regelmatig bijgewerkt met nieuwe informatie. De eerste versie van deze URL is van 17 oktober 2016.  Dit is de versie zoals ik hem heb gelezen. In dit artikel van SR verzamelt de auteur de uitspraken van Dr. D H, met bronvermelding.

De strekking van het artikel is dat Dr D H eenzijdig wordt gequote door auteurs met een anti-vaccinatie agenda. In basis staat de onderzoeker Dr D H achter het vaccin en achter vaccinatie, mits vrouwen en ouders van meisjes maar zelf de keuze krijgen om te vaccineren en daarbij weten dat het nog steeds nodig is om uitstrijkjes te maken.

SR linkt onder andere naar een artikel op HuffPost Contributor platform. Dat artikel betreft volgens de auteur ervan een e-mail van Dr D H waarin ze haar standpunten deelt. Dit naar aanleiding van de controverse die is ontstaan na haar uitspraken die ze onder andere op die conferentie van NVIC zou hebben gedaan. Volgens haarzelf heeft Dr D H dit gezegd op die conferentie:

“The rate of serious adverse events reported is 3.4/100,000 doses distributed. The current incidence rate of cervical cancer in the United States is 7/100,000 women. This is what I said.”

Zo werd het niet opgeschreven in het artikel van PRI.

SR komt ook met een citaat afkomstig van deze website, HW: 

“About eight in every ten women who have been sexually active will have HPV at some stage of their life. Normally there are no symptoms, and in 98 per cent of cases it clears itself. But in those cases where it doesn’t, and isn’t treated, it can lead to pre-cancerous cells which may develop into cervical cancer.”

Dr. D H

Twee woorden zijn bewust vet gemaakt door de auteur van HW. ‘[…] in die gevallen dat het niet behandeld wordt, kan het leiden tot de ontwikkeling van pre-kanker cellen welke baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken.’ Hiermee drukt Dr D H uit dat kanker zich bij een individu kan ontwikkelen, maar dat hoeft niet. Deze uitspraak wordt door HW vervolgens heel anders geïnterpreteerd:

“One must understand how the establishment’s word games are played to truly understand the meaning of the above quote, and one needs to understand its unique version of “science.” When they report that untreated cases “can” lead to something that “may” lead to cervical cancer, it really means that the relationship is merely a hypothetical conjecture that is profitable if people actually believe it. In other words, there is no demonstrated relationship between the condition being vaccinated for and the rare cancers that the vaccine might prevent, but it is marketed to do that nonetheless. In fact, there is no actual evidence that the vaccine can prevent any cancer.”

Bron: HW

De woorden ‘kan’ en ‘kunnen’ zijn woordspelletjes van de gevestigde orde, volgens de auteur van HW. Wat hier volgens HW bedoeld wordt is dat het verband slechts een hypothetsche gissing is waarmee geld verdiend kan worden als mensen er maar in geloven. Sterker nog, volgens HW is er geen verband tussen de infectie met HPV en kanker. Aan het eind van dit artikel wordt ook nog beweerd (zonder bronvermelding) dat het vaccin kankerverwekkender is dan wat het vaccin moet voorkomen. Tot slot word ik als lezer nog even gewezen op dokters die in de jaren vijftig sigaretten roken aanprezen voor gezondere longen.

Terug naar SR. Ik kom eindelijk uit bij de uitspraken waar ik naar op zoek was. In het artikel op HuffPost doet Dr. D H inderdaad een tweetal uitspraken die tegenstrijdig lijken met de uitspraken dat het vaccin veilig is. Deze uitspraken vindt je bij SR onder het kopje 6. D H doubles down (sometimes). Precies deze uitspraken worden gretig omarmd door schrijvers die tegen vaccinatie(plicht) zijn. Ze passen namelijk in de argumentatie dat het vaccin onveilig is.

Het interessante is dat Dr D H eigenlijk doet waar een wetenschapper voor opgeleid wordt. Een genuanceerd verhaal vertellen, erkennen dat de wetenschap nooit honderd procent zekerheid kan bieden, en dat honderd procent veiligheid onmogelijk te garanderen is. Ze wijst telkens op de bijsluiter van de medicatie. Dat wetende beweert ze tegelijkertijd dat het vaccin veilig is en mensen zelf moeten beslissen te vaccineren of niet na het horen van het genuanceerde verhaal. Maar geloof mij niet op mijn woorden, luister liever naar Dr. D H zelf waarin ze, in 2011, dat genuanceerde verhaal vertelt.

Het is nu duidelijk welke rol Dr. D H speelt in de discussie rondom HPV vaccinatie en wat haar standpunten zijn. Tijd om SR weer dicht te doen en terug te keren naar het artikel van CSS.

Wetenschappelijke publicaties verkeerd interpreteren

De volgende bron waar CSS linkt is een wetenschappelijk artikel in de New England Medical Journal. Dit is hetzelfde artikel waar JW naar verwijst. Hierin is de conclusie is dat het vaccin werkzaam is in de groep deelnemers die nog niet besmet zijn met HPV. CSS beweert echter dat de resultaten laten zien dat er helemaal geen effectiviteit is. De methodologie zou verkeerd zijn en dat voor iemand (Dr D H) die nota bene zelf onderzoeksmethodiek heeft onderwezen aan studenten. CSS lijkt zich voor deze uitspraken te baseren op een artikel op GH. Het laatste snapshot van het artikel op GH dat Internet Archive heeft stamt uit 2014. Dit artikel wijst op de groei in het aantal besmettingen onder vrouwen in de leeftijd 20 tot 29 (de ‘Prevalence Ratio’). GH verwijst hierbij naar een tabel uit een andere wetenschappelijk studie. Ik ben niet voor een gat te vangen en heb ook dit wetenschappelijke artikel er maar eens op nageslagen.

De tabel waar door GH naar wordt verwezen blijkt een cruciaal stukje informatie te bevatten dat GH niet vermeld. Alleen in de groep 14 tot 19 jarigen wordt een significant verschil gemeten na vaccinatie. De zogenaamde stijging in de andere groepen is niet significant. Dat wil zeggen, het zijn toevallige schommelingen tussen de groepen die met elkaar vergeleken worden. De afname van HPV infectie onder meisjes tussen de 14 en 19 jaar is juist geen toeval meer te noemen, en dus toe te schrijven aan het effect van de vaccinatie. Sterker nog, de onderzoekers lijken zelfs een hint te vinden in de data dat er groepsbescherming optreedt, maar die conclusie willen ze niet trekken op basis van hun onderzoeksresultaten. Daarvoor is meer onderzoek nodig.

De interpretatie van GH over de cijfers in de wetenschappelijk publicatie is dus niet juist. Daarmee vervalt het argument van CSS dus ook.

Vervolgens uit CSS nog de twijfels over het langetermijneffect van het vaccin, een zorg die Dr D H ook openlijk deelt. Het is een nieuw middel, dus weet je nog niet hoe dat werkt op langere termijn. Overigens is inmiddels uit vervolgonderzoek duidelijk geworden dat bij het 4-valente vaccin (gericht tegen HPV types 6, 11, 16 en 18) hoge antistofniveaus aanwezig bleven tot tien jaar na vaccinatie. (Uit rapport Gezondheidsraad Nr. 2019/09). Maar dat was in 2013, het jaar waarin CSS zijn artikel publiceerde nog niet bekend.

CSS gaat verder. India zou het betreffende vaccin inmiddels verboden hebben, maar daar staat geen bronverwijzing bij. Na wat online speurwerk vind ik daar zelf ook geen bronnen bij. Wel vind ik een artikel dat gaat over de introductie van het vaccin in India in 2009 waarin claims over sterfgevallen in verband met vaccinatie onderuit worden gehaald. En in dit artikel wordt uitgelegd dat vooral de kosten-baten-analyse twijfels brengt voor grootschalige implementatie in India.

De laatste alinea’s van het artikel van CSS roepen op tot verzet. ‘Big Pharma will never get their hands on my son. Not now, not ever!’. Tot slot volgt een oproep tot gebed om ‘onze kinderen te beschermen’ tegen de ‘purveyors’ van het bedrijf dat de vaccins produceert.

De argumenten en mijn bevindingen op een rij

Wat heb ik ontdekt op mijn zoektocht?

Ten eerste dat mijn aanname dat het bericht op Facebook een loopje neemt met de feiten klopt. Ja, er is een meisje van achttien jaar overleden. Dat het meisje is overleden door toedienen van het vaccin is de overtuiging van de moeder van het meisje. De foto’s van de andere meisjes die gebruikt zijn voor het Facebookbericht blijven buiten beschouwing. Wie dit zijn wordt niet duidelijk in het artikel van CSS.

Vervolgens heb ik een pad gevolgd van argumentaties tegen het vaccin.

Het vaccin zou dodelijk zijn. Dat blijkt niet uit de klinische studies. 

Het vaccin zou resulteren in onnodig leed voor 40.000 kinderen. Waar dit hoge aantal vandaan komt wordt niet gespecificeerd, onnodig leed is een vage term en de resultaten van de klinische studies van het vaccin laten zien dat er weinig bijwerkingen zijn.

Het vaccin zou niet werken. Wetenschappelijke studies tonen aan dat het vaccineren wel degelijk besmettingen voorkomt.

Het vaccin zou bijna geen extra kankergevallen voorkomen. Dat klopt, maar alleen voor de groep vrouwen die regelmatig een uitstrijkje laten maken. Er zijn echter groepen vrouwen die dit niet of te weinig doen. Denk ook aan landen waar uitstrijkjes überhaupt niet plaatsvinden.

Het vaccin zou erg duur zijn. De afweging tussen kosten in het hier en nu en baten in de (verre) toekomst is een politieke afweging. Regeringen hanteren hier rekeneenheden voor. De Nederlandse Gezondheidsraad gebruikt in haar rapport de Engelse afkorting QALY, en adviseert opname in het Rijksvaccinatieprogramma.

Met behulp van onjuiste en emotionele argumentatie een politieke discussie willen winnen

Waar het CSS uiteindelijk om gaat is dat hij niet verplicht wil worden zijn eigen kinderen te vaccineren. Het is het argument dat op bijna alle websites die ik bezocht heb in dit onderzoek tegenkom. Dat lijkt mij een redelijk standpunt om te hebben. Ook in Nederland is vaccinatie niet verplicht. Ik kan me goed voorstellen dat wanneer jouw overheid je ineens verplicht je kind te laten inenten met een volledig nieuw vaccin, dit bij jou in het verkeerde keelgat schiet. Dit gaat dus eigenlijk over de vrijheidsrechten van de burger tegenover de zorgplicht van de overheid. Dat is een politieke discussie.

Om vervolgens deze discussie te winnen, construeren de auteurs een argumentatie gebaseerd op misinterpretaties van wetenschappelijk onderzoek en verspreiden vervolgens ongefundeerde verdachtmakingen met een grote emotionele lading, namelijk jonge mensen die overlijden. Door die emotionele lading winnen ze makkelijk aandacht en verspreiden zo op grote schaal onjuiste informatie en brengen daarmee ook mensen aan het twijfelen over HPV vaccinatie die in basis voor vaccinatie zijn. Het bericht op Facebook kreeg zoals genoemd 11.000 reacties, 6100 commentaren en werd 329.000 keer gedeeld. Vergelijk dat met de respons op het interview met Dr. D H op Youtube: 101 reacties (duimpje omhoog/omlaag), 30 commentaren en 13.637 keer bekeken (datum 9 juli 2020). 

Het meest emotionele verhaal wint, ook als het niet waar is.

Nu je dat weet ga ik je helpen je weerstand tegen nepberichten op te bouwen.

De rol van Facebook

Waar ik nooit eerder bij stil heb gestaan is dat Facebook geen optie in z’n emoticons heeft om ‘dit bericht klopt volgens mij niet’ te zeggen. Het enige wat in de buurt komt is ‘boos’, boos dat een dergelijk bericht verspreid wordt. Maar de reactie ‘boos’ zal in dit geval eerder uitgelegd worden dat ik het eens ben met de auteur en boos ben dat dit zogenaamde dodelijke vaccin op de markt is. Alleen door een commentaar te schrijven kan ik kenbaar maken dat ik het niet eens ben met een bericht. Dat is een grote drempel wanneer je weet dat er een hele ‘overtuigingsgemeenschap’ meeleest die ongetwijfeld commentaar gaat leveren op jouw kritische geluid. Het kritische geluid verdwijnt dan weer snel uit het zicht van toevallige voorbijgangers. Facebook faciliteert op deze manier amplificatie van berichten, ook als ze onjuist zijn. Besef je dat.

De anti-virale methode: Leer de signalen herkennen

Een theorie om te voorkomen dat nepnieuws zich verspreid is, grappig genoeg, de ‘inoculation theory’, oftewel de inentingstheorie. ‘Pre-bunking’ wordt ook wel gebruikt als term, als variatie op ‘de-bunking’. Pre-bunking is het zichtbaar maken van methodes, patronen en trucjes die gebruikt worden in berichten met nepnieuws. Door die kennis herken je in de toekomst makkelijker nepnieuws en ben jij niet meer een verspreider van een nepbericht. Door kennis vaccineer je jezelf tegen nepnieuws. Ik deel graag mijn vaccin met je.

Dit zijn de trucjes, mechanismen en waarschuwingssignalen die ik op mijn speurtocht heb waargenomen:

  • Vormgeven als een wetenschappelijk artikel, zonder het te zijn. Het rapport van JW oogt solide en betrouwbaar. Het is opgebouwd als een wetenschappelijk artikel met een inleiding en een analyse. Maar een echte analyse is het niet en er wordt ook een significant deel van de informatie weggelaten, namelijk het deel dat niet past in hun argumentatie;
  • Gebruik van voetnoten. Dit oogt serieuzer, net als in een wetenschappelijk artikel. Vaak blijkt de referentielijst vooral verwijzingen te bevatten naar de eigen website of soortgelijke bronnen. Bijvoorbeeld in het rapport van JW wordt gebruik gemaakt van referenties, maar als je de lijst doorkijkt dan verwijst het naar stukken die niet bijgevoegd zijn, naar artikelen uit de eigen groep en slechts 1 wetenschappelijke publicatie;
  • Linken naar jezelf of gelijkgestemden. Ik had mijn onderzoek met tientallen andere bronnen kunnen aanvullen. Een heel netwerk van gelijkgestemde auteurs linkt naar elkaar en vooral ook naar artikelen binnen de eigen website;
  • Gebruik van oneigenlijke argumenten. Wat ik op meerdere plekken tegen ben gekomen is het argument dat het vaccin maar voor een paar varianten van het HPV virus werkt. “From the manufacturer’s own admission, the vaccine only works on 4 strains out of 40 for a specific venereal disease that dies on its own, so the chance of the vaccine actually saving an individual is about the same as the chance of him being struck by a meteorite.” (Bron) De producent en de onderzoekers zijn hier heel duidelijk over en leggen ook uit waarom. De varianten waarop het vaccin is gericht veroorzaken namelijk verreweg de meeste kankersoorten en meer varianten toevoegen maakt interactie tussen de stoffen in het vaccin onwerkzaam. Die informatie haalt het artikel echter niet;
  • Cijfers verkeerd interpreteren. In het artikel van PRI wordt duidelijk een fout gemaakt in de interpretatie van de cijfers, net als bij de interpretatie van niet-significante getallen door GH. Maar de gemiddelde lezer zal hier niet zo snel vraagtekens bij zetten, zeker niet als ze de auteur zien als een autoriteit op dit gebied. Deze interpretaties gaan zo een eigen leven leiden;
  • Andere, bekende, uitwassen van ‘de industrie’ noemen. Zo werd ik in dit geval gewezen op een ander medicijn dat van de markt werd gehaald, gemaakt door dezelfde producent als het vaccin. Op een andere plek werd verwezen naar artsen die in de jaren vijftig sigaretten promootten. Daarmee wordt de suggestie gewekt dat deze industrie, dit bedrijf, artsen, in het algemeen niet te vertrouwen zijn. Het grootste probleem in de VS is dat dit ook echt het geval was als het gaat om roken. Luister bijvoorbeeld naar deze aflevering van Ologies with Alie Ward waarin Dr. Robert Proctor, professor op Stanford University, vertelt over artsen die tot in de jaren tachtig zwangere vrouwen aanraadden te roken;
  • Claim dat de industrie en de overheid verbonden zijn. “[This Company] has its long financial arm in many state legislatures” en “The authors are all employed by the CDC, which financed the study and actively promotes the [XXX] vaccine” zijn een paar voorbeelden hoe de suggestie wordt gewekt dat overheidsinstanties alleen maar aan het werk zijn voor een marktpartij. Een bronvermelding voor dit soort claims ontbreekt. Het wekt de suggestie alsof het een wetmatigheid is. Dat we dit collectief wel weten;
  • Gebruik van een serieus klinkende naam. Meerdere websites die ik tegenkwam gebruiken termen als ‘instituut’, ‘onderzoek’ of ‘gezondheid’ in wisselende combinaties. Daarmee suggereren deze organisaties een bepaalde autoriteit te hebben en op gelijke voet te staan met bijvoorbeeld het CDC, het RIVM van de VS.
  • Slecht schrijfwerk. Veel artikelen die ik tegenkwam zijn slecht geschreven. Dat is ook niet zo gek, want veel van de artikelen die ik tegenkwam in dit onderzoek zijn geschreven door individuen die waarschijnlijk niet geschoold zijn in schrijfvaardigheid op journalistiek niveau. Dit in tegenstelling tot journalisten en wetenschappers die wel getraind zijn in schrijven.
  • Rommelige opmaak. Denk aan het overmatig gebruik van vette tekst, gekleurde tekst. Links die niet werken (en niet omdat de link niet meer bestaat, maar omdat er een extra http of www voorstaat). Hier zijn amateurs aan het werk!

Wordt een pro-actieve lezer, aarzel met delen

Het belangrijkste wat je kunt doen is jezelf een actieve lezersrol aanmeten. Daarmee bedoel ik dat je berichten eerst verteert voordat je ergens op reageert of iets deelt.

  • Wie: Wie is de auteur van dit bericht? Welke organisatie publiceert dit bericht?
  • Wat: Wat wil deze persoon of organisatie? Welke agenda zouden ze kunnen hebben?
  • Waarvandaan: Wordt er überhaupt naar bronnen verwezen voor bepaalden uitspraken? Naar welke bronnen wordt er verwezen? Zijn die geloofwaardig? Zijn die volledig en juist gequote?
  • Reken na: Kloppen de getallen die gepresenteerd worden?
  • Signaleer: Wordt een van de bovenstaande patronen gebruikt? Heb je een emotionele reactie op wat je leest? Is dat wat de schrijver bewust probeert uit te lokken, om verdere verspreiding te bereiken?
  • Bij twijfel, deel niet

Mijn conclusie en advies aan jou

Het allerbelangrijkste is om te weten dat het emotionele verhaal wint. In het geval van het Facebook bericht waar dit onderzoek mee startte, wordt de dood van jonge meisjes ongefundeerd in verband gebracht met HPV vaccinatie. De dood van jonge mensen is zeldzaam en daarom roept het bij iedereen een sterke emotie op. Zeker bij de ouders van de jongens en meisjes die in de leeftijd zijn waarin een beslissing genomen moet worden over dit specifieke vaccin.

Houd de kennis dat het meest emotionele verhaal wint altijd in je achterhoofd terwijl je iets leest. Als een bericht sterke emoties bij je oproept, moet je je altijd afvragen of dit doelbewust wordt gedaan door de auteur. Emotie verspreidt sneller dan feit en daar maken veel schrijvers op social media handig gebruik van.

Bij de geringste twijfel, deel niet. Heb je een sterke emotionele reactie bij het lezen van een bericht? Vertraag je neiging tot delen. Doe eerst nog even wat onderzoek door verder door te klikken. Of deel het gewoon niet.

Nu nog steeds niet verzadigd?

Dit zijn links naar artikelen die je tijd waard zijn. Sommigen kwamen al eerder voorbij, anderen zijn nieuw.

De wetenschappelijke publicaties die genoemd werden:

Over Inoculation theory:

Over het gebruik van VAERS: 

Bekijk het video interview met Dr. D H ook nog een keer met een andere blik. Ze vertelt namelijk ook over een opmerkelijk verschil in effectiviteit van het vaccin tussen mannen en vrouwen in de studie. Dat toont nog maar eens aan hoe belangrijk het is in klinische studies genoeg diversiteit onder de deelnemers te hebben

Het rapport met advies aan de regering van de Nederlandse Gezondheidsraad over vaccinatie tegen HPV:

Deze aflevering van Ologies with Alie Ward:

En nog een tweetal blogs:

Wordt ook een verspreider van het vaccin

Ik heb dit onderzoek puur op eigen nieuwsgierigheid gedaan. Toen ik begon m’n nieuwsgierigheid te volgen dacht ik er een simpele blogposting over te gaan schrijven. Het werd gaandeweg een artikel van ongeveer 7500 woorden. Je doet jezelf (en mij) een enorm plezier dit artikel te verspreiden onder vrienden en familieleden. Zo help je mee je eigen netwerk te vaccineren tegen nepnieuws.

Eigen inzichten, aanvullingen, extra bronmateriaal, je kunt het allemaal delen hieronder. Een uitnodiging voor een goede bak koffie met een lekker gesprek erbij waardeer ik ook enorm.

0

Een nieuwe aflevering van ervaring geen bezwaar: Joitske

Vanuit Wageningen trekt Joitske de wereld in om te gaan werken. Na ongeveer tien jaar keert ze terug naar Nederland, twee kinderen en een bak met ervaring rijker, en nu runt ze met een collega haar eigen organisatie gericht op het leren met behulp van technologie. Joitske heeft in veel verschillende landen gewerkt en toch komt ze terug naar Nederland. Waarom? En hoe bouw je dan weer een netwerk op? Hoe bevalt het haar om zelfstandig ondernemer te zijn? En gebruikt ze de kennis die ze in Wageningen heeft geleerd nu nog steeds?

0

We verzinnen achteraf wat we denken te weten over onszelf

Ik zit met mijn dochter aan de eettafel. We zijn gezellig aan het kletsen terwijl we boterhammen eten. Nou ja, kletsen. Het is meer dat m’n dochter de ene na de andere vraag op me afvuurt. We praten over de aarde en andere planeten. Dat er anderen landen zijn die heel ver weg zijn. En Friesland niet. Dat dat in Nederland ligt en we daar naar toe kunnen rijden met de auto of de trein. Dochter is even stil. Dan vraagt ze me waar dat is. Ik snap niet waar ze het over heeft. Die foto’s daar, aan de muur. Vanaf haar plek aan tafel kan mijn dochter de foto’s zien die aan de muur van de woonkamer hangen. Het zijn zwart-wit foto’s van Lucca in Italië. Een oude dame met boodschappentasjes in de felle middagzon, een paar scooters in een steegje, de gevel van een trattoria waar mijn man en ik een maand lang onze lunch hebben gehaald. Het zijn visuele herinneringen aan een maand lang ‘dolce far niente’. Was ik daar ook, vraagt dochter dan. Ik antwoord van niet. Papa en mama waren daar met z’n tweeën en dat zij nog niet geboren was toen ik de foto’s maakte. Een paar seconden later zegt dochter. “Toen was ik er wel hoor, toen woonde ik in Nieuw-Zeeland, bij een andere mama.”

Het gaat het driejarige brein van mijn dochter te boven dat er zoiets bestaat als een tijd voor haar geboorte. Daarom heeft ze zich een verhaal eigen gemaakt dat ze vroeger ergens anders woonde. Eerst was dat Afrika en nu is het al weer een tijdje Nieuw-Zeeland. Toen ze de eerste keer kwam met deze verklaring moest ik heel erg lachen. Ik geloof niet dat mijn dochter herinneringen aan een vorige leven heeft, maar kan we wel voorstellen dat anderen hier graag bewijs in zien voor reïncarnatie. Ik niet. Ik kon haar fantasie namelijk haarfijn terugvoeren op de gesprekken die we in de weken daarvoor hebben gevoerd. We hebben het gehad over de aarde en waar bepaalde dieren wonen. Vooral de gevaarlijke wonen in landen in Afrika. Niet in Nederland. En toen we een strandbal kochten met een wereldkaart erop om haar te laten zien dat er allemaal verschillende landen zijn, hebben we het gehad over Nieuw-Zeeland. Dat is een land dat het verst weg van Nederland ligt.

Mijn dochter woont in magisch realisme. Alles is nog mogelijk. In haar wereld is alles uit te leggen en aan elkaar te knopen. De hele dag door verzint ze verhalen en bedenkt ze rollen voor haar moeder en vader. Gelukkig maar, het duidt op een gezonde mentale ontwikkeling. Zo normaal als we het vinden dat kleuters de hele wereld bij elkaar verzinnen, zo ongemakkelijk worden we ervan wanneer een volwassene hetzelfde doet. Toch doen ook volwassenen eigenlijk niet veel anders dan de hele dag door verhalen construeren. We maken dingen mee, slaan daarvan herinneringen op, plaatsen die in de context van eerdere ervaringen en herinneringen die opgeslagen liggen in ons brein en vertellen aan anderen een reconstructie van onze herinneringen aan anderen. 

Neem het voorbeeld dat ik je zonet vertelde over mijn dochter. Dit verhaal is geconstrueerd uit elementen die waar zijn. Ik zit regelmatig met mijn dochter aan de eettafel, ze vuurt regelmatig vragen op me af, de foto’s aan de muur hangen er al heel lang, ik heb haar wel verteld over de tijd voordat zij geboren is en mijn dochter heeft inderdaad bedacht dat ze toen in Afrika woonde. Een aantal maanden later, na intense bestudering van de strandwereldbol, werd dat Nieuw-Zeeland. De combinatie van al deze elementen heeft nooit in de werkelijkheid plaatsgevonden zoals ik het voor je opschreef, maar omdat de elementen in zichzelf allemaal waar zijn, had het wel waargebeurd kúnnen zijn. Ik putte voor de anekdote uit mijn geheugen en maakte daar een verhaal van dat waarachtig overkomt.

Dit doen we allemaal wel eens. Onze herinneringen zijn niet vastgeklonken in ons hoofd, maar worden beïnvloed en veranderd door wat we verder nog meemaken, welke gesprekken we met anderen voeren. Details verdwijnen of verzinnen we er later bij. Zo schreef ik twintig jaar na de vuurwerkramp mijn herinneringen aan die dag op in de volle wetenschap dat sommige details niet meer kloppen. Toen ik er met mijn man over begon te praten (we waren op dat moment al samen) bleek dat ik me dingen wist te herinneren die hij vergeten was en wist hij dingen die ik niet meer wist. Samen puzzelden we weer een completer verhaal bij elkaar. 

In de psychologie gebruiken ze de term confabulatie voor het verzinnen van herinneringen zonder de intentie te hebben om te liegen. Oorspronkelijk gebruikten psychologen deze term voor het fenomeen dat mensen met hersenletsel veelvuldig verhalen verzinnen die niet waar zijn. Dan kan het zomaar gebeuren dat een vrouw je in volle overtuiging vertelt dat ze kleren heeft uitgezocht voor Madonna voor haar toer, terwijl ze eigenlijk een naaister uit Dublin is en Madonna nooit heeft ontmoet. Dit fenomeen lijkt te zeggen dat een mensenbrein een niet te stoppen neiging heeft tot het construeren van verhalen.

Ook gezonde mensen confabuleren. Als je kleren in een winkel uitzoekt bijvoorbeeld. Een klassiek experiment waarover onderzoekers in 1977 publiceerden lieten toevallige klanten te kiezen tussen vier verschillende nachtjaponnen en vier identieke panty’s. Er was een overgrote voorkeur voor het artikel dat het meest rechts lag, met een verhouding vier tegen één bij de panty’s. Achteraf gevraagd waarom de klanten kozen wat ze kozen noemden ze de positie van het artikel helemaal niet. En als de onderzoekers vroegen of de positie invloed gehad kon hebben op hun keuze ontkenden de klanten stellig. Achteraf vulden ze redenen in voor hun keuze die door een onbewust proces werden gemaakt.

Wij mensen zijn slecht in het objectief observeren van onze eigen cognitieve processen. We weten vaak helemaal niet waarom we doen wat we doen. Neuronenpaden zijn op een bepaalde manier in ons hoofd aangelegd, en die paden veroorzaken ons gedrag naar aanleiding van de impulsen die van buiten op ons afkomen. Als we vervolgens gevraagd worden waarom we doen wat we doen weten we helemaal niet welke informatie ons brein gebruikt heeft om ons te doen beslissen. Dat gat vullen we dan vervolgens op met elementen die best eens waar kunnen zijn en vormen zo weer een verhaal dat klopt voor onszelf.

Zo gezien is het volstrekt logisch dat mijn dochter verzint dat ze vroeger in Nieuw-Zeeland woonde. Het is toch ook van de zotte om te bedenken dat er een wereld heeft bestaan waar jij geen deel van uit maakte. Ik ga graag mee in het verhaal van mijn dochter. Vanochtend had ze het nog over haar vriendin van vroeger. Ik vroeg haar of dat was toen ze in Afrika woonde. Nee, dat was in Nieuw-Zeeland. Ze woonden naast elkaar. Het was haar beste vriendin, maar die is nu al dood. Als ze het bestaan van deze vriendin nog steeds volhoudt als ze twintig is, kunnen we het nog wel eens hebben over reïncarnatie. Tot die tijd geloof ik eerder dat ze een paar dingen uit haar huidige leven een plekje probeert te geven. Zo heeft ze net een bundel verhaaltjes van Jip en Janneke (die naast elkaar wonen) van haar oma gekregen en is de beste vriendin van oma een tijd terug overleden. Waanzinnig toch, dat verhalende brein.

0

Ervaring Geen Bezwaar: vrouwen over werk

De eerste aflevering staat online!

Eerder schreef ik al over waarom ik deze podcast ben gestart. Nu is het eindelijk zover dat ik het eerste interview kan delen. De website is online, de podcast is te vinden in de Apple iTunes database en bij Spotify en het volgende interview staat ook al gepland. Tweeduizendtwintig start goed!

Nu alleen nog luisteraars. Dusssee…gauw die koptelefoon op en luisteren! Lekker tijdens een flinke wandeling, als vermaak tijdens je treinreis en inspirerender dan de autoradio.

0

Ik ga podcasten en wel hierom

Ik ben me nooit zo bewust geweest van het verschil tussen mannen en vrouwen. Opgroeiend tussen twee grote broers gedroeg ik mij meer als jongen dan meisje. Dat is eigenlijk altijd zo gebleven. Tussen de mannen ben ik thuis, tussen de vrouwen nog altijd wat ongemakkelijk. Ik vond het dan ook prima om te studeren aan de Universiteit Twente, waar eind jaren negentig een studerende vrouw nog altijd schaars was. Ik ben nooit lastig gevallen en als ik daarom vroeg fietste er ook midden in de nacht altijd iemand met me mee om me thuis te brengen. Voor mij zijn mannen nooit een bedreiging geweest. Ik hoorde wel verhalen over meisjes die lastig werden gevallen, maar ik bewoog me blijkbaar op een manier door de wereld waarmee ik de dreiging op grote afstand hield. Nu terugkijkend weet ik dat ik geluk heb gehad.

De online wereld bleek net de echte wereld.

De eerste keer dat ik mij realiseerde dat vrouwen ook in de online wereld een prooi kunnen zijn, was toen er in 2007 een verhaal in mijn netwerk opdook over een vrouw die bloggend een online reputatie als professional had opgebouwd en zich plotseling genoodzaakt voelde offline te gaan. Een vrouw die, eigenlijk alleen maar omdat ze zichtbaar was geworden in haar professionele community, uitgescholden werd op ongekende schaal en zelfs doodsbedreigingen ontving. Als blogger en twitteraar werd ik mij voor het eerst bewust van mijn online kwetsbaarheid. Als iemand het op je gemunt heeft, dan ben je kansloos.

De eerste keer dat ik zelf geconfronteerd werd met de onvriendelijke online cultuur was toen ik begon te publiceren op Youtube. De eerste commentaren die ik ontving waren gericht op mijn uiterlijk, niet op de inhoud. De opmerkingen door wildvreemden raakten me. Ik was daar, zeker vijftien jaar geleden, heel gevoelig voor. Uitgelachen en buitengesloten was ik al vaak genoeg in mijn jeugd, de online wereld hoefde daar niet nog een schepje bovenop te doen. Ik liet Youtube al snel weer links liggen en verhuisde mijn video’s naar Vimeo, een kleinere community die wel focuste op de inhoud.

En het werd alleen maar erger

Sociale media zijn sinds 2007 niet vriendelijker geworden voor vrouwen. Tijdens mijn research voor het schrijven van dit verhaal kwam ik een podcast uit 2014 tegen waarin de vrouw die in 2007 offline ging met haar blog voor het eerst vertelde over die periode. In 2014 waagde ze zich opnieuw op Twitter en kwam tot de conclusie dat het de haat vele malen erger was geworden. “And everyone is OK with this?!”, wilde ze steeds roepen. Haar haters vonden haar nieuwe profiel in no-time. Ze verliet Twitter opnieuw, dit keer voorgoed. Ze kwam ook tot het inzicht dat zichtbaarheid op sociale media geen voorwaarde is voor een goede carrière. Jonge vrouwen in haar werkveld hebben volgens haar meer aan specifieke fora waarin je je professionaliteit kunt tonen. Ze zegt dat je je niet moet laten misleiden door het narratief dat zichtbaarheid via sociale media noodzakelijk is.

En toen kwam Gamergate

Een absoluut dieptepunt was een zeer grote haatcampagne tegen een aantal game ontwikkelaars in 2014, ook wel bekend als Gamergate. Als je deze haatcampagne niet live hebt zien ontwikkelen, kun je je denk ik bijna niet voorstellen dat het echt gebeurd is. De start van dit hele verhaal is een blogpost van een ex-vriend van een game developer. De ex-vriend deed verslag van het verloop van hun relatie (waarom iemand dat online wil publiceren is al een raadsel in zichzelf) en beschuldigde zijn ex een relatie te hebben aangeknoopt met een journalist om een positieve review voor haar nieuwe game te krijgen. Het was een aantoonbare leugen, maar het zorgde voor ophef onder (mannelijke) game developers. Officieel ging de discussie over ethiek van journalisten, in werkelijkheid was het misogynie. Om een beeld te schetsen van de bizarre gebeurtenissen: de game developer moest onderduiken vanwege doodsbedreigingen, vrouwen die het voor haar opnamen werden ‘gedoxt‘, en arrestatieteams werden op criticasters afgestuurd (het zogenaamde ‘swatting‘).

Ten tijde van GamerGate heb ik met verbazing het ene na het andere artikel gelezen over welke troep de betrokken vrouwen over zich uitgestort kregen, vooral uit de hoek van een zeer specifieke groep mannen die zich verzamelde op inmiddels verbannen discussiegroepen. Diezelfde groep is ook vandaag de dag nog altijd verspreider van online gif. De leden van die groep injecteren bewust onwaarheden in online discussies om zo hun abjecte gedachtegoed te kunnen verspreiden (en die door gebruik te maken van verhullend taalgebruik achteraf altijd zullen zeggen dat ze het niet zo bedoelen). In de aflevering Handboek voor haatzaaiers van Medialogica, onlangs uitgezonden, kwam dit fenomeen aan bod. Eén van de slachtoffers van Gamergate komt in deze aflevering ook uitgebreid aan het woord.

Gamergate speelde zich vooral in de VS af, maar ook aan deze kant van de oceaan is virtuele intimidatie aan de orde van de dag. Van online scheldpartijen kijken we niet meer op. Bij chantage om publicatie van een naaktfoto te voorkomen wijzen we eerst naar de vrouw die maar niet zo stom had moeten zijn een naaktfoto te sturen. Met eigen ogen heb ik gezien hoe een vriend van me, vader van twee kinderen, zonder blikken of blozen in WhatsApp een foto van een kleuter met volwassen penis erbij ‘geshopt’ stuurt. Geintje. Je zou het ook kinderporno kunnen noemen.

In 2016 bleek uit een grote Europese studie dat één op de drie jonge vrouwen (tot 30 jaar) te maken heeft met cyberintimidatie. Ik zie een klein lichtpuntje in dat getal. Het is fors minder is dan de 73% van de vrouwen die ooit seksueel geïntimideerd zijn en ook minder dan de 45% van de vrouwen die ooit in haar leven fysiek en/of seksueel geweld mee heeft gemaakt.

Minder zichtbaarheid in ruil voor een veilig gevoel

Dat ik mezelf online wilde beschermen is dus niet zo gek. Was de tijd van bloggen in het begin van de 21e eeuw online veilig geweest, de verschuiving naar online interactie op grote platformen als Twitter maakte dat ik mij terugtrok in een veiligere omgeving. Afgeschermde accounts met alleen contacten die ik ook daadwerkelijk ontmoet had. Op die manier bleef mijn netwerk een fijne plek voor gesprekken, maar niet meer onder miljoenen ogen, zoals ik ooit betoogde voor mijn afstuderen. Mijn professionele netwerk groeide daarom maar mondjesmaat, omdat ik minder zichtbaar was in de wereld van sociale media die voor mij als communicatieprofessional de kern van het vak zijn geworden.

Door het lezen van de artikelen rondom Gamergate ben ik bewuster geworden van mijn vrouw zijn, en wat dat in extreme gevallen kan betekenen. Kon ik het eerst nog in mijn hoofd parkeren als een incident, die ene vrouw heeft gewoon pech gehad, werd me nu duidelijk dat het systematisch is. Daarmee werd mijn nieuwsgierigheid gewekt en dook ik dieper in het thema van de positie van vrouwen in de maatschappij. Welke mechanismen zijn hier aan het werk? Op welke plekken worden vrouwen nog meer tegengewerkt? En gaat dat bewust of onbewust?

Het patroon dat je niet meer kunt ontzien

Als je eenmaal iets hebt gezien, kun je het niet meer ontzien. Ineens viel me op hoe de prestaties van de mannenschaatsers op de olympische spelen langer en prominenter op de voorpagina van nieuwssites stonden dan de prestaties van de dames. Ik las dat het aandeel van vrouwen in de media stagneert, en dat de expert in het nieuws bijna altijd een man is. En als kers op de taart kwam ik erachter dat ik mezelf gelukkig mag prijzen als een arts het op tijd herkent wanneer ik een hartaanval krijg, omdat de symptomen bij een vrouw helemaal niet lijken op het klassieke mannelijk beeld van een hartaanval. ’t Is vast stress mevrouwtje, niets aan de hand.

Als tiener, twintiger en dertiger ben er ik altijd van uitgegaan dat ik een gelijkwaardige uitgangspositie had ten opzichte van mannen. De generatie van mijn moeder, en de vrouwen na haar hadden alles wel bevochten, dacht ik. En ik plukte daar toch al de vruchten van? Deels is dat ook waar. Ik heb een wetenschappelijke opleiding gedaan, ik ben gaan ondernemen en vriendinnen hadden een baan. Kinderen kwamen er alleen als we er echt aan toe waren. Nu brengen we onze kinderen naar de opvang of school en de vaders halen ze weer op, of andersom, en in de tussentijd zijn we met collega’s of klanten in de weer. Een rijk leven waarin we werken en zorgen tegelijkertijd. De mannen ook.

Maar de vrouw in Nederland werkt nog niet zoveel uren als de man, en de Nederlandse man zorgt nog niet zoveel uren als de vrouw. Als klap op de vuurpijl blijkt de loonkloof tussen mannen en vrouwen niet af, maar toe te nemen. Die gelijkwaardige uitgangspositie is er dus nog niet.

Nu ik als veertiger de systematische achterstelling van de vrouw niet meer kan ontzien, voel ik me verplicht bij te dragen aan het verbeteren van het systeem. Maar hoe dan? Als éénpitter heb ik relatief weinig invloed. Natuurlijk wil ik vooral het beste rolmodel zijn voor mijn dochter. Mijn man en ik werken allebei vier dagen, hebben de taken in het huishouden redelijk goed verdeeld. Maar hoe creëer ik impact buiten de grenzen van mijn gezin? Deze vraag spookt al een jaar of twee door mijn hoofd.

Ik denk dat ik het antwoord heb gevonden.

Vrouwen moeten juist zichtbaarder zijn, als professional

Eén van de dingen die me begon op te vallen was hoe weinig ik las, hoorde of zag over de vrouw als professional. Zoveel artikelen, podcasts, en gesprekken gingen over de balans tussen werk en privé. Waar waren de verhalen over de fascinatie van de vrouw voor haar vak?

Waar halen mijn vriendinnen eigenlijk hun voldoening uit? Hoe zijn zij manager geworden? Welke hobbels hebben zij allemaal moeten nemen om in grote bedrijven door te groeien? Hoe zijn ze ondernemer geworden? Dat zijn verhalen waar ik zelf nieuwsgierig naar ben, waar ik van zou kunnen leren. Waar een nieuwe generatie van zou kunnen leren. En als die verhalen er nog niet voldoende zijn, dan moet ik die verhalen zelf gaan ophalen.

Ik heb besloten dat ik vrouwen ga interviewen over hun werk. Ik ga ze vragen waar ze voldoening uithalen. Hoe ze zich ontwikkelen als professional. Ik wil weten waarom ze een carrière-switch maken. Waar zijn ze teleurgesteld over. Ik wil weten waar ze over dromen. Ik wil horen over de beren die ze op hun weg tegenkomen en weten hoe ze daar overheen stappen. Of niet. Kortom, ik wil de vakvrouw leren kennen. Dat die vakvrouw misschien ook nog moeder is en het huis af en toe stofzuigt vind ik minder relevant.

De interviews worden mijn bijdrage aan het zichtbaar maken van professionals (v). Hopelijk is dan over twintig jaar, wanneer mijn dochter de arbeidsmarkt op komt, haar ambitie geen bedreiging meer voor een specifieke groep mannen, maar een bron van inspiratie.

Een eerste interview is inmiddels opgenomen en ik ben bezig deze te verwerken tot een podcast. Of ik dat kan? Hoe kan ik dat nou weten als ik het nog nooit geprobeerd heb?

Wil je als eerste weten wanneer de podcast online staat? Schrijf je dan in op de mailinglijst speciaal voor deze podcast. Bonus: daar verklap ik ook de naam van de podcast!

0

Het geheime project dat geheim blijft

Hoe verras je een man die alles al heeft en zich alles kan veroorloven? Dat was de vraag die ik vorige week heb beantwoord.

Ik maakte voor iemand die onlangs jarig was (en een mooi rond getal werd) een documentaire, als cadeau. Familie, vrienden en collega’s vertellen over hun relatie met de jarige. Dat mocht ik allemaal vastleggen en verwerken tot een verhaallijn, allemaal in het diepste geheim.

De ingrediënten voor dit project: acht interviews (vijf in levende lijve, drie via FaceTime), gedigitaliseerde VHS-banden en talloze foto’s (zowel uit het analoge als het digitale tijdperk). Zes maanden sinds het eerste interview en ruim honderdveertig uur werk later heb ik een documentaire van ruim drie kwartier opgeleverd. Al die tijd wist de jarige van niets en is het gelukt hem te verrassen en ontroeren. Missie geslaagd!

Ik vond het een eer dit document te mogen maken. Hoe vaak krijg je de kans in je werk om iemand beter te leren kennen via interviews met familie en vrienden?

Ik heb heel veel geleerd van dit project. Zo heb opnieuw ontdekt dat ik het interviewen van mensen erg leuk vind. Ik weet nu ook dat het werk exponentieel toeneemt met elk interview dat je doet. Dat ik het verwerken van de interviews tot een verhaallijn één van de leukste uitdagingen vind; het is als het leggen van een puzzel, alleen heeft deze heel veel verschillende stukjes van verschillende formaten. En ik weet nu ook hoe onbevredigend het voelt als je het resultaat van één van je leukste projecten niet kunt delen met je vrienden. Het is een les in nederigheid en leren van het proces te genieten, niet van het applaus achteraf (dat ik uiteraard wel ruim heb ontvangen van het publiek van vier).

Ik ben blij dat ik ja heb gezegd op deze uitdaging. Het smaakt naar meer.1